 |
|
Columns door Franz. voor LomboX
|
|
| Heb je tips of een reactie: info@lombox.nl of rechtstreeks naar: franz@lombok.nl |
|
Franz op vakantie. (slot)
La Lune. (II)
Begrafenisondernemer en tegelijkertijd kroegbaas. Wat een leven zul je hebben, dan.
Maar daar ging het niet over. Het ging over de maan. En waarom een bril zo heet, in het Frans. Lunette.
Ik heb een bril nodig, ik word ook een dagje ouder. Ik kan geen krant of boek meer lezen zonder. Eigenlijk kan ik niks meer lezen; behalve enorme posters dan. En de Telegraaf. Ook zo iets, qua vakantie, maar ik dreig weer af te dwalen. Ga ik het weer over kranten hebben. De maan.
De maan is een ondergewaardeerd hemellichaam. Dat durf ik met enige stelligheid te beweren. U kijkt veel te weinig naar de maan, dat weet ik eigenlijk wel zeker. U waardeert de maan ook niet, toch? Het ding is er. Soms zie je hem, meestal niet. En als we het nu over andere planeten hadden, OK; die zie je wat minder makkelijk. Mars, Venus, als je weet waar je moet kijken kun je ze zien. Maar wie doet dat? U niet.
Ik pleit dan ook voor een grootscheepse reclame-campagne die de maan weer populair moet maken. Zodat we binnen niet al te lange tijd allemaal weer weten hoe het zit; en wat we allemaal wel niet te danken hebben aan die trouwe metgezel van onze Aarde. Ja, geef toe, we zouden de Maan vooral dankbaar moeten zijn.
En daarom heb ik ook een maan-bril gemaakt. Een zonnebril had ik namelijk al. Zodat als de maan schijnt ik deze bril kan opzetten om er naar te kijken. Ware het niet dat ik hem ergens op vakantie heb achtergelaten. Dat is ook weer zo’n typisch vakantie-ding van mij. Op vakantie maak ik, hier en daar, met wat er aan spulletjes lokaal voorhanden is, iets. Een ding. Nu dus een maanbril. Mijn eigen lees-bril, hij brak, gebruikte is als uitgangspunt. Ik heb die er in verwerkt als het ware. Maar verder is het een heel andersoortig ding geworden. En zoals u kunt zien was ik in de buurt van een verbouwing.
Maar goed. Lunette. Bril. Ik vind het logisch.
En dat was de laatste over mijn vakantie afgelopen zomer. Want die is ook over…
Nou de foto’s nog uitzoeken.
Franz. | 01-10-09| franz@lombok.nl omhoog
|
|
Lokaal Fruit en Burendag
Het lijkt een soort onmogelijkheid. Om midden in de stad een wijngaard aan te treffen. Maar ik ben er een tegengekomen. Niet ver hier vandaan. Sterker nog; zo’n beetje bij mij om de hoek. En zoals met veel stadse zaken is er sprake van een soort verticale variant. Want midden in de stad is er natuurlijk niet heel veel ruimte om het, zoals normaal, horizontaal te doen. Zo wonen we in de stad tenslotte ook een soort bovenop elkaar in plaats van, buiten de stad, naast elkaar. Zo wil ik ooit nog een keer een huis zonder trappen. Alles gelijkvloers en vanuit elke ruimte naar buiten kunnen stappen, de tuin in. Dat die droom waarschijnlijk altijd een droom zal blijven, al was het maar omdat ik dan de stad zal gaan missen, is weer iets anders.
Maar wat blijkt is dat je met het nodige vernuft en geduld dus ook in de stad een wijngaard kunt hebben. En deze is wel drie verdiepingen hoog. En ik denk dat als je hem plat zou leggen de volle lengte zou nemen van de straat waar hij staat. Indrukwekkend. En de eigenaar verwacht er binnenkort heel veel kilo’s af te gaan halen. Maar wat dan? Nou; heel veel druivensap dus. En dan? Wijn? Want dat ligt natuurlijk voor de hand. En het kán natuurlijk heel goed. Maar tegelijkertijd doemen dan de beelden op van mijn eigen vader die ooit een aantal pogingen deed om wijn te maken. Te midden van enorme grote flessen met vreemde mengsels zie ik hem nog staan terwijl hij allerhande ingrediënten toevoegde en het geborrel in de gaten hield. Want wijn maken is niet iets om zo maar aan te beginnen. Daar komt nogal wat bij kijken. En dat het dan nog steeds geen garantie is voor een drinkbaar geheel bewees mijn vader jaar na jaar weer. Hij probeerde wijn te maken van van alles op het laatst. Hij begon wel ooit met de witte druiven die aan onze schuur groeiden; uiteraard. Later ging hij over op appels, peren en nog meer soort fruit. Maar uiteindelijk zaten we allemaal met een vertrokken gezicht aan de keukentafel op zoek naar dat bakje waar je het slokje weer in mocht uitspugen. Het werd nooit een succes.
Ik ga dan ook niet dezelfde fout maken maar volg mijn moeders voorbeeld. Zij maakte jam en dat soort zaken. Kwestie van genoeg suiker erbij en je krijgt iets aangenaams. Ook al zijn de druiven zuur. Mijn buurman, de wijnboer, is ook slim. Ook hij waagt zich niet aan het maken van wijn. Die koopt hij gewoon bij Besseling op de Kanaalstraat; daar heb je ook Lombokwijn en die is wel goed te drinken. Mijn buurman maakt er gewoon sap van en gooit er dan een forse scheut alcohol bij. Simpel en doeltreffend. En dan gaan we ruilen. Hij een potje jam, ik een flesje druivensap. De lokale economie draait volgende week weer op volle toeren.
Dus dit jaar roep ik op Burendag, de 26ste, niet om koffie.
Ik roep dit jaar “Proost! en eet smakelijk, Buurman!”
Franz. | 24-09-09| franz@lombok.nl omhoog
|

|
Franz op vakantie. (III)
La Lune. (I)
Waarom heet een bril een Lunette? En los van het feit dat Lunetten een wijk is waar je vooral zonder bril wilt rondlopen zodat je al die ellende niet hoeft te zien, blijft het raar dat een bril iets met de maan te maken heeft. Want, ik neem dat maar even aan. Lune, luna, kortom; Maan.
U merkt het. Ik zit in Frankrijk. En probeer me te bedienen van de Franse taal. Nu was ik vorige week in Spanje; en probeerde daar hetzelfde. In het Spaans, natuurlijk. En wat me dan telkens weer opvalt, is hoe je, mits je een beetje brutaal durft te zijn, je eigenlijk prima kunt redden. Ook al had je voor het laatst Franse les dertig jaar geleden en heb je al helemaal nooit Spaans geleerd. Ik heb jaren geleden een Spaanse cursus gekocht. Staat met een laag stof erop in de kast. Dondert niet. Franse boeken lees ik in een Engelse vertaling. Maakt ook niet uit. Deux café. En Ou et la toilet?
Een paar dagen geleden, en route, stopte we in een kleine plaats. We parkeerden onder de platanen en aten een stokbroodje kaas uit onze eigen kofferbak. Voor de koffie wandelden we naar het lokale café. Café Des Sports. De eigenaar keek raar op. Een van zijn kinderen liep in een luier langs de toog richting woonkamer; direct naast de stamtafel. Het café was sinds de oorlog niet opgeknapt. Behalve dan dat er nieuwe gokkasten in waren gezet. Sport is gokken, blijkbaar. Verder bleek er weinig, zoals ik zei, veranderd. Ook de WC, nee, het toilet, was nog steeds een hokje buiten met het gat in de grond. Het bestaat allemaal nog steeds.
Eenmaal weer buiten bleek de kroeg, Des Sports, ik had het eerst niet gezien, meteen ook een soort winkel te zijn; in hetzelfde pand. Funeraire, Fleurs et Cadeaux. Het zonnescherm vermeldde waar het om ging. Café aan de ene kant; kadowinkel en begrafenisondernemer, en natuurlijk kunstbloemen, aan de andere kant. Multi-tasking. Of zo.
Ik weet het; ik spring van de hak op de tak. Maar wat wil je. De kroegbaas verkoopt sinds de oorlog hetzelfde waaronder de dood. En kadootjes.
En zo kom ik niet toe aan mijn verhaal over mijn bril. Mon lunette. En over de maan.
Vakantie is erg verwarrend.
Wordt vervolgd, dus.
Franz. | 21-09-09| franz@lombok.nl omhoog
|
|
Franz op vakantie. (II)
Bruit dan la nuit.
Eerst dacht ik dat de animatrice op de camping verderop een lawaai-optocht had verzonnen voor de kinderen. Ik zag de kinderen al voor me; met potten en pannen en deksels en blikken en emmers en wat dies meer zij een rondje lopend tussen de tenten en caravans. Dat gaat zo weer over dacht ik nog. Hoelang houden kinderen dat vol? Maar wat zachtjes, en in de verte begon, zwol langzaam aan. En hield aan. En leek steeds meer op iets anders. Maar wat het geluid dan moest zijn konden we ons niet voorstellen. Was het kunst? Wat het een uiting van de lokale bevolking om spoken en geesten te verdrijven? Een soort ritueel? Het was een continue stroom van geplink, geplonk, geklonk, gebengel en getingel.
Als het een concert van een moderne minimale componist was geweest had ik het gelijk geloofd. En terwijl ik een afwasje doe; binnen; wordt er even later op de schuifpui getikt door mijn liefde. Ze wenkt. Ik moet vooral naar buiten komen. Ik doe de deur open en het geluid wat eerst uit de verte kwam was nu aangezwollen tot flink hard.
En uit het donker komen ze. De weg op, langs ons huis. Een mannetje voorop in fluorescerend hesje, verplicht in dit land, en achter hem een grote koe. Met bel om de nek. En achter deze koe, nóg een, en nog een, en nóg een. Ik heb ze niet geteld maar het waren er wel honderd. En allemaal met een bel om de nek. Grote bellen, klonk, klonk, klonk, en middelgrote; klung, klung, klung, en ook kleine bellen: ting, ting, ting, ting. En alle bellen gingen in de maat van hun pas. En wat ik nu echt zo mooi vond was dat de oudere koeien, dat kon je zien, de grootste bellen droegen. Enorme joepers met een vol en zwaar geluid. Bong, bong, bong.
Halverwege de stoet viel een gaatje en een wat oudere koe wachtte even, keek om, loeide hard naar de achterblijvers en hernam haar pas. Hier en daar liep een knecht met een stok tussen de beesten. Maar ze hadden geen enkele aanmoediging nodig. Ze liepen allen met forse tred richting, tja, waar gingen ze naar toe? Aan het einde van de stoet liepen een heel stel jonge koeien. Met kleine belletjes. Net als met kinderen; die hangen ook altijd achteraan. Misschien niet zo’n zin. Of gewoon een beetje lui.
Ik zal het geluid nooit meer vergeten. Al die bellen tegelijk, in een magisch ritme. In het donker. En we konden de stoet, ook al zagen we haar niet meer, nog heel lang horen in de nacht. Op weg naar de volgende berg die kaal gegeten moest worden.
Franz. | 14-09-09| franz@lombok.nl omhoog
|
|
Franz op vakantie. (deel I): Berg-op.
Ik kende de jongen. Hij zat in de berm, van de lange weg naar boven, tegen een bord aangeleund. Ik was het namelijk zelf. Ik leek zelfs op hem, toen, zo oud.
Hij zat somber voor zich uit te staren en keek met een jaloers scheef oog naar de auto. Zat hij daar maar in. Maar hij zat naast zijn in de berm gegooide fiets. Hij had het opgegeven. Hij wilde niet verder. Helaas voor hem, was zijn vader waarschijnlijk al halverwege de berg en zou hij toch op enig moment die dag verder moeten fietsen.
Hij zou daar natuurlijk wel de rest van de vakantie willen blijven zitten; somber willen zijn, mokkend en al. Verdrietig bovendien. Verdrietig over al het onrecht wat hem werd aangedaan. Verdrietig over alles eigenlijk. Hij zou zelfs wel een potje willen janken. Maar dat zou hij niet doen. Misschien dat iemand hem zou zien.
Later bedacht ik dat ik had moeten stoppen. Om hem sterkte te wensen. Om hem te vertellen dat het allemaal niet zo’n drama was; het leven. Dat hij, eenmaal boven, al die ellende zou kunnen vergeten. Maar ach, het was misschien maar goed ook dat ik niet gestopt ben. Ik ben er tenslotte ook zelf achter gekomen. Anderzijds had ik een lift naar boven destijds wel op prijs gesteld. Inclusief fiets. De volgende keer als ik mezelf zie zitten stop ik, en gooi ik die fiets in de achterbak. Soms heb je een beetje hulp én een aai over je bol nodig.
Franz. | 03-09-09| franz@lombok.nl omhoog
|

Archieffoto: fiets in Lombok
|
Vakantiereis Franz
Lees en bekijk hier de vakantiereis van onze columnis Franz uit Lombok:
 |
Dag een. Dit is een paardenstalling.
Wel wat anders dan de nieuwe fietsenstalling in Lombok. We gaan steeds verder naar het zuiden.
|
|
|
 |
Dag 4. Noord Spanje.
En het mooiste museum ter wereld. Maar we moeten
verder. Altijd maar verder....
|
|
|
 |
Dag 6. Wat een verschil.
Hier geen wijkburo, maar een echte 'Mairie' en iets meer uitzicht. We gaan verder én hoger....
|
 |
Dag 8.
Het vuurwerk gisteravond was mooi. Maar het onweer tussen de bergen was indrukwekkender. Nu komt de zon weer over de kim. Eerst koffie...
|
 |
Dag
Een paar dagen logeren midden in Frankrijk. 's Winters wonen hier tien mensen. Nu zijn het er twaalf. Einde van de week weer richting Lombok met een stapel verhalen. Tot volgende week.
|
Franz. | 11-08-09 - 26-08-09| franz@lombok.nl omhoog
|
|
Vakantiedag 2.
Lief Lombok,
Ik ben een paar dagen verwijderd van mijn Grote Reis. En mijn tomaten (weet u nog?) beginnen het EINDELIJK een beetje te doen.
Dat is mijn lot. Ik wist het. Neemt niet weg dat het weer is opgeklaard, deels, althans en de straten hier nog ietsje leger worden. U mist iets, als u weg bent. En ik ga mijn tomaten missen. Vroeg, Laat, Er Tussen In. Maakt niet uit, je mist altijd wel iets. Als je ergens bent.
Dus, groeten uit een leeg Lombok. En; Ik mag bijna weg! Op weg naar drukker oorden, ongetwijfeld. Ik zie u op uw terugweg.
Franz. | 29-07-09 | franz@lombok.nl omhoog
|
 |
Vakantiedag 1.
Beste Lombox! Mijn eerste vakantiedag ben ik nog thuis en ik stuur dus ook een aanzichtkaart uit mijn tuin.
Zoals jullie kunnen zien is het grijs, en regent het. Het mag dan wel 22 graden zijn maar als begin van de vakantie is het natuurlijk zwaar niks. Het dondert zelfs in de verte. De parasol weer naar binnen en ik ook. Thuisblijvers zijn sukkels.
De groeten!
Franz. | 21-07-09 | franz@lombok.nl omhoog
|
 |
Op reis.
Terwijl de straten in de wijk langzaam aan leeg lopen zit ik nog thuis. Ik verheug me de komende weken op die lege wijk. En dat ook nog een keer met mooi weer. Slenterend door de straten kan ik dan rustig weer eens ongegeneerd overal naar binnen kijken, om maar eens wat te noemen. Want iedereen is toch weg. Op reis. Of niet op reis maar reeds ergens aangekomen; de camping; het hotel; het vakantiehuis; bij familie; iedereen is natuurlijk ergens en niet alleen op reis. Dat is het vreemde. Als je op reis bent, ben je ook ergens. In een vliegtuig, op een boot. In een auto. Of je loopt ergens. Ook al ben je onderweg, je bent ergens. Waar is dan verder niet direct van belang. Of juist wel.
Ik ga ook nog. Over een paar weken. Op reis. Vooral op reis. Want ik weet nog niet waar ik naar toe ga. Wel ongeveer. Er staat een museum ergens in noord Spanje. Dat wil ik nog een keertje bekijken. Maar verder? Ik heb geen idee. Ik weet alleen dat ik België en Frankrijk door moet om daar te komen. Maar ik kan ook via Duitsland. Beetje een omweg, maar daar gaat het niet om.
Nu heb ik me voorgenomen U op de hoogte te houden van mijn reis. Ik weet alleen nog niet hoe. Mijn auto heeft geen Internet. Mijn laptop laat ik, denk ik, thuis. Mijn mobiel heb ik wel bij me maar ik kan u niet bellen. Niet allemaal. Dat zou een beetje te dol worden. Ik denk dat ik ouderwetse aanzichtkaarten ga sturen. En als ze bij Lombox nu zo’n plaatjes-ding hebben, zo’n scanner, dan kan ik u toch iets laten weten van waar ik ben. En wat ik doe. ‘Franz en route.’
Het is niet te hopen dat Lombox ook op vakantie gaat zoals ik. Want waar moet ik mijn kaarten dan naar toe sturen? “Aan Lombox. Ergens op een camping in Frankrijk.” Gaat niet lukken. En ik vermoed dat Lombox daar ook niet op zit te wachten. Dat is wel een nadeel van Internet. Dat is er altijd. Is nooit een paar weken dicht. “Website wegens vakantie gesloten tot zoveel-augustus”. Zou toch raar zijn.
Anderzijds; waarom ook niet? Hebben die mensen ook een keertje vrij. Ga ik met mijn eigen website ook doen. “Ben zo terug! Ben ff naar Spanje. Museumpje pikken! Tot later!”
U ook veel plezier.
Franz. | 20-07-09 | franz@lombok.nl omhoog
|

Ansichtkaart van de molenaar van Houtzaagmolen de Ster
|
Tocht. Deel II.
Nu ben ik niet het klagerige type. Absoluut niet. Ik haat mensen die altijd maar lopen te klagen. Ik heb dan meteen de neiging om weg te lopen en hen in hun sop achter te laten. Wat ik dus ook regelmatig doe. Of; als het niet anders kan; hen te melden dat ik zelf “niet mag klagen”. Hier en daar kun je hier in de buurt nog een Delfts Blauw tegeltje voor een raam zien staan met daarop die prachtige uitspraak; “Ik mag niet klagen”. Het tegeltje werd een paar jaar geleden gemaakt en uitgedeeld door een kunstenaar wiens naam ik vergeten ben. Maar ik had er graag ook een gehad. Om het vervolgens een prominente plek te geven in mijn huis. Helaas. Maar ik klaag niet.
Ook niet over het feit dat ik een verhaal aan het schrijven was over Tocht om vervolgens links, of rechts voor de kijkers, ingehaald te worden door een koudefront.
Al mijn ramen en deuren zijn weer dicht. OK; hier en daar een kiertje maar meer niet. Sterker nog; vanochtend was het slechts 16 graden in mijn huis. De regen kletterde tegen de ramen en de kat zat sip naar buiten te kijken. Mijn lief vertrok naar haar dagelijkse bezigheden in jas en pet. Zelf had ik de neiging om weer naar bed te gaan; een herfstig gevoel maakte zich van mij meester. Ook de weerman op de radio sprak over herfst. En mijn voornemen om de dagelijkse boodschappen op de fiets te gaan doen zakte ver terug richting mijn schoenen. Waarin ik dikke sokken heb zitten; ook dat nog. Maar ik klaag niet.
Nee, ik schrijf gewoon over wat anders. Want vandaag heb ik geen behoefte aan tocht; zo’n luchtstroom door het huis. Ik pak dat verhaal binnenkort wel weer op; als het weer daar weer aanleiding toe geeft. Vandaag ga ik naast een radiator zitten met een boek. Kopje koffie erbij; koekje. De lamp aan. Het is juli. Maar ik klaag niet. Nee; er zijn ook nog andere nuttige en leuke dingen binnenshuis te doen zoals stofzuigen, de was doen, een keukenkastje uitsoppen en zo meer. En morgen schijnt de zon weer. Zeker en vast.
Franz. | 13-07-09 | franz@lombok.nl omhoog
|

Redactie: de tegels zijn van Su Tomesen.
Zie fotoverslag uit 2004 |
Tocht. Deel I.
Het hele jaar door ben je bezig met het bestrijden van iets wat je vervolgens, op dagen zoals deze, de warme, juist probeert te maken. Zo zit het leven telkens weer vol tegenstrijdigheden. Daar hou ik van. Van die dingen die niet kloppen. Of, nou ja, niet kloppen, dat niet zo zeer, maar elkaar tegenspreken. In gedrag van mensen, in de natuur, in de moderne maatschappij, eigenlijk overal.
Zoals de mensen in Oog in Al. Gewoon maar even als voorbeeld. Zij willen geen verkeer in de wijk. Maar tegelijkertijd willen ze elke ochtend met hun dikke auto zonder gezeur naar hun werk kunnen; de snelweg op. En daar staan wat dikke auto’s, geloof me. Ik weet niet wie het zei maar tien hij zei “Wij zijn het probleem zelf.” zat hij er wat dat betreft niet ver naast. Maar we dwalen weer af; dat heb je met dat warme weer. Waarom zou ik achter mijn computer zitten? Wat doe ik hier? Waarom ben ik op aarde? Nu; dat zal ik u vertellen.
Ik ben op aarde om met dit weer zoveel mogelijk tocht te creëren. U weet wel; zo’n luchtstroom door het huis. Van raam naar deur, of andersom, of van voor naar achter, boven naar beneden. En, wanneer het niet anders kan; met elektrische hulpmiddelen in de vorm van een fan. Tocht dus.
Zo’n luchtstroom die de rest van het jaar alleen maar vervelend is. Waar je verkouden van wordt. Ook zo’n oudewijvenverhaal overigens; een verkoudheid krijg je van iemand anders. Niet van tocht. En ook een ui met daarin een roestige spijker onder je bed leggen helpt daar niet tegen. Kletspraat.
Wij, de moderne mens, heeft een soort overdreven hekel aan tocht; een totaal nergens op slaande hekel. Ik hoop niet dat mijn huisgenoten het lezen maar, persoonlijk, hou ik van frisse lucht. Ik verwijs meteen naar mijn kattenverhaal onlangs; ik hou van open ramen. En laat ik niet in herhaling vallen maar mijn supersoaker draait overuren. Frisse lucht is goed. En met dit soort dagen kan ik mijn heimelijke verlangen eindelijk de losse teugels geven. Ik hoop dat er nog wat meer van deze dagen komen; dit seizoen; ik leef helemaal op.
Maar hoe de je dat dan? Tocht maken. Kijk, om te beginnen vraagt dat een gedegen kennis van je huis, waar zitten alle ramen? Deuren? Welke kun je ongegeneerd open zetten? Hoe ver? En; kan dat ook als je er niet bent? Qua inbrekers en zo. Want dat is natuurlijk het mooist; thuiskomen in een koel huis, met deze dagen. Of; wanneer je dan lekker thuis bent; waar kun je een aangename koele plek maken? Ik geef toe; het vraagt wat experimenten, wapperende gordijen, nog meer vreemde katten die ineens via de dakgoot binnen wandelen en natuurlijk een natte vinger.
U weet toch hoe dat gaat? Steek je vinger in je mond, sabbel er op, en steek hem in de lucht boven je hoofd. Dan weet je het. De wind waait. Dus; voortaan niet alleen buiten een natte vinger. Nee. Ook binnen is het natte vinger werk.
Franz. (wordt vervolgd) | 07-07-09 | franz@lombok.nl omhoog
|

|
Dokter Maud.
Ik verbaas me wel eens over dingen, dat bent u van mij gewend. En dan vooral over zaken die misschien niet eens zo opvallend zijn. Maar op een of andere manier kom ik telkens weer dingen tegen die ons allen, hier in het Lombokse, op een of andere manier binden.
We gaan naar dezelfde winkels, we schaatsen op hetzelfde ijs, we genieten allemaal van deze fijne buurt. En dat doen we stuk voor stuk alleen. Maar ook allemaal samen en dat is een wonderlijke gedachte. Onze levens kruisen elkaar. Elke dag weer. Als rode draden.
Een van de langste rode draden in mijn leven, en hier moet ik bekennen dat ik niet de jongste meer ben, dus is die draad al van forse lengte, kwam ik afgelopen dagen weer eens tegen. Die ene rode draad. Die draad die een groot deel van mijn leven aan elkaar knoopt. Die rode draad die mij al, pakweg 30 jaar, knoopt aan iemand, hier in de buurt, die heel bijzonder voor me is. En misschien begon het niet zo; ooit. Maar ondertussen ben ik er achter dat deze draad uitermate waardevol, en heel bijzonder, voor me is. En misschien ook wel voor u; dat zette me aan het denken.
Soms. Zien we elkaar. Twee keer per jaar? Soms iets vaker. Soms is het contact direct, soms indirect. Maar altijd persoonlijk. En met wederzijds respect. Absoluut. En dat groeide zelfs uit tot een soort, tja, hoe zal ik het noemen? Een contact dat wederkerig lijkt. Tegelijkertijd is dat een illusie. Ik weet dat. Maar daar gaat het niet om. Het gaat om het idee, dat dat zo is. En dat dat zo nog heel lang mag, en zal, blijven.
Helaas hebben we geen van tweeën het eeuwige leven. Een van ons stopt er een keer mee. En dan zal die rode, die lange rode draad, afgehecht moeten worden. Ik denk daar wel eens over na. Hoe zou het zijn zonder haar? Bij wie moet ik dan terecht? Wie luistert er dan naar me? Wie redt me dan?
Het is een mooie zomerdag. Bijna 30 jaar geleden. Ik wordt gestoken door een wesp, in mijn nek. Kan gebeuren. Ging zomaar; ik had er geen erg in. Maar even later besloot ik mij toch richting het Gezondheidscentrum te moeten bewegen. Het duizelde in mijn hoofd en ik vermoedde dat er iets niet goed ging. Zwevend betrad ik de praktijk. De dame achter de balie keek mij verschrikt aan. Ik was wat licht in het hoofd en wellicht kwam dat door die wespensteek sprak ik vrolijk. Ik werd direct met vriendelijke doch dwingende hand op een behandelbank neergelegd. Mijn bloeddruk bleek ergens ver onder het aanvaardbare minimum gezakt. Ik zag mijzelf in een spiegel. Mijn hoofd had meer iets weg van een forse overrijpe tomaat. Dat verklaarde mij meteen de verbaasde blik van de dame achter de balie. Ik kon er de humor nog wel van inzien; licht in het hoofd als ik was. Dat nam niet weg dat ik binnen minuten een forse injectienaald in mijn arm kreeg geduwd, door dokter Maud. Zonder pardon. Wat mij redde. Zonder die prik was het heel anders gelopen met mij.
Dit verhaaltje is een van de knopen in die rode draad. En, zoals u kunt lezen, een heel belangrijke. Mijn huisarts redde mij die middag. Zonder haar, tjsa, zonder Maud was mijn leven heel anders geweest.
En ik ben, bedenk ik me nu, niet de enige Lombokker waar zij voor zorgt. Zonder haar zag ik, maar ook ónze wereld, er anders uit. Dank je, Maud, voor al die jaren. Jammer dat je er mee stopt. Ik wens je al het goede toe!
Franz. | 25-06-09 | franz@lombok.nl omhoog
|

Gezondheidscentrum Lombok
|
Katten-plaag.
Ik heb een kat. Daar schreef ik vorig jaar al een keer over. Maar ik ben niet de enige in de buurt. Sterker nog; ik heb het idee dat in het stukje wijk waar ik woon inmiddels iederéén een kat heeft. Het lijkt bijna op een soort plaag. Een kattenplaag. Nu mag ik dit niet al te hard roepen natuurlijk want dan krijg ik al mijn buren, en ook hún buren, over me heen. Dus voordat ik de hele Utrechtse afdeling van de Partij voor de Dieren over me heen krijg; sorry, mevrouw Jansen.
Maar inmiddels lopen er wel zo nu en dan vreemde katten door mijn huis. Dat zal komen om dat ik wel eens een tuindeur open heb staan, of een raam. Moet kunnen, denk ik dan. Beetje ventileren is een gezonde zaak. Want, wie zit er de hele tijd in zijn, of haar, eigen dampen? Meeste mensen doen wel aan frisse lucht. Ik ook. Dat zal ook wel ergens zijn vastgelegd; in een of ander ingewikkeld Europees Verdrag of zo. Maar daar staat niet bij dat je er dan wildvreemde katten gratis bij krijgt. En ook al stond het er; “Een openstaande deur of raam is niet bedoeld als in- of uitgang voor dieren, in het bijzonder katten, tenzij dat openstaande raam of die deur behoort aan hun eigen eigenaar.” Of zulks wettelijke onzin. Maar ik sluit het niet uit. Dat het wettelijk niet mag. Qua insluiping door een niet-eigen dier. Want die kut-beesten zijn daar wel een meester in. Die katten. Terwijl je in de keuken staat glippen ze door de gang naar boven, eten daar de bak leeg van je eigen kat, doen een dutje, misschien wel op mijn eigen bed, weet ik het, misschien kijken ze wel een video, en komen dan doodleuk weer naar beneden om voor de voordeur te gaan zitten mauwen omdat ze nu wel een keertje weer naar buiten willen en of je even de deur open wil doen. En dat alles met zo’n uitgestreken smoel van “Goh, wat ben ik toch lief!” Dom beest. Pleur op.
Ik geef toe; ik zal een kat nooit een doodschop geven. Een hond ook niet, daar ben ik namelijk bang voor dus die ga ik uit de weg. En er is ook nog nooit zomaar een hond mijn huis ingeslopen. Zou een mooie zaak worden zeg. Ook nog zo’n onsmakelijke stinkende hond die zomaar de trap af komt, beest nooit gezien, en me aankijkt of ik hem wil uitlaten. Zou toch al te gek worden. Waar houdt het op? Zoals in India. Staat er zo maar een wildvreemde koe op je stoep. Die mag je ook geen doodschop geven. Waar ik overigens geen moeite mee zou hebben. Zou me weer wat ritjes naar de slager besparen. Kwestie van de juiste maat vriezer, en scherp uitbeenmes.
Ik denk dat ik het weet. Qua katten dan. Ik ga morgen naar Bart Smit en koop een forse Super-Soaker. Of zelfs twee. En die liggen vanaf morgen klaar, geladen en opgepompt en al. En zodra er weer een rare, vreemde kat mijn territorium betreed is het klaar. “Make my day, Cat!
"Dirty" Franz. | 15-06-09 | franz@lombok.nl omhoog
|
Illustratie (c): Ibo
|
Geen Reclame.
Het lijkt een zoektocht te worden naar iets wat niet bestaat; een gevecht tegen een onoverwinbaar monster; vechten voor een heilloze zaak. Dat is overigens iets waar mannen goed in zijn. Weten dat je het niet gaat redden; maar toch door gaan. Tegen alle verhoudingen in tóch doorzetten. Zo ben ik eigenlijk al maanden bezig. Het begon toen een van mijn favoriete radiozenders niet langer te ontvangen was op mijn gewone keukenradio. Tsja; via de Kabel nog wel, en via het Internet. Maar wat heb ik daar aan? Met mijn gewone radio.
Ik luisterde naar die zender om twee belangrijke redenen. Ten eerste het genre muziek; Jazz. Daar hou ik van. Maar evenzozeker luisterde ik naar die club vanwege het gebrek aan reclame en slap geouwehoer tussen de nummers door. Terwijl ik nu naar de radio luister komt iets over Tonijn voorbij. U weet wel, van die vis in blik. Het is net na elven, ik drink een wijntje, luister naar de radio. Tonijn. Hou eens op. Hou nou eens een keertje helemaal op met die onzin. Ik wil geen tonijn. Ik wil Jazz.
Reclame. Op de radio. Op de TV. Daar is het nóg erger. Op de radio laten ze tenminste nog een nummer uitdraaien voordat ze er wasmiddel tegenaan gooien; of een nieuw model auto. Op de TV onderbreken ze een spannende film met tampons; of soep uit een pakje. Rot op! Ga weg! Ik hoef het niet. Ik wil het niet. Ik blief het niet. Ik ga het toch niet kopen. Ik heb het al. En, ik bén niet gek.
Want dat is misschien hetgeen wat me het meeste stoort. Reclame-makers denken dat we, wij kijkers en luisteraars, allemaal het IQ hebben van een peuter. Ze praten extra hard, ze herhalen, ze brabbelen, ze leggen het nogmaals uit, proberen ons met flauwekul en liegen te paaien. Aandacht, aandacht, aandacht. Dat willen ze. Het zijn zelf een stelletje kleuters. Ze liggen gillend op de vloer en slaan met hun kleine vuistjes en voetjes wild om zich heen. Ze willen iets. Dat je iets koopt.
Nee. Dus. Ik koop het niet. Ik verdom het. Net zoals mijn eigen kind een draai om zijn oren kreeg als hij dergelijk gedrag vertoonde zou ik die reclamemakers een goed pak slaag willen geven. Over de knie ermee. Gedraag je.
Ik zoek naar radio zonder reclame. Ik zoek naar TV zonder reclame. Ik zoek naar muziek, en beeld zonder lastig gevallen te worden door de Witte Reus die in mijn oor tettert dat het beter kan. Of door Captain Iglo die van mening is dat ik, volwassen als ik ben, toegesproken dient te worden alsof ik debiel ben.
Lombox is een van de weinige sites die ik regelmatig bezoek waar ik gelukkig niet word lastig gevallen door hersendode morons met wapperende banieren. Maar daar vul ik mijn dagen niet mee. En met schrijven ook niet.
Iemand een tip?
Franz. | 03-06-09 | franz@lombok.nl omhoog
|

|
DB’s. Deel twee.
Sorry, sorry, dat ik mee doe aan het herhalen van dingen. Ik weet het; u heeft ook een kolere-hekel aan al die oude televisie-series die herhaald worden. Alsof er in de tussentijd niks beters is gemaakt. Nee hoor. Na Swiebertje, of die serie met Mien Dobbelsteen; nee. Helaas. Soms moeten we het doen met oude koek. Rob de Nijs. Anouk. En ik durf ook te stellen; Ilse de Lange. Maar dat is weer gevaarlijk. Borsato? Meeuwis? Allemaal helden. Gordon. De Dijk. Lucky.
En daar gebeurt iets vreemds. Mooie dingen zijn mooi; hoe oud ze ook zijn. Rommel is rommel, en zal altijd rommel blijven. Het middeleeuwse equivalent van Jan Smit? Vergeten. Verloren, ook dat. En weer gebeurt er iets vreemds. Muziek. Daar gaat het namelijk over. Muziek is op een of andere manier altijd leuk. Ook de middeleeuwse Jan Smit deed dat namelijk, waarschijnlijk, voor zijn plezier. En dat is hetgene wat er bijzonder aan is; die muziek makenden mensen hebben allemaal plezier in dat feit.
Kent u een muzikant die tegen zijn, haar, zin in stond te spelen? Ik niet; zou het niet weten. Nooit van gehoord. Sorry voor de flauwe grap.
Vanmiddag; in dB’s. Bob Dylan. Ik schreef er eerder over. En luister nu weer naar die man. Want het ging ook over Dylan vanmiddag. Hij was zelfs jarig, zondag. Natuurlijk waren er veel muzikanten die zijn werk vertolkten; zonder hen geen concert; maar het was, ook, een tribute. Hoe heet dat in het Nederlands; een eerbetoon. Er waren dus ook veel fans. Zondagmiddag; in dB’s.
Liefhebbers waren het vanmiddag, in dB’s. Zowel de muzikanten als het publiek. Jong, oud, alles. Buiten scheen de zon. Bij elke nieuwe band pakte buiten iedereen zijn drankje op en snelde weer naar binnen. Jaaaa! Meer!
En tot slot? Ik heb mijn rondjes rond de rotonde gedaan; maar ietsje later. Met mijn licht aan; dat wel. Maar ook, ik vermoed, met een iets te hoog promillage alcohol in mijn bloed. Dat werkte overigens heel aardig. Kan ik u aanbevelen. Net als dB’s.
Wereldplek.
Franz.
PS. Nog iemand een ander idee voor een Tribute-concert?
Franz. | 27-05-09 | franz@lombok.nl omhoog
|
 |
Toeval bestaat.
Eerder deze week schreef ik over herrie. De herrie bij DB’s. Over al die mensen die plezier vinden in het maken van. Herrie. Tsja.
Eigenlijk wil ik al weken iets anders schrijven en de oplettende lezer zal het kunnen raden. Dus. En nog eentje; Enfin. Bril dus. Martin Bril.
En u denkt; wat hebben die twee zaken nu met elkaar te maken? DB’s en Martin Bril. Nou, meer dan u denkt en ik zal het uitleggen zoals ik het ook uitgelegd kreeg. Want ik kwam niet verder als dat Martin Bril ooit in Utrecht woonde, er zo nu en dan over schreef, en niet eens over DB’s; wel over de Vleutenseweg. Dus daar ergens moest het zitten. Dacht ik. Maar het zat elders.
De overeenkomst tussen Martin Bril en DB’s blijkt via een ander onderwerp gelopen. Bob Dylan. U weet wel, die inmiddels oude hippie met zijn gitaar. Blowing in the wind, en, The times are a changing. En meer, heel veel meer mooie songs. Mijn oudste broer kent ze allemaal en toen ik klein was hoorde ik die liedjes vaak, en veel. Ook mijn ouders hadden een paar platen van hem.
Een daar van leende ik wel eens stiekem. Als ik een buurmeisje naar binnen had weten te lokken. Dan draaide ik het nummer Lay Lady Lay. Als een soort bezwering zodat we samen op mijn tienerbed, of de bank, zouden mogen belanden waarna ik haar mooie lijf zou mogen betasten. Nooit gelukt, overigens. En jaren later hoorde ik van een vriend dat hij hetzelfde had gedaan. Ook nooit gelukt. Enfin.
Terug naar DB’s. Want daar ga ik naar Dylan luisteren, binnenkort. En Bril dan? Denkt u? Waar is hij ineens gebleven? Dat zal ik u vertellen. Want Martin Bril hield ook van Dylan en daarom werd hij uitgenodigd voor dit concert. Al maanden geleden; toen het idee in de steigers stond. Want wat zou er leuker kunnen zijn als dat je de volgende ochtend, op een maandag, in een column van Bril zou worden beschreven? Dat hij zijn bezoekje aan Utrecht tot onderwerp had gemaakt van zijn column?
Helaas. Het zal niet zo zijn. Nooit meer Bril. En Dylan? Ach, ook hij wordt oud en zal binnenkort ook een keertje zijn laatste ritje maken op zoek naar inspiratie.
En zo is de cirkel rond. Ik ga binnenkort naar DB’s om naar de muziek van Dylan te luisteren in plaats van Martin Bril. En ik zal u daarna vertellen hoe ik het vond. En als ode aan Bril zal ik tien rondjes rijden rond de mini-rotonde aldaar. Helaas niet met een dikke Volvo, maar op de fiets. Dus als u op de 24ste mei, ergens rond een uur of twee, iemand rondjes ziet fietsen bij DB’s met op zijn koptelefoon Dylan? Dan ben ik dat.
Franz. | 21-05-09 | franz@lombok.nl omhoog
|

|
DB’s.
Misschien, feitelijk eigenlijk, mag ik dat stukje stad niet rekenen tot onze wijk. Maar waar het dán bij hoort is dan weer de vraag. Dus voor het gemak van dit verhaal reken ik dat rare gebiedje langs de Cartesius-weg, achter de benzinepomp, maar even tot ons stadsdeel zijnde West.
Bovendien zijn grenzen dingen die opgerekt moeten worden, ook nog eens een keer. Vroeger was dat een vaag gebied wat van de NS was en er gebeurde, voor zover ik wist, alleen iets met treinen. En ietsje verderop, in dat lange lage gebouw, deden ze iets met streek-bussen. Toen. Nu kun je er ook naar het postkantoor. Want dat zit er ook en inmiddels is het hele gebied volgebouwd met, vooral lelijke, bedrijfsgebouwen en kantoren.
Maar op hoekje van dat oude gebouw zit ook DB’s. Ik wist eerst niet eens hoe je dat moest uitspreken. Die-Beez. Van decibellen. U weet wel, van herrie. En dat kun je daar dus doen. Herrie maken. Alleen, of in groepsverband, alles mag. Wel de deur goed achter je dicht doen. En als je daar gaat zitten kijken, ik hou persoonlijk niet zo veel van herrie maken, kun je achter je kopje (gratis) koffie of thee iedereen bekijken die daar herrie komt maken. En dat is zeker zo leuk volgens mij. Om dan te raden wie welke, en wat voor soort, herrie maakt. En soms hoef je niet te raden; dan zie je het meteen. Qua bagage.
Ik verwachtte eigenlijk iets anders, dat is ook wel weer leuk. Net zoals wanneer je naar een bepaalde film gaat en je je ineens bevind tussen een bepaald publiek. Dat overkwam mij een keer toen ik in een zaal met alleen maar vrouwen terecht kwam. Ik was, eerlijk waar, de enige man in de zaal. Was ook een kut-film. Dat verklaarde weer een hoop. Maar ik dwaal af. Ik verwachtte alleen maar pokdalige pubers in DB’s. En meest jongens. Nu klopt dat laatste weer wel; slechts weinig meisjes of vrouwen die herrie komen maken. En van die die wel komen komen de meesten volgens mij om hun vriendjes te bewonderen terwijl ze herrie maken.
Je kunt er ook van alles huren om je herrie nog harder te maken. Enorme luidsprekers en versterkers; giga. En dat maakt DB’s dus ook populair bij deze jonge en, dus ook, oude herriemakers. Het is er een gezellige drukte. En als je daar een biertje drinkt is het opvallend stil. Behalve tijdens het moment dat de herriemakers wisselen. Beetje als op een bowlingbaan; schoenen weer inleveren en zo. Dan komen de verschillende gehuurde spullen weer terug aan de bar, en gaan er andere herriemakers even later weer mee aan de slag. En dan is het weer rustig. En ondertussen, in de krochten van het oude pand, oefenen tientallen bands weer verder. Als je verder het gebouw in loopt ga je het in de verte horen. En zo nu en dan gaat er ergens even een deur open en een flard muziek komt voorbij.
Honderden, duizenden, misschien wel biljoenen decibellen worden er gemaakt. Elke dag weer. Toch knap dat dat zo maar kan. Herrie maken.
Franz. | 18-05-09 omhoog
|

|
Sneeuwstorm in mei.
Mijn wekelijkse gang naar de Kanaalstraat, u weet het, voor een stuk paardenworst, een bloemetje, het is weer vrijdagmiddag, is nooit hetzelfde. En vandaag was het ook weer anders. En niet zo’n beetje ook. Het sneeuwde; en niet zo’n beetje ook.
Al op de hoek bij het Museumcafé werd een jongedame op haar fiets getroffen door een witte tornado; een vreemde wervelwind omsloot haar met witte vlokken en dat terwijl er een voorjaarszonnetje scheen. Zij bleef met moeite overeind en terwijl de witte vlokken rondom haar suizden, of eigenlijk ritselden, probeerde zij verder te komen.
Al wandelend had ik er niet zo’n last van. Op dat moment. Verderop werd het ernstiger. Bij de volgende hoek was de straat al grotendeels bedekt met witte vlokken. Een nadere bestudering leerde dat het de bloemblaadjes waren van de bomen. En veel; écht heel veel. En steeds meer. Nog een blok verder liep ik zelf een kleine mini-tornado in. Het wervelde, het draaide, het was een soort sneeuwstormpje.
Maar wat doe je? Je gaat niet terug naar huis. Je wilt een stukje worst, een bosje bloemen, twee Turkse broden, sigaretten. Dus je zet je kraag op, en je gaat door. Zo erg kan het toch niet zijn?
Dus ik loop richting Turkse bakker. Mijn klakkende hakken hoorde ik op een moment niet meer. Het tapijt van blaadjes werd dikker en dikker. Op elke volgende hoek was het oppassen want door de wind liep je de kans weer in een zeer lokale Tornado te belanden. Wat me dus prompt gebeurde. Samen met mij doken nog een paar voetgangers ineens een wolk van blaadjes in. Je hoest, je proest, het stof kruipt in je neus. De blaadjes lijken het wel op jouw gemunt te hebben. En waar is de bakker gebleven? De wereld draait om je heen. Waar ben ik? In de Sahara? Op de Noordpool? Zie ik daar kamelen langzaam voorbij trekken? Hoor ik sledehonden?
Met mijn twee Turkse broden waag ik me de bakkerij weer uit. Waar is mijn stofbril? Waar zijn mijn sneeuwschoenen? Ik ga op de tast richting slager. Maar eerst nog een bloemetje. Alsof ik er nog niet genoeg in mijn neus, ogen en oren heb zitten. Ik ploeter door. Enkeldiep wordt kniediep. Gelukkig zijn de blaadjes licht, en stuiven voort. Daar is Jopie. Ik laat mij vertellen dat de bloemen die ik uitzoek vooral lang staan. Ik wil thuis niet hetzelfde gedonder.
De slagerswinkel heeft een laag blaadjes op de vloer. Buiten het raam stormt het verder. En terwijl mijn worst wordt gesneden, ingepakt, stukje? Ja natuurlijk; en ik afreken gaat het natuurlijk alleen over de barre omstandigheden buiten. Mevrouw van Beek is er nuchter onder. “Ik heb een klimop geplant naast die boom hier voor de deur. Een echte Bomen-killer. Kwestie van tijd.”
En ook al hou ik van de natuur, ook al hou ik van deze Urban-Blizzards, ik kan haar geen ongelijk geven. Soms is groen in de stad alleen maar lastig, hinderlijk. Ik kocht laatst een plastic plant.
Franz. | 8-05-09 omhoog
|
 |
Een zweefzadel.
Elk jaar rond deze tijd raak ik in een soort “flow”. In een soort cadans, gaat mijn leven een eigen ritme ontwikkelen en rol ik van dag naar dag. Ik hoef er geen moeite meer voor te doen; het leven heeft me overgenomen; trekt me vooruit.
Dat heeft alles met het voorjaar te maken; met de komst van het mooie weer. Om uiteindelijk te pieken op 5 mei. In de aanloop naar die dag doe ik elk jaar vrijwel dezelfde dingen. Ik stap weer op mijn motor; bezoek het graf van mijn broer en van mijn ouders. Hoe staat het daar? Zo na de winter. Moeten er wat nieuwe plantjes komen? Dat ritje is een van de vaste patronen in mijn leven. En in de loop van het verdere voorjaar en zomer zorg ik dan voor wat plantjes om in de herfst nog een laatste keer te gaan kijken. De motor weer naar binnen; de zomer is dan over.
Maar ik sta nu weer aan het begin. Ik rij bijvoorbeeld elk jaar naar De Bilt; koop verse asperges bij een boertje wat ik lekker geheim hou en geniet met mijn liefde een eerste voorjaars-avond van het witte goud. Dat was vorige week. Deze week is, als vanzelf, voor de tuin. En de volgende week is die van de Vrijmarkt in de stad, in Oog in Al, de braderie op de Kanaalstraat. Het vakantiegevoel is daar. Ik zorg voor de kat van de buren; die zijn met de kids naar hun huisje elders. Ook vaste prik. De kots en poep van dat oude beest opruimen. Gelukkig heb ik een goed humeur.
Mijn laatste en meest ingesleten ritueel vindt plaats op 5 mei. Na Dodenherdenking, vaak op het Beethovenplein, moet ik het namelijk wel weten. Wat ga ik kopen? Waar ben ik naar op zoek? Ik wil namelijk de volgende ochtend de rommelmarkt op, op zoek. Maar naar wat?
Een paar jaar geleden stelde ik me de opdracht dat ik een elektrisch mes moest gaan vinden. Van Moulinex. En ik dacht dat dat een makkie zou worden, maar niets bleek minder waar. Het kostte me drie rondjes markt. Ook zo’n ritueel; eerst heel vroeg; dan midden op de dag nog een keer om aan het einde van de dag nog een laatste rondje te doen.
Dit jaar moet ik dus weer op zoek naar iets. Iets, als het even kan, met een stekker er aan; zo’n keuken-weduwe onder uit een kastje. Maar dat hoeft niet. Een ovenschaal; dat mag ook. Maar dan een witte en met een bepaalde afmeting. Niet zó maar eentje, hij moet precies goed zijn. Of sherryglazen; daar heb ik er nog maar een of twee van. Van die dingen. Of een bepaald kookboek. Of een zweefzadel voor mijn fiets. Vorig jaar zocht, en vond ik, een oranje slacentrifuge.
Aan het einde van de dag heb ik soms wat ik zocht. Soms ook niet. Maar daar gaat het eigenlijk niet om. Mijn leven is in balans. Ik zit in een ritme wat klopt. En na 5 mei begint de zomer.
Na Lombok Anders. Niet eerder. Zo werkt het. Elk jaar weer.
Franz. | 3-05-09 omhoog
PS. Heeft u nog een mooi leren zweefzadel op zolder? Wat weg mag? Mail me uw adres (franz@lombok.nl). Kom ik persoonlijk langs. F
|

|
Braderie op de vulkaan.
Wie zou het woord hebben uitgevonden? Zou het komen uit de tijd dat er nog halve ossen werden gebraden op straat? Schapen aan een spit? Kippen? Worsten? Er lijkt, als je het zo bekijkt, niets veranderd afgelopen eeuwen. Want dat Middeleeuwse tafereel kun je je zó voorstellen. Toch?
De Kanaalstraat is daarmee, op Koninginnedag, een soort anachronisme. De combinatie van vreten en zuipen afgewisseld met kramen met zooi. En het wordt met het jaar erger. Niet dat ik de winkeleigenaren en alle andere ondernemers geen mooie dag wens; en een vette omzet. Dat zou niet aardig zijn. En of ik, al dan niet, besluit mij te bewegen tussen, en temidden, dit volkse en steeds ranziger tafereel, zal hen niet uitmaken. Als, en wanneer, ik besluit om op deze dag deze braderie te bezoeken, dan nog zult u mij niet kunnen betrappen op het uitgeven van geld. Als, en wanneer, u mij daar toevallig treft is dat omdat ik mij niet kan inhouden. Dan moet ik mij vergewissen van hoe erg het weer is.
Dan moet ik mij weer vergewissen van het enorme aantal jengelende en zeurende kinderen in buggy’s die weer een of ander speelgoedje moeten; of iets te eten of te snoepen. En zodra ze het gewenste dan in hun vette knuistjes hebben meteen weer iets anders willen en hun nieuwe speelgoedje simpelweg laten vallen omdat ze iets nieuws hebben gespot. Hun half opgegeten ijsjes vallen op straat omdat ze een hamburger ruiken. En als ze die hebben dan is er wel weer wat anders. Onverzadigbare monstertjes, voortgeduwd door geduldige moeders die ondertussen de kramen met zomerjurkjes en hoofddoekjes afstruinen.
Ergens halverwege is er altijd wel een kroeg waarvan de stereo buiten is gezet en waar de Oer-Hollandse Hits op maximaal volume ten gehore worden gebracht. Ook zo fout als maar kan; alsof je met het draaien van dat soort muziek iets bereikt. Het is een uiting van een latente wens. Een schamele poging om iets van een eigen identiteit vast te houden. Zielig.
Andersom is deze braderie een volkomen doorgeschoten poging tot integratie. Jawel; iedereen en alles staat hier naast elkaar en iedereen heeft het gezellig. Want dat hoort zo. Dat dit ideaal, integratie, verworden is tot een commercieel wanproduct lijkt niemand meer op te vallen.
Misschien op één punt na dan. Misschien hebben we, als bezoekers van deze braderie wel een soort gemeenschappelijk doel gevonden. Het mag allemaal niks kosten en nergens over gaan. Volksvertier in optima forma. Iedereen zet zijn verstand uit; flikkert zijn auto ergens op een stoep en stort zich in het gedrang om er vervolgens aan de andere kant uit te komen met een nutteloze aankoop. En te dikke kinderen.
Het was ooit een feest. Helaas, dat is niet meer. Het is een soort verplicht nummer geworden op deze dag; net als 2de Paasdag en de Meubelboulevard. En terwijl iedereen weer ontevreden huiswaarts keert doen we nog een dansje. Op de vulkaan.
Franz. | 27-04-09 omhoog
|

Fotoverslag 2008: T. van Ekdom
|
Woensdagavond; kwart voor elf.
Ik hoor het net. Ik schrik er van. Ik huil een beetje. Mijn held is overleden.
Veel te jong. Nog lang niet klaar. Pas aan het begin van zijn verdiende roem.
Martin, ik groet je. En ik dank je.
Relevante links
Zie ook in Parool over Martin Bril
Column op Lombox over oliebollenkraam door Martin Bril
Franz. | 22-04-09 omhoog
|
 |
Lombok Anders.
Open brief aan collega Joost.
Beste Joost,
Heb je, als nieuwe buurman, wel eens gehoord van het Lombok Anders Feest? Nu, dat is op 5 mei. En, als ik het goed heb; bij jou voor de deur. En bij mij om de hoek, ongeveer.
Vroeger was het nog veel groter. Op het hoogte punt kregen de oorspronkeljke organisatoren zelfs de Tolerantie-prijs van de gemeente Utrecht. De hele wijk tussen de Abel Tas, Kanaalstraat en Bilitonkade stond vol met kramen en rommel. Op het Kerkplein een groot podium en de hele dag muziek, bier en gezelligheid. Kortom; een fors buurtfeestje. Dat dat op een bepaald moment een beetje uit de hand liep was te voorspellen maar dat mocht de pret niet drukken. Dat de Reinigingsdienst aan het einde van de dag 20 ton zooi moest afvoeren was op zich geen probleem, totdat ze een rekening gingen sturen voor hun werk.
En dat de commerciëlen elk jaar brutaler werden en de markt over dreigden te nemen hielp ook al niet. De laatste jaren was er veel politie nodig om het leuk te houden. Je hoefde je bij de opbouw van de markt maar even om te draaien of er stond een patat-kraam te stinken. En dat was niet de bedoeling. Gelukkig is de markt nu weer zoals hij ooit bedoeld was.
Dat neemt niet weg dat je er van moet houden; dat gedoe voor je deur. Ik weet niet of je ooit zoiets in Eindhoven hebt meegemaakt; zou kunnen, dan heb je een idee.
Maar neem van mij aan dat deze markt vele malen leuker is als Koninginnedag en Kerstmis samen. In ons eigen wijk. Sterker nog; voor je eigen voordeur. Je maakte met de verhuizing naar Utrecht een, wellicht, niet bedachte stap. Je gaat deel uit maken van een fenomeen. Of je gaat op 5 mei de stad uit. Een tussenweg is er niet.
Ik zou je adviseren om vooral een stoel voor de deur te zetten; kratje bier koud; nodig wat Eindhovense vrienden uit, en heb een prachtige dag.
Veel plezier.
Franz. | 14-04-09 omhoog
|


|
Mobiele Tomaten.
Het zal u niet ontgaan zijn. Bloesjesdag is geweest, de asperges zijn bijna volgroeid, de nieuwe nestkastjes worden onderzocht en de steiger aan het Kanaal zit ‘s middags al snel weer vol. Het is lente. Ook in mijn tuin staan de takken op knappen en de eerste bloemetjes zijn gesignaleerd.
Ik wilde eigenlijk die grote struik, inmiddels formaat boom, een stuk terug snoeien. Hij mocht niet hoger worden als de dakrand. Maar ik ben er niet aan toe gekomen en nu ga ik dat niet meer doen. Dat is toch zonde? Van boven tot onder staat het ding op exploderen. Elk takje eindigt in een lichtgroene punt; de belofte van weer veel blad. Het is een esdoorn; u weet wel; van de Canadese vlag. “Maple” in het Engels. Maken ze ook stroop van. Hoe weet ik niet. Ik koop het wel in een potje. Hoef ik de struik, boom ook niet te slopen.
Zo had ik vorig jaar tomaten in de tuin. Gekocht als heel klein plantje op de 5 mei markt. (zie volgende week) Maar ze stonden eigenlijk te donker en de zomer was ook al niks. Uiteindelijk oogstte ik een handjevol harde groene kogels. Zal me dit jaar niet gebeuren. Ik zet ze ergens anders neer; of anders maak ik ze mobiel, in een bak op wielen. Kunnen ze door de tuin gereden worden achter de zon aan. Mij krijgen ze niet. Ik wil échte, rode, tomaten. Zo wil ik eigenlijk ook wel een moestuin. Om dan op een dag als deze allerhande plantjes te poten en te harken en te schoffelen. Maar mijn stadstuin is daar uitermate niet geschikt voor. Misschien wat kruidjes ergens in een hoekje of in een bak. Maar verder als een tomatenplantje of twee ga ik niet komen. Maar die ga ik dit jaar dan wel geheel verwennen. Koesteren. Aaien. Lief tegen praten. Klassieke muziek voor draaien en ze krijgen alleen maar Spa Blauw. Beetje kunstmest misschien maar zeker een beetje Pokon. Is overal goed voor denk ik. Misschien hang ik ze wel achter mijn op afstand bestuurde autootje. Kan ik ze vanuit mijn luie stoel heen weer rijden in de tuin. Zet ik er een webcam op zodat als ik even weg ben via het Internet het groeiproces kan blijven volgen en via Bluetooth maak ik ze écht op afstand bestuurbaar. En alles op zonne-energie. Kan ik tijdens mijn vakantie in het warme Spanje mijn tomaten hier besturen. Zodat als ik terug kom geen verwaterde groene kogels hangen maar echte tomaten. Heb ik toch het idee dat ik wat heb gehad aan mijn tuin aan het einde van de zomer. Dat ik toch een bijdrage heb geleverd aan de natuur in de wijk. Mobiele tomaten. Misschien is een mobiele tuin wel een oplossing. Maar hoe dát moet, vraagt nog wat denkwerk. Ik om er een keer op terug.
Franz. | 3-04-09 omhoog
|
|
Majella-knoop IV. (Ondertussen in Oog in Al.)
Het zit de gemeente niet mee. Een foto van vanmiddag op de Lessinglaan waar het met de asfalterings-werkzaamheden ook niet helemaal foutloos verliep.
Vandaag of morgen komt het nieuwe college nog met een idee voor een Utrechtse Noord Zuid Lijn. Komt dwars door Lombok te liggen.
Alleen vluchten kan nog.

Franz. | 23-03-09 omhoog
|
|
Majella-knoop III.
De VVD-fractie heeft laten weten een vervanger voor de zonet afgetreden wethouder Verkeer te willen leveren. Hier de laatste visie van de VVD.
Ik hou op met waarschuwen.

Franz. | 17-03-09 omhoog
|
|
Majella-knoop II.
Het wordt er niet beter op. Dit was gisteravond bij Majella. De gemeente hoopt morgen met een oplossing te komen. Ik ga u vast waarschuwen.

Franz. | 10-03-09 omhoog
|
|
Majella-knoop.
Gesignaleerd ergens aan de westkant van Utrecht; een zeer ongeduldige automobiliste. Ik heb u gewaarschuwd.

Franz. | 25-02-09 omhoog
|
|
Hakken en zolen.
Sinds een paar decennia hebben de termen ‘hakken en zolen’ een andere betekenis gekregen als dat zij vroeger hadden. Taal in beweging; en dat dit keer zowel letterlijk als figuurlijk. Maar dat zometeen.
Op de Groeneweg zat vroeger een schoenmaker en die kwam met zijn grote fiets, de man was een van de laatste anachronismen die ik me herinner, nog langs de deur. Hij bracht dan de gerepareerde schoenen terug aan huis. Want de week daarvoor was je door je moeder op pad gestuurd met de schoenen van je vader. Met daarbij de mededeling; “Hakken en zolen.” En dan fietste ik naar de schoenmaker. En ik hoefde alleen maar dát te zeggen; inclusief mijn adres natuurlijk. Anders kwam het niet goed.
Toen ik zo jong was als ik net beschreef keek ik graag naar oude Amerikaanse Films, en dan vooral naar de oh zo mooie Musicals. Want als ik de kans kreeg een film met Fred Astaire, en als het even kon ook met Ginger Rogers als zijn partner, te bekijken dan zat ik aan de oude zwart-wit buis genageld. De muziek, de grapjes, de decors, en vooral de momenten dat deze twee grootheden van de dans hun ding deden; ik was helemaal verkocht. Dat rare schriele mannetje, Fred, en die prachtig mooie blonde dame, die als over een wolk over de dansvloeren zweefden. Ik krijg het er nog wat warm van.
Ooit moest ik na het zien van zo’n film; het was ergens ‘smiddags; nog voor een boodschap voor mijn moeder. Ik danste en vloog over de stoepen richting de winkel. Mijn pasjes rond een lantarenpaal waren briljant. Mijn hakken klikten. Mijn tenen tapten. Ik was in een roes. Ik was, was ik maar, Fred Astaire. Ik was in ieder geval een ster; al was het maar voor mezelf, in mijn dromen.
En wat is nu, na deze ontboezeming, de grote gemene deler? Hakken en zolen. Maar dan met van die kleine metalen plaatjes er op, of beter, ónder, geschroefd. Zoals Fred, en al die andere dansers, ze hadden. Die schoenen wilde ik ook. En eigenlijk nog steeds.
Sinds ik onlangs een paar schoenen aangeschafte met harde, leren, zolen, en ook hakken, loop ik weer zo nu en dan door mijn huis en doe ik net alsof ik weer een jaar of tien ben. Het komt allemaal weer terug. Ik loop door de kamer, de keuken, of ook terwijl ik boodschappen doe, en ik hoor mezelf. Klikklak, tiktak. Ik maak een dansje op het ritme van het plaatje op de radio. Ik dans, ik tápdans, zelfs.
Ik loop, dus ik dans.
Franz. | 16-02-09 omhoog
|

Illustratie: Margot Westermann www.solomoos.nl
|
Stroom
Soms schrik je van jezelf. Van hoeveel energie je bijvoorbeeld gebruikt. En je schrikt er van op het moment dat je kunt vergelijken hoeveel, gas, stroom en zo, je op maakt in verhouding tot iemand anders. Zeg, je buren. Als die veel minder verbruiken; wat doe jij dan fout? Lopen zij altijd in dikke truien binnen, met de verwarming heel laag? Is mijn buurman een betere kierenjager? Is het huis beter geïsoleerd? Waar zit hem dat in? Of snap ik iets niet? Doe ik iets verkeerd? Al jaren.
Om te beginnen vind ik het idee van andere stroom iets heel raars. Stroom is stroom zou ik zeggen maar ándere stroom; wat ís dat dan? Met groene stroom heb ik wel wat. Dat kan ik ook nog snappen. Maar als het dan een paar dagen niet waait? Of de zon niet schijnt. Mijn eigen zonnepanelen doen al jaren hun best, op mijn dak. Maar veel zoden aan de dijk zetten ze niet. Het blijft een zielige poging tot, een soort van, besparen.
Ik geef toe; ik woon in een veel te groot huis, ik heb twee ijskasten, twee afwasmachines, twee, nee, drie TV’s, twee stofzuigers, heel veel klokken, overal radio, een grote vriezer, twee ovens en een magnetron. Daarbij opgeteld een espressomachine die de hele dag zijn rondjes draait en dan hier en daar nog wat andere energie-verslurpende dingen. Computers bijvoorbeeld. Meerdere dus. Ik ben iemand die niet zonder stroom kan, zo simpel is het. Een stroomjunkie. En het is pas nú dat ik me dat besef. Raar.
Maar het écht rare ervan is dat ik, in vergelijk, niet eens zoveel stroom verbruik. Dat blijken anderen ook te doen. In mijn geval gaat het om gas. Ik verbruik veel meer gas als een ander. En gas is warmte; gas is een warm huis, warm water, gas is koken. En dat snap ik dus niet. Douche ik dan te vaak? Is het mijn kookhobby? Of moet ik dan een trui aan? En de verwarming op het toilet helemaal op nul zetten? Ook als het tien graden vriest? Ben ik een lui beest wat zich te veel, en te vaak, wentelt in de warmte? Het lijkt er op.
Ik ga de komende dagen op zoek naar alle kieren; op zoek naar alle warmte-lekken. Ik ga mijn energie-rekening eens flink te lijf. Ik begon gisteren met het ophangen van gordijnen in de keuken. Het is niet veel; dat weet ik ook. Maar komende dagen ga ik écht scoren. Over een paar dagen ga ik, maar ook mijn lieve vriendin, geheel ingepakt in een pyjama, mét sokken, en slaapmuts, naar bed, in de wetenschap dat ik het doe om minder energie te verbruiken. Ik wacht de reactie van mijn vriendin dan maar even af. Veel meer als “Brrrrr...” zal het niet zijn. Want het was zij die me op het idee bracht. Ik heb een groene, maar binnenkort ook bibberende, vriendin.
Franz. | 9-02-09 omhoog
|

Illustratie: Margot Westermann www.solomoos.nl
|
Brand
Ik had ooit brand in mijn computer. Het verhaal is geheel hilarisch. Het gebeurde heel wat jaren geleden maar zo nu en dan steekt het verhaal weer de kop op en vertel ik het met veel plezier. En gelukkig zit het in mijn hoofd, in mijn eigen, gewone, geheugen, gegrift, zelfs.
En dat kan ik niet zeggen van veel andere zaken. Die bewaar ik in mijn computer, zoals, inmiddels, zoveel mensen. Voor ons bewaarden onze ouders en grootouders en zeker hun houders, alles wat ze wilden bewaren op papier. Schrijfpapier, fotopapier en ook waardepapier. Veel papier dus; de wereld draaide er om. Tegenwoordig zijn het bits; heet het data. Ooit op ponsband, toen op een floppy, toen kwam een disk, en nu staan belangrijke zaken zelfs op miniscule stokjes of kleine stukjes plastic; zoals in mijn mobiele telefoon. Twee Gigabyte. In mijn telefoon. Met twee Gigabyte aan brieven of fotoos kun je een forse koffer vullen. En ik heb inmiddels heel wat meer; of; en daar gaat het om; ik hád heel wat meer. In mijn computer. En dit keer vloog hij niet eens in de brand.
Stel je voor, even tussendoor, je koopt een computer. En ik kocht dat ding al een tijdje terug. Toen die dingen nog een beetje bijzonder waren. Een hele hippe; me heel veel toeters en bellen. Van een goede vriend; hij deed in die dingen. Op de eerste avond installeer ik dat ding thuis en zet hem aan. Alles nieuw en blinkend. En alles ging goed tot dat dat ding netjes meld dat er een snoertje niet goed zit; hij kan iets niet vinden. OK; kan gebeuren. Dus, brutaal als ik ben schroef ik dat ding open en ontdek een loshangend snoertje. Maar waar het precies in moest kon ik niet vinden. Dus; wat doe je dan? Dan bel je iemand die er wel iets van weet. Mijn grote vriend dus. En verdomd; hij is thuis en weet precies wat er aan de hand is. No problemo. Gewoon weer aansluiten. Nu was ik wel brutaal begonnen maar hier begon ik toch te twijfelen. Maar goed; op aandringen van mijn grote, en zeer deskundige, vriend sluit ik de boel weer aan en schroef de boel weer dicht. Niets aan de hand hoor ik vanaf de andere kant. Gewoon weer aanzetten. OK. Ik steek de stekker er weer in en schakel in. Het apparaat gaat aan. Zoemt en snort; klikt en klakt. Alles leek goed te gaan. Totdat er rook uit kwam. Eerst een beetje en ik denk nog aan een smeulende sigaret; maar nee. Toen ietsje meer rook, en met een vreemde chemische geur. Brand. Dus. Ik heb nog steeds mijn grote vriend aan de telefoon en meld dat er rook uitkomt. Hahahaha. Hoor ik aan de andere kant. Wat een goede grap. Maar als ik vertel dat de rook nu toch wel meer wordt, vergaat hem het lachen. Ja, ik bedoel dat er écht rook uitkomt. Ik zal u zijn getier en gevloek besparen.
Uiteraard het enige wat ik nog kon doen was de stekker er uit trekken. En het raam open zetten. Laat ik besluiten met op te merken dat we elkaar nog steeds zien. Hij doet overigens nu iets anders. Dat was een verstandig besluit van hem.
Brand, dus. Échte brand is dan ook niet leuk. Als alles wat je hebt, is verbrand. Lijkt me echt afgrijselijk; om tussen de verbrande resten van je huis te lopen.
Afgelopen weekend ging mijn computer op tilt; hij weigerde dienst; hij was aan het afbranden. Toen het vuur gedoofd was; ik een virus had kunnen verwijderen; kon ik tussen de puinhopen op zoek naar restjes, naar wat er niet verbrand was. Hier en daar vond ik wat; wat fotoos, wat stukjes met schrijfsels. Maar veel was in as. Heel veel. Een briefwisseling met een verre neef in Canada bijvoorbeeld. Ik heb de beste man nooit ontmoet maar toch. Ik ben een stukje van mijn leven kwijt. En dat niet alleen. Ik ben ontroofd van al mijn adressen, van al mijn vrienden. Mijn familie. Het is een rare gewaarwording.
Mag ik u voorstellen, mag ik u bidden? Mag ik u, als eenzame, verdrietige buurman, een wijze raad geven? Mag ik u behoeden voor brand? Voortaan ga ik zo nu en dan wat dingen bewaren onder mijn bed. Gewoon in een schoenendoos. Want de kans dat mijn, of uw, huis, afbrand, is, tegenwoordig, zo veel kleiner als dat een computer weer eens op tilt gaat. We zijn met z’n allen zo afhankelijk van die dingen geworden dat het niet meer leuk is.
Ik koop weer een mooie pen. Ik ga weer brieven schrijven, ouderwets. En zet een emmer water naast mijn bed en computer. Je weet maar nooit.
Franz. | 29-01-09 omhoog
|

Archief: Brand door vuurpijl in de Daendelsstraat 2005
zie ook: Online backup in Lombok
|
IJS!
Het zal u niet ontgaan zijn. Het is winter en we willen het weten ook. Ik lees net in een Algemene Krant dat een Schaatstocht ergens in een polder geheel uit de hand is gelopen omdat er veel te veel schaatsers op kwamen dagen. Tja; dat hadden ze natuurlijk kunnen weten. Al dagen lang kun je geen Journaal bekijken of beluisteren of het gaat over het weer. IJs, sneeuw, ijzel en alle andere gladheid veroorzakende zaken zijn reeds gesignaleerd.
Zelf fietste ik van de week nietsvermoedend richting de supermarkt en belandde op een perfecte IJsvloer. Terwijl om mij heen ouders met kinderen aan de hand, zich met moeite staande probeerde te houden, en auto’s tegen de stoepen glibberde, reed ik dapper door. Want dat kun je dan maar het beste doen; net doen alsof er niks aan de hand is en warempel, verderop was de IJzel weer weg en haalde ik de winkel zonder botbreuken. Ik nam met een volle boodschappentas echter geen risico meer en fietste daarna een blokje om. Zo’n held ben ik dan ook wel weer. En toen ik vanochtend over de Muntbrug fietste zag ik ze al vegen. Er werd een heuse baan geveegd op het IJs bij de Munt. Wel dapper. Want zelf leek het me nog een beetje link.
Niet dat het me iets uitmaakt. Ik heb lang geleden mijn schaatsen reeds aan de wilgen gehangen. Daar had ik geen talent voor, schaatsen. Zelfs na de aanschaf van een paar stervensdure lage Vikings, “op zulke schaatsen kan iederéén het!”, wilde het niet vlotten. Een keer reed ik een wat langer stuk; tussen twee grote sterke vrienden in; aan een stok. Heel ouderwets. Toen ging het wel mooi. Zo door de polder heen, met een soepel vaartje; dat is natuurlijk helemaal schitterend. Ik kan me al die mensen dus wel een beetje voorstellen. Maar anderzijds zul je met een bebloede kop afgevoerd moeten worden; of met een gebroken poot, bevroren tenen. Het fenomeen wordt, zoals met zoveel dingen, ook wel weer heel erg geromantiseerd. En ieder kind met een beetje sportieve ouders wordt ook het ijs opgesleurd natuurlijk. Ik had ook zo’n vader. “Ja , jongen! Dat moet je jong leren!” Nou, bedankt Pa. Welgeteld één keertje lol aan beleefd, de andere keren bleef het bij spartelen, horken en vooral veel, heel veel, koude tenen. Sindsdien hou ik het bij Vanille-ijs.
Tot slot nog een paar ideetjes. Kunnen die woonbootbewoners niet het ijs besproeien ‘s nachts? Zodat de volgende morgen het ijs weer mooi glad is? En kan de Beheergroep Muntplein niet een Koek en Zopie openen in het brugwachtershuisje?
Dan kom ik daar wel warme koffie, worst en soep verkopen, met een paar dikke sokken in mijn moonboots. Kan ik meteen al die arme kinderen troosten die er helemaal doorheen zitten...
Franz. | 07-01-09 omhoog
|

|
2008
|
|
Trend
Ben je trendy als je iets doet wat er in opkomst is? Wat hip is? Of deed je het al? Dacht je zelfs, van jezelf, dat je ouderwets bezig was? En nu blijkt het zelfs een “trend” te zijn.
Ik luister naar de radio en hoor een hele oude Soulzanger zingen over de jeugd van toen. Dat ze niet meer naar hun pappies en mammies wilde luisteren. En dat toen hij klein was, dus nóg langer geleden, dat niet zo was. Een brave man; dat kan niet anders. Wel heel hip, destijds. Zijn die ouders die hun kinderen bij hun oor naar het politiebureau brachten afgelopen week, dan ook hip? Vind ik wel. Laten we het een “trend” maken, laten we het híp maken. Dat ouders niet meer alles pikken van hun kinderen en zich realiseren dat ze enorm ouderwets zijn. “Zero-tolerance” vind ik weer een te besmette term daarvoor. En dekt de lading ook niet. Misschien gewoon zoiets als “GeenGedis”of “Oorpakken”. Je dist niemand; en vooral je ouders niet. Je respecteert hen. Bent een brave jongen, of een braaf meisje. En je bent daarmee geheel hip. Trendy. En hou je je oren heel.
Ik bak olie-bollen de dag voor oudjaar. Breng een schaaltje naar mijn schoonouders. Deel uit aan de buren. Deel mijn champagne. Ben lief voor iedereen. Ik dacht, eerder vandaag, dat ik ouderwets was. Dezelfde radio, van die zanger, meldde mij dat ik dat níet ben. Ik ben “tréndy”. OK. Dat moet dan maar. Het toeval wil dat ik mijn kind ook opvoed als een ouderwetse vader. Dat bracht me op bovenstaand stukje. Ik werd ooit aan mijn oor gepakt toen ik iets had gestolen. Dat werkte heel goed. Daarom bak ik nog steeds braaf oliebollen. En vele volgen me, blijkbaar. Oliebollen bakken is weer hip. Zegt de radio. Wat is een trend? Wat is simpelweg sociaal doen?
Na het “Pantoffel-gooien” verklaar ik de “Oorpak” aanpak (“je moet zo nu en dan effe goed oorpakken!”) tot een trend voor het komende jaar en spreek daarbij de wens uit dat we dat ook maar heel lang mogen volhouden. Weg met de a-socialen en meer aandacht voor elkaar.
Ik wens U, en al Uw kinderen en ook hún kinderen, een schitterend nieuw begin!
Franz. | 31-12-08 omhoog
|

Autobrand in 2003 foto C. Smit
Reacties naar: franz@lombok.nl
|
Eet Feest
Hoe zou het toch komen dat we, bij feesten, allemaal ineens gaan eten? Het is natuurlijk wel te verklaren vanuit onze eigen, menselijk, historie. Want vroeger waren we allemaal arm. Woonden we in hutten en ploeterden we het hele jaar gewoon door. En dan was er die éne dag dat het feest was en dan vertaalde zich dat in een keertje lekker eten; iets wat je anders; de rest van het jaar; niet deed.
Feest is jezelf oraal verwennen, blijkbaar. Is het Kerst; is het het einde van de Ramadan; is het het einde van de vasten voor Katholieken; is het het Offerfeest; Pasen, Thanksgiving, Poerim, Diwali, het zijn allemaal dezelfde soort eet-feesten. Daarin zijn we allemaal weer gelijk en dat is een verheugende conclusie, vind ik. Iedereen, over de hele wereld, viert soms feest. Slacht vervolgens een beest, geeft een stukje aan de armen, en eet de rest op.
Ik deed van de week toevallig mijn boodschappen een keertje bij een extra grote Super-markt aan de andere kant van de stad. Ik was geheel verbaasd over het aanbod van kant en klare Super-gerechten. Echt Super-gerechten zoals een Herten-gebraad in een super-makkelijke kant-en-klare super-braadschaal met alles er, super, op en aan. Van Amuse tot Toetje; alles stond al klaar. Te wachten om verkocht te worden. Gigantisch. Elk jaar komt er super-meer. En wordt er meer verkocht, dus.
Kookt er dan niemand meer zelf? Doen we alleen de oven of de magnetron nog aan? Trekken we het uit de IJskast? En eten we dan ook van kartonnen bordjes? Wegwerpbestek? Plastic glazen? Geen damast maar papier? Het zal toch niet?
U weet van mij dat ik ook van lekker eten hou, maar dit gaat me toch echt te ver. Want bij lekker eten hoort, wat mij betreft, ook het koken en alles wat er bij komt kijken. En we mogen ons hier in West gelukkig prijzen met een winkelaanbod waar menige wijk jaloers op mag zijn. Dus, wat let U? Misschien ben ik ouderwets en sta ik graag een paar dagen in de keuken; ik geef toe; dat is ook weer wat veel van het goede.
Ik las ooit een boek over iemand die beweerde dat je net zo lang over het opeten van iets moest doen, als dat het duurde om het klaar te maken. Dus ingewikkelde gerechten dienden vooral langzaam genuttigd en men zat soms uren en uren aan tafel. En als je snel iets wilde eten? Dan maakte je dus wat simpels klaar. Het lijkt een andere tijd. Letterlijk en figuurlijk. Want als je je met het kant-en-klaar eten van tegenwoordig aan die regel wilt houden, heb je een fors probleem. Want hoe prop je vier gangen binnen een half uurtje naar binnen? Zijn we op zo’n feestdag dan nog steeds zo druk, druk, druk? Ik hoop het niet voor u.
Maar goed; laat ik u desalniettemin een aantal mooie, en ontspannen, dagen wensen. En, doe het rustig aan, ook voor volgend jaar...
Franz. | 24-12-08 omhoog
|

Reacties naar: franz@lombok.nl
|
Donkere dagen
Volgens mij heeft niemand zin om zijn bed uit te komen, deze tijd van het jaar. Te donker. Te koud. Te ongezellig. Te, tja, te alles. Geen zin. Geen drive. Geen inspiratie. Geen, niks, donker, koud. Een mens kan daar toch niet tegen? Ik in ieder geval niet. Ik slaap het liefst, een groot deel van de dag. Láát opstaan, een middagdutje, en weer vroeg onder het dekbed gekropen. Met een boek. Ik probeer de wereld ver van me te houden; ik duik onder. Ik werk zo min mogelijk en verschuil me achter het feit dat iedereen met andere dingen bezig is; zoals de Kerst.
Vorig jaar was ik met Kerst in Madrid. Het Kerst-diner aten we bij een Chinees. Die was nog open. De rest van de stad zat thuis, bij de Kerstboom. Het was een soort louterende ervaring. De ober sprak geen Spaans. Wij geen Chinees. Geen Kerstboom of Bal in beeld. Het eten bestond uit een verzameling bijzondere, voor ons meest vreemde, kale hapjes. Allemaal lekker; dat moet gezegd. Maar het gaf Kerst een heel andere dimensie. Wie at ooit zijn Kerstdiner met stokjes? En dronk groene thee?
Ook de wandeling terug naar ons hotel, door een totaal verlaten stad, was bijzonder. Ook de hoeren die steevast op de hoek van de straat van ons hotel stonden zaten blijkbaar ergens binnen. En ook de volgende morgen; we waren er vroeg bij; bleek de stad ontdaan van haar drukte. Bussen waren leeg. We liepen langs de oevers van de rivier. Gelukkig scheen de zon. Het was een rare Kerst. In Madrid. Vorig jaar.
Ik ga graag weer; dit jaar. Ware het niet dat er nu een pak sneeuw ligt. Misschien Athene? Is het daar wél lekker weer?
Franz. | 17-12-08 omhoog
|

Reacties naar: franz@lombok.nl
|
Bid en werk
Hoe zullen we het nieuwe schip wat onlangs werd afgemeerd in de wijk, bij de JP Coenbrug, eens gaan noemen? Ooit lag daar het oude schip “Ora et Labora” wat zoveel betekende als “Bid en Werk”. Helaas moest dit schip plaatsmaken voor deze nieuwe drijfdoos, waterwoning, floating flat, of zelfs Ark.
Gezien het formaat van dit ding moet ik toch denken aan échte schepen; van die enorme grote bakken zoals de QE II of de SS Rotterdam. Of is het gewoon een soort super-tanker zoals die van de Shell? In verhouding met wat er eerst lag, zeker wel.
Sommigen van u zullen zich het gebouw van de verzekeringsmaatschappij “De Utrecht” nog wel kunnen herinneren. Dat stond ooit waar nu de Media-Markt is. Het moest verdwijnen omdat Hoog Catharijne werd gebouwd. Het was een monument en een prachtig voorbeeld van hoe er toen werd gebouwd; Art Nouveau. Plat ging het. Beton er overheen.
Het nieuwe schip is, hoe kan het dan ook anders, óók van beton. Met een plastic opbouw. Het is een soort Hoog Catharijne in het klein. Eigenlijk is het een soort Titanic. Ook daarvan zei men dat het kon, totdat het onmogelijke gebeurde.
Maar er is hoop; ook Hoog Catharijne wordt weer gesloopt. En het lot van de Titanic is ons ook allemaal bekend.
Dus, voor nu, tenzij u een betere naam weet; doop ik deze doos; de Titanic II.
Nou nog ergens een IJsberg vandaan zien te halen.
Mijn inzending is.... Mail je reactie naar: franz@lombok.nl
Franz. | 10-12-08 omhoog
|

Hoe zullen we het nieuwe schip wat onlangs werd afgemeerd in de wijk, bij de JP Coenbrug, eens gaan noemen? Mail je reactie naar: franz@lombok.nl
|
Dág Annemarie.
Stuurloos! Dát worden we. Utrecht West gaat haar ondergang nu snel tegemoet. Het zal daarbij ook nooit weer goed worden, ook nog eens een keertje. Onherroepelijke schade gaan we oplopen als buurt. Terug naar de donkere dagen, er zal een volksopstand komen, we gaan teleur. Het einde der dagen is nabij!
We zullen afglijden, letterlijk en figuurlijk. Rampspoed zal over ons allen komen. De pleuris zal uitbreken. De wijk zal branden; geloof me. We gaan absoluut tot rampgebied verklaard worden. Hele volksstammen zullen per boot de wijk uit vluchten. Ze zullen roeien voor hun leven! Een ander deel van de bevolking zal bedolven worden onder het stof. De krediet-crisis is er niks bij; alle winkeliers gaan failliet! Iedereen met nog een greintje besef voor wat voor soort van moraal ook, zal versteld komen te staan. Barricades op strategische verkeers-punten in de wijk. De klinkers zullen vliegen! Rondom de wijk wordt een cordon aangelegd. West als No-Go Area. De rest van de wereld zal voortaan sidderen bij het horen van het woord “Lombok” en trillend onder de tafel duiken. Jaja. We gaan roerige tijden tegemoet; dat u het weet. Zelf heb ik al een paar voorzorgmaatregelen getroffen. Ik ben niet gek. Mijn kelderkast zit al bijna helemaal vol. Ik heb een voorraad batterijen waar ik zelfs mijn vrieskist 6 maanden op kan laten draaien. Overigens moet die ook nog vol. Ik reken op minstens stroomuitval; vervolgens gaat het water, en het gas er ook af. En zelfs de TV gaat op zwart. Mobiele netwerken verdwijnen en de glasvezel van Lombok wordt opgeblazen. Koud, donker en stil zal het worden. De rebellen zullen zich terugtrekken op het Bankaplein en Kanaalzicht wordt het centrum van het verzet met de sluisjes als plek voor onze eigen marine. Het kanaal verderop wordt geblokkeerd door een paar woonboten af te zinken. Douwe Egberts schakelt over op het produceren van Super-koffie om iedereen wakker te houden. De Gamma wordt geplunderd. De Munt wordt al snel opgeblazen door een gemeentelijk commando-team om te voorkomen dat we ons eigen geld gaan slaan. De Lom-buck. Utrecht West zal nooit meer hetzelfde zijn. Rokende puinhopen zullen achterblijven; de bevolking uiteindelijk totaal gevlucht. Op een stelletje hard-core Lombokkers na. Die vormen samen een klein legertje en strijden door. Zij verdedigen het laatste erfgoed van de wijk vanuit het Volksbuurtmuseum. Totdat ook zij moeten opgeven. Het is dan ergens eind volgend jaar. De winter valt in en zij kunnen zich niet langer verweren; ook hún laatste sprankje hoop wordt de natte sneeuw ingetrapt. In een laatste poging tot verweer blazen zij, symbolisch, de molen op. Hun laatste bericht verschijnt op het door hun gehackte elektronische bord bij de kop van Lombok en als een gemeen virus op het Internet, vermomd als Wijkbericht. Voor vele computers op het Catharijne-net de nekslag. De stad heeft er nog maanden last van. Ook de gemeente raakt aan de rand van de afgrond; in hun val sleuren ze vele clubs en organisaties mee. Het SUWO zinkt. Portaal gaat failliet en Douwe Egberts besluit haar Utrechtse geboortegrond voor eeuwig braak te laten liggen. Utrecht West wordt een soort nucleair rampgebied; een soort Tsjernobyl.
Nog lang zullen de hekken om onze wijk staan. Utrecht zal voor heel veel jaren, eeuwen, nooit meer hetzelfde zijn. Het laatste bericht, ontvangen van de rebellen, luidde als volgt; “Annemarie! Alsjeblieft! Kom terug! Red ons!”
Franz. | 3-12-08 omhoog
|

Archieffoto: Wijkmanager Annemarie Reintjes bij de opening van het Wijkservicecentrum
|
Blik-vol.
Als je oude fotoos van de buurt bekijkt, eigenlijk van élke oude buurt, dan valt je meteen op dat de straten zo leeg zijn. Of er staat zelfs nog ergens een Aardappelenhandelaar met een kar, met een paard. Zouden de stedenbouwers en architecten van weleer ooit bedacht hebben dat de straat vol zou komen te staan met metalen obstakels? Of konden ze zich dat helemaal niet voorstellen?
In veel nieuwe wijken zie je dat de auto’s een eigen plek hebben gekregen. In veel oude wijken, zoals de onze, is dat helaas niet meer mogelijk. Tsja, tenzij je nu een deel van de woningen gaat slopen maar dat gaat ook wel weer erg ver. Kortom; veel auto’s in nauwe straten en straatjes. Op hoeken, op stoepen. Schuin in de kanten. Bijna op elkaar. Op kruisingen. Overal. En het liefst bij iedereen voor de eigen voordeur. En ook nog het liefst gratis.
Daar lijkt verandering in te gaan komen. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat we dit met z’n allen allemaal maar leuk blijven vinden. Dat er toch een flink aantal bewoners is die wel weer terug willen naar de lege straten en vooral lege stoepen.
Met meer ruimte voor van alles. Ruimte voor kinderen; ruimte voor gewoon een fiets tegen je gevel zonder dat je daarmee gelijk alles blokkeert. Ruimte.
Elk plein moet vol met bloembakken of met een beeld, een fontein. Elk open veld moet een boom in. Elke sloot moet een brug over. Niets mag meer leeg zijn. Of open. Het is alsof we als moderne stadsbewoners bang zijn geworden voor open ruimten. Ook het Westplein, als het ooit weer leeg zou worden, moest weer worden bebouwd. Vol-plempen; dicht-breien. “Efficiënt gebruik van de spaarse ruimte in de al zo volle stad”; zo heet dat onder hedendaagse stedenbouwers.
Nu; het is een contradictie. Welke ruimte? Bouw nu eens een keertje niks; laat de ruimte nu een keertje leeg. Pleinen zijn er om leeg te zijn, en straten ook. Ik ben niet tegen auto’s, maar wel voor meer ruimte. Dus nu weet u ook hoe ik zou gaan stemmen als ze het mij zouden vragen; in Lombok-Zuidwest. Ruimte, en hoe meer hoe beter.
In het Engels zeggen ze “Can-full”. Zo vol als een blik. Hier is het dus ook zo vol als in een blik; maar dan ook nog, mét blik.
Franz. | 27-11-08 omhoog
|

|
Mengen
Weet u wat? Ik maak wel eens een sausje voor de sla. Dan doe ik wat olie en azijn in een potje. Met soms nog meer natuurlijk; kruiden en zout en peper, en zo verder.
En dan schudden. Ik heb zo’n klein jampotje met een stevige deksel. Past goed in de hand en ik schud me dan ook suf. Een minuut, twee. Prachtig wordt het dan; een schitterend sausje voor over de sla. Maar. Een half uurtje op het aanrecht en je kunt opnieuw schudden. Sommige zaken mengen niet; hoe hard je ook schud. Of hoelang je ook schud. Maar voor éven geeft het iets fantastisch; een romige, prachtige, heerlijk smakende sla-saus.
En als je dat zo zou willen houden? Dan moet je blijven schudden. Niet meer stoppen; niet meer wegzetten op het aanrecht. Een mooie mix is hard werken.
Dat bedacht ik me toen ik het verhaaltje las over de Parkschool. De kinderen en hun Papa’s en Mama’s daar krijgen van mij allemaal een “Zeer Goed” voor hun inzet. Blijven schudden daar op die school, ga zo door.
Franz. | 26-11-08 omhoog
|

|
Kroeg
Ik kwam er laatst achter dat er vroeger een kroeg zat op de hoek van mijn straat. En dat betekent dus dat de bewoners van onze huizen, vroeger, met elkaar een biertje of een borreltje dronken. Gewoon op zo’n hoek van de straat. Er waren er meer; kroegen dan. Hier in de buurt.
Mijn verhaal gaat eigenlijk over de historie van de plek waar je woont. Daar zijn uitermate dikke boeken over geschreven; films en documentaires over gemaakt. Dit Hollandse kikkerlandje; deze stad; deze buurt en misschien wel zelfs over uw eigen straat. En mocht u ooit zijn gaan wonen in een beroemd huis; ik noem maar wat; Wim Sonneveld werd hier vlakbij geboren; en u woont daar; dan weet u dat vast.
Mijn stelling is dat je als je iets weet van de buurt waarin je woont; dat je weet wat voor winkel er ooit op de hoek was; hoe het café heette; wie jouw huis ooit heeft laten bouwen; dié kennis en dát begrip; dat is respect.
Respect. Waardering voor iets waar je nu nog steeds op verder bouwt.
Zo kunnen de oude, bijna vergeelde, sporen van een lang verdwenen kroeg op de hoek van de straat je bewust maken van waar je woont. En wie je bent.
Franz. | 19-11-08 omhoog
|

|
De Molen
Het is een beetje als de wens dat Drenthe weer vol komt te staan met plaggenhutten en dat we weer terug gaan naar de tijd van de aardappeleters; van Van Gogh. Het gaat over een soort romantiek die er ooit leek te zijn; het gaat over het romantiseren van een tijd die, feitelijk, helemaal niet zo leuk was. Vroeger was het helemaal niet leuk. Want wie wilde er nu wonen in een plaggenhut, op de hei? Niemand toch? Het was hun ellendige en miserabele lot.
Net zoals met die molen. Want wie wilde er nu werken in een middeleeuwse contraptie die zijn beste dagen al lang had gehad? Waar het buffelen was? Waar machines al lang deze oude houten toren hadden vervangen? De molens van dit land waren, en zijn, een anachronisme. Toen, en nu. De meeste zijn dan ook verdwenen.
Koren malen, of hout zagen met een windmolen is totaal achterhaald. Niemand zal dat ontkennen. En toch staat er zo’n ding in de wijk. Sterker nog; ze hebben dat oude ding; ooit gesloopt; weer voor heel veel geld terug gezet. Toch vreemd. Want; ik noem maar wat; het is niet een erg ARBO-vriendelijk ding; moet om de paar jaar geschilderd; maakt herrie; bomen in de buurt dienden gekapt vanwege de wind en wat hebben jij en ik er aan? Niks toch? Als ze nu hout verkochten tegen een lagere prijs als bij de Praxis of de Hubo? Helaas. Ook dat is niet het geval. Overigens zou dat, met alle subsidie die ze in dat ding hebben gestoken, wel mogen.
Een met subsidie gebouwde gigantische zaagmachine die voor de kat’s viool zaagt. Nou ja; je kunt er zakjes open-haard-hout kopen. Dáár zaten we op te wachten.
Doe eens wat zinnigs met die molen wil ik maar zeggen. Zaag planken voor een nieuwe mooie steiger aan het kanaal; deel houten vogelhuisjes uit; geef een cursus figuurzagen; bouw roeiboten! Doe eens wat zínnigs met dat ding!
Franz. | 12-11-08 omhoog
|

Toevoeging door Lombox:
Cultureel programma van de Molen: kijk hier
Columns van de molenaars: lees hier
Naast culturele activiteiten voor en door bewoners uit Lombok (CNS) is de molen te huur voor vergaderingen, feesten en partijen. Sinds kort wordt er elke eerste zaterdag van de maand ambachtelijk bier gebrouwen.
|
De Melkfabriek
Een geheel uit de stad verdwenen fenomeen is de Melkfabriek. Vroeger stond er hier eentje vlakbij. In de Bankastraat. Een groot geel bakstenen gebouw met grote deuren en alles van binnen betegeld. Ik kwam daar als kleine jongen regelmatig als ik onze Melkboer hielp.
Melkboer Wim van Gent. Hij had samen met zijn vrouw zijn winkel in Oog in Al; aan de overkant van het kanaal. Hij maakte deel uit van een geheel uitgestorven ras middenstanders. Op veel hoeken van straten zaten ze; vooral ook hier in de buurt. Slagers; groenteboeren; kruideniertjes; bakkers; sigarenboeren en hier en daar een drogist. Samen met Wim reed ik op de bok van zijn kleine kar vanuit Oog in Al naar de Melkfabriek voor melk, karnemelk, yoghurt, vla en alle andere melkproducten. In die tijd had je ook nog “losse” melk. Die kon je tappen uit een grote glimmende tank die op zijn kar stond. Ik heb die handel heel wat keren overgehaald. In het kijkglas kon je zien dat er weer een halve liter klaarstond om afgetapt te worden. De handel naar links; plons; de handel weer naar rechts; en plons ging de melk in de melkkoker die je dan zonder te morsen weer naar de mevrouw bracht die in haar deuropening stond te wachten. Doosje eieren; pakje boter en soms ook het stuk kaas wat zij de vorige dag besteld had. Alles werd nauwgezet bijgehouden in een boekje en aan het einde van de week werd er afgerekend met de meeste klanten. Op een bepaald moment kreeg ik ook een leren tas met wat muntgeld; ik was maar wát trots.
Maar het mooiste moment was toch hier op de ophaalbrug als we met een volle kar terug naar ons buurtje reden. Het kleine motortje trok het soms niet en dan sprong ik er af om te duwen. Om daarna weer achter de kar aan te rennen en op de bok te springen. Op weg naar weer een mooie dag met Wim.
Franz. | 5-11-08 omhoog
|

|
Apies kijken.
Onvermoeibaar loopt hij als een moeder de Gans over de Kanaalstraat met in zijn kielzog een kluitje gasten. Al jaren. En nu was het een tijd geleden nog grappig. Nu vind ik dat hij eigenlijk naar Overvecht moet; of het Kanaleneiland. Dat hij dáár een leuke wandelroute uitzet voor zijn gasten; dat hij daar apies gaat kijken. Want zo komt het toch een beetje over.
In het Engels hebben ze daar een woord voor; “slumbing”. Dat betekent zo veel als een leuk bezoekje brengen aan een achterbuurt. En dat heeft natuurlijk wel zijn aardige kanten; dat moet ik toegeven. Op vakantie zoek ik ook de minder populaire wijken van, bijvoorbeeld, Madrid op. Maar ik moet toegeven dat ik me dan ook laat leiden door het feit dat zo’n wijk aan het opkrabbelen is; dat het in zo’n wijk eindelijk een beetje beter aan het gaan is. Want dan heeft zo’n bezoekje ook zin alhoewel ik meteen moet zeggen dat vakanties niet zo veel met zin te maken hebben maar ik dwaal af.
Een bezoekje brengen aan de Kanaalstraat was ooit voor veel mensen een noodzaak. Je kon er producten en spullen krijgen die je in de weide omtrek van Utrecht niet kon krijgen. Zo trokken veel mensen uit de hele regio op zaterdag naar Lombok om daar hun, ook gewone, boodschappen te doen. Want welke slager in, pakweg, Benschop of Tienhoven, had, of heeft, nu zoveel keus aan Lamsvlees? Of waar koop je, ik zag ze net nog, verse dadels? Dat feit verklaarde ook de enorme auto-overlast in de buurt. Want je gaat niet met de bus vanuit Zeist heen en weer voor al die spullen; nee; die kieper je achterin je auto natuurlijk. Maar dat was vroeger. Nu zijn er ook in IJsselstein en Maarssen winkels met die spullen en lekkernijen en je zou denken dat wij, moderne Nederlanders, er wel aan gewend zijn. Maar nee. Zo stond ik onlangs in een winkel op de Kanaalstraat tussen kisten mooie groenten toen een jongeman mij met grote ogen vroeg wat dát nu weer was. Hij wees naar een krat frisgroene krulsla. Lollo Biondo; voor de kenners. Maar wel gewoon sla. Hij keek erbij of hij het nog nooit gezien had. Dus ik zeg; “Krulsla.” Nu; er ging een wereld voor de beste jongen open. Maar toen vroeg ik me ook af; waar komt die jongen vandaan? Hoe is hij hier verzeild geraakt? Ik denk dat hij een toerist was in eigen land. Middagje Lombok. Net zoals die mensen die in een kluitje over de Kanaalstraat wandelen achter hun gids aan. Die zijn een dagje uit. En natuurlijk snap ook ik dat het goed is voor van alles, maar ik voel me ook een beetje; tja; bekéken.
En denk ik dat we deze toeristenstroom voortaan naar een ander deel van de stad moeten dirigeren. Dat Overvecht nu aan de beurt is om populair te worden; of Zuilen. Lombok is normaal; voor mij althans. En ik zou bijna zeggen; laat me met rust; pleurt op; gaat elders apies kijken. Laat al die ambtenaren, welzijnswerkers, programmamanagers, consulenten, hulpverleners, beleidsmakers, trendologen, politici, raadsleden, en wat dies meer zij voortaan op Zuilen gaan wandelen. Met onze eigen wijkgids voorop; ziet hij ook weer eens wat nieuws. Geef ik hem zo’n vlaggetje op een stok net zoals die Japanse Gidsen in Amsterdam. Vind hij vast heel mooi.
Franz. | 29-10-08 omhoog
|

Archieffoto uit 2005
|
Herfst; en mijn buurman kan het dak op.
Gisteravond controleerde ik mijn dakgoten. Sinds ik een huis heb met dakgoten hoort dat erbij. Daar kwam ik overigens een paar jaar geleden eigenlijk pas achter toen het water mijn gang in liep. Onder de voordeur door. Vanaf de straat.
En nu ben ik niet zo’n drieste doe-het-zelver die meteen in zijn rubber laarzen springt om de stoep op te breken, of om het dak op te gaan. En vooral niet als het ook nog een keer hartstikke hard plenst, stormt en bliksemt buiten. En dat weer los van mijn hoogtevrees. Ik durf nauwelijks uit mijn slaapkamerraam te kijken; laat staan klimmen. Maar helaas; als huisbezitter; en van een huis met regenpijpen en dakgoten; zal ik dus zo nu en dan al die enorme bladeren, die vooral door de platanen en de andere bomen in de buurt worden verspreid, uit die dakgoot moeten vissen. Herfst. Dat betekent dus dakgoten. En die zijn van mij. En mijn buren. En hun buren weer. Via die goten zijn we dus met z’n allen hier in het blok een soort van met elkaar verbonden. Een soort kleine Deltawerken op dakhoogte.
Ik verbaasde me enige tijd geleden over het feit dat een van mijn buurvrouwen verderop niet wilde dat het water uit de goot van haar buurman via háár regenpijp zou worden afgevoerd. Hij moest maar zelf een regenpijp kopen. Ze dreigde zelfs een dam aan te leggen in de goot. Het was alsof ik een of andere crisis tussen Noord en Zuid-Korea zag. Júllie lucht mag niet over óns land waaien. Jullie vogels mogen niet over de grens vliegen. Dan schieten we ze neer. Totale gekte. De gekte van de goten.
Ik hou van de herfst en de winter. En wat ik écht leuk vind; mijn buurman het dak op jagen tot hij met z’n ellebogen in de rottende bladeren zit. Terwijl ik lekker beneden sta. Ik veeg tenslotte de stoep. En daar over een andere keer weer meer. Want als onze goten onze waterwegen zijn dan zijn onze stoepen ons wegennet. De straat is de wereld in het klein. Helaas voor die buurman dat hij nou net naast een principiële goot-fundamentaliste woont.
Franz. | 22-10-08 omhoog
|

Archieffoto: Herfst in de stad: luister verder
|
De brug.
De brug tussen de Laan en de Kanaalstraat ken ik goed. Ik woonde er ooit pal naast; op het hoekje van de Billitonkade. Ik kan me herinneren dat er ooit, 20 of meer jaar geleden, toen ik daar woonde, iets mis ging met de brug. Elke keer dat de stadsbus over de brug reed dénderde het door mijn woonkamer. Het trilde en schudde. Kaboem, kaboem en Dengeredéng.
Er was iets mis met het wegdeksel. Dat lag een soort van los. En het was een soort van dubbel jammer. Want niet lang daarvoor hadden ze deze brug een nieuwe verflaag gegeven. En iemand was op het idee gekomen om deze brug een soort van “polychroom” uit te voeren. Polychroom is een moeilijk woord maar ik kende het uit mijn studie; de nu saaie beelden in, onder andere, Egypte waren ooit, eeuwen geleden, in vele kleuren, poly betekent veel; geschilderd. Chroma betekent dus kleur. De brug stond wat mij betreft voor veel dingen. De verbinding tussen de twee buurten; iets waar niemand anders over na leek te denken. En nog steeds niet. We hebben het over Lombok. En dat is natuurlijk ook, op zich prima.
Maar Lombok is geen eiland. We hebben dus bruggen. Die ons verbinden met elkaar en weer met anderen. De bruggen naar Oog in Al die over de sluisjes gaan waren ook ooit een keertje kapot. Het duurde vele jaren voordat die weer terug waren; misschien waren het er wel vier of vijf. Al die tijd eindigde de wijk daar. Kon je niet verder.
En telkens zat ik weer op het terras van het café en verbaasde over het feit dat dat allemaal zo lang moest duren. Nu ik het verhaal lees over de brug tussen Laan en Kanaalstraat kan ik me er iets meer bij voorstellen. Het zijn inmiddels oude monumenten en waar laat je tegenwoordig nog zoiets repareren? Dat blijkt dus een heel gedoe. Maar ik ben blij dat hij, eindelijk, weer terug komt. Het was ooit een beetje míjn brug. Ik woonde aan deze kant, werkte aan de andere. Het was de brug naar vele dingen; besef ik me nu. Ik mag hopen dat hij dat weer zal worden, voor veel mensen uit de buurt. En wederom weer op zo’n vrolijke manier, met al die kleurtjes. Want dat is een ding wat ik er van heb geleerd; je leven, en je omgeving heeft kleur nodig.
Op een van de eerste keren dat ik destijds over die nieuwe, kleurrijke, brug wandelde kon ik niet anders als lachen en vrolijk worden. De dames achter hun wandelwagens die mij passeerden reageerden al net zo vrolijk. “Mooi? Of niet?” vroeg ik. “Mooi! Vele Kleuren!” riepen ze blij. Ik denk er nog steeds met dezelfde vrolijkheid aan terug.
Franz. | 15-10-08 omhoog
|
 |
Vogels.
Ik heb een kat. En dat is, om meteen met de deur in huis te vallen, funest voor de vogels in mijn tuin. Ik heb hem, de kat, zelfs een keertje betrapt op het vangen van een pimpelmees. Hij wilde het arme vogeltje mee naar binnen nemen ook nog. Ik heb hem de tuin weer ingeschopt; rotbeest. Het stomme is, is dat ik van vogels hou, ik ben zelfs een beetje een vogelaar.
En eigenlijk, bedacht ik me, moet ik ter compensatie eigenlijk een aantal vogelhuisjes ophangen. Ik had er ooit eentje op mijn achterbalkon. Op een mooie lente-ochtend zag ik een zestal jonge koolmezen uitvliegen. Zal het nooit vergeten. Toen kwam de kat en het huisje bleef leeg.
Wat mij op het idee bracht, van die huisjes ter compensatie, was een idee van de gemeente Utrecht. De Vogelvriendelijke straat. Vroeger had je kindvriendelijke straten maar sinds dat een flop is geworden; of kent u er eentje?; gaat de gemeente nu over op andere doelgroepen. Vogels dus. En dan kan ik me ongelofelijk storen aan de wijze waarop dat idee door de gemeente vervolgens wordt uitgevent; er dienen complete projectplannen en begrotingen te worden opgesteld en in zesvoud opgestuurd; maar het idee is natuurlijk aardig. Laat ik ze dat geven. Meer vogels, en ook verschillende vogels in de straat is natuurlijk een mooi streven. Een oplossing is natuurlijk om het gewoon zelf te doen. Niks projectplannen; niks vergaderen. Gewoon een vogelhuisje kopen. Of zelf knutselen (bouwtekening - pdf). Of naar de lokale timmerkunstenaar gaan en er eentje laten maken; écht design. En dan ophangen. Dan doe je wat terug voor de vogels. En je geweten.
Franz. | 08-10-08 omhoog
|

Vogelhuisje van Wim Sontrop
|
Het postkantoor
Hoeveel geduld kan een mens opbrengen? Hoe lang ben je bereid te wachten op iets? Het zijn zo van die vragen die, wanneer je ze loslaat op verschillende onderwerpen, een heel ander antwoord geven.
Van de week zat ik op Texel. Op een terras stapte een ouder echtpaar met veel misbaar en ongenoegen weer op omdat het allemaal, naar hun zin, te lang duurde. De serveerster was “not amused”. Ik had vakantie en dacht er zo wie zo heel anders over. Dit echtpaar had zeker haast. Ik niet. Maar soms vraag ik me af waarom dingen niet sneller gaan. Zoals dat restaurantje wat er in het oude postkantoor zou komen. Waar blijft dat eigenlijk? Veel beloven; en niks krijgen. Dat is het wel een beetje. Daarbij heb ik West en Peper nu wel gezien. En Rosa’s in Oog in Al vind ik weer te ballerig. En te donker. En die hippe chinees; hoe heet het ook al weer; Jasmijn, is er ook nog maar dat is weer te jong. Kortom; waar blijft dat serieuze restaurant in Lombok? Een beetje meer allure, een beetje status, een beetje beter. Nu kent Utrecht natuurlijk maar een klein aantal échte restaurants; het is een beetje armoe hier in de stad. Waar blijft die ondernemer die het oude postkantoor omtovert in een restaurant met klasse? Uiteraard met een Fusion-kaart; dat moet er wel bij. En wat te denken van de kansen in de te verbouwen Soja-fabriek? Maar tja; ook dat gaat nog jaren duren vrees ik. En dan heb ik het nog niet eens over ons Museumcafé. Hebben ze ook mooi door onze neus geboord. Hoeveel water moet er nog door de Leidse rijn stromen voordat daar iets gebeurt? Hoeveel uren moet er nog vergaderd? Nagedacht? Hoeveel geduld hebben we met z’n allen? Uiteindelijk is dat dus heel veel. Dat blijkt. Want hoe belangrijk is het? Hoe dringend hebben we een sterren-restaurant nodig in de wijk? Waar hebben we het over? Ik geef toe; het allemaal uitermate “over the top” en een kwestie van luxe. Maar als het aan mij lag opende volgende maand een nieuw restaurant haar deuren in het oude postkantoor. “La Post”. Kunnen we niet iemand een brief sturen hierover?
Franz. | 03-10-08 omhoog
|

Archief: Ontwerp voor restaurant postkantoor
|
Burendag
Ik wist nooit waar de in Engeland en Amerika voorkomende Bank-holiday’s vandaan kwamen; tot vandaag. Het waren ooit de dagen dat de banken verplicht gesloten waren; aan het begin van de grote beurskrach in oktober 1929. En dat weer om de zaak enigszins op orde te krijgen; de Amerikaanse overheid greep toen ook grootschalig in. Het voorkwam echter niet veel en de dertiger jaren gingen de geschiedenis is als een periode met veel werkloosheid en armoede. Vooral in Amerika dan. Europa had er minder last van. Engeland weer wel.
Vandaag is het Burendag. Waar zou die vandaan gekomen zijn? Wie zou die bedacht hebben? Ook daar kwam ik vandaag achter. Een koffieboer. Douwe Egberts. Doe eens vaker een kopje koffie met uw buren. Goed idee. Simpel en effectief. Vervolgens ging het Oranjefonds er zich tegenaan bemoeien. En da’s nou weer jammer. Is er eindelijk een fabrikant, een multinational die zich bekommert om de relaties tussen buren; moeten we gelijk weer vergáderen. Krijgen we gelijk weer diezelfde buurt-burgemeesters en supervrijwilligers aan de deur. Maar die ken ik al. En ik heb al helemaal geen zin om met hen te moeten vergaderen. Of zelfs koffie te drinken. Of om het onkruid uit de straat hiernaast te moeten gaan wieden zeker. Om daarna ook nog een evaluatie-formulier in te moeten invullen. God bewaar me. Sterker nog; om iets meer te weten te komen dien ik mijn E-mail adres in te voeren op de onvermijdelijke website burendag-punt-nl. Dit om fraude te voorkomen. Fraude? FRAUDE? Ik ben nog niet eens op pagina twéé van de website en ze denken al dat ik de boel ga flessen. Tot zover de landelijke instellingen; ze zullen het nooit snappen. Sukkels.
Dus, waar is die koffie gebleven? En waar is mijn buurman? Ik ga toch maar weer voor mijn eigen motto en wie weet slaat dat een keer aan. En ik brul zo hard mogelijk over de schutting;
“Buurman! Bakkie doen?”
Franz. | 20-09-08 omhoog
|
 |
|
|