Index head
index lomboxsitemapgeschiedenis van de wijkvraag en aanbodintegratie in Lombokkunst in Lombokcinebox | films supersnel internet in Lombokwelzijn in Lombokwerken in Lombokwonen in lombokcineboxsitemapgeschiedenisvraag en aanbodcultuurwelzijn in LombokondernemersKunstboXwonen in LombokSUPERSNEL INTERNET IN LOMBOK

































Columns door Joost (Hippocom) voor LomboX

Heb je tips of een reactie: info@lombox.nl of rechtstreeks naar: joost@hippocom.nl

Lachen in de laan

Als ik naar de Nettorama fiets, moet ik op de Ouderijnbrug al lachen. En dat blijft zolang ik op de Laan van Nieuw Guinea ben. En dan lach ik niet om de gebouwen op deze laan.

Van sommige van deze bouwwerken kan ik heus wel genieten. Zoals van de Christelijke Basisschool De Brug, en van de tandartspraktijk Groeneweg.
Maar daar lach ik niet om.
En ook niet om de leukste fritesboer die ik ken. Roel, van snackbar Marco Polo, op nummer 62. Een ontdekkingsreis kan ik zijn snacks niet noemen – het blijft natuurlijk patat -, maar het smaakt gewoon goed, en de sfeer is er altijd zeer aangenaam. Eigenlijk is het heel gezellig daar.
Maar dat is niet de reden dat ik lach in de laan.
Nee, dat komt gewoon door de naam zelf. En dan vooral door het laatste deel.
En door Herman Finkers.

Altijd als ik in de laan  loop, moet ik aan zijn conference ‘Mijn pi-pianoleraar’ denken van eind jaren tachtig. Dit hilarisch stukje gaat over een stotteraar die Nederlands Guinea probeert te zeggen, maar dat lukt niet. “Nederlands Gui-Gui, Nederlands-Gui, Nederlands Gui, Nederlands Gui-Guin, Nederlands Guinn-Guinnn, Nederlands Gui... Nee. Ja!”

Ik geef toe.
Als je het van Herman Finkers zelf hoort, is het leuker. Op internet kun je de conference beluisteren; ik ontdekte al een paar mp3’s. Als jij dat doet, moet jij ook vast lachen als je de volgende keer in de Laan loopt. Zo ga je iedere keer lachend boodschappen doen. Of naar de videotheek. Of het postkantoortje. Wie wil dat nu niet?

Jammer dat Herman Finkers niet van meer straten een conference heeft gemaakt. Het had makkelijk gekund met al die mooie namen in de wijk. De Billitonkade bijvoorbeeld. Of de Maetsuykerstraat. De Palembangstraat. De Halma Herastraat.
Ik had er graag om gelachen.
Nu moet ik het doen met de Laan van Nieuw Guinea.
En niet te vergeten, met de Sapoerahof. Met dank aan de gemeente, die de naam van een Indonesisch eiland verkeerd heeft gespeld, en van Saparua Sapoera maakte.
Eigenlijk vind ik Sapoera wel wat grappiger klinken. Maar of de naam nu gewijzigd wordt of niet, het resultaat blijft hetzelfde: elke keer als ik er langs loop, moet ik even lachen om de fout van de gemeente.
En zo heeft de gemeente hetzelfde bereikt als Herman Finkers.
Lachen, toch?

Joost@hippocom.nl | 31-08-09 omhoog


Columns van Joost

Bestel het boek: Een jaar Lombok
Direct bestellen!
31-08-10 Het koffiejochie
23-08-10 Dikke vingers.
16-08-10 Bankje aan de Billiton
09-08-10 Niet allemaal tegelijk
02-08-10 De vrolijke brug
26-07-10 Wereldrecord om de hoek
19-07-10 Wesley was hier
12-07-10 De ontspanningsbrug
05-07-10 De ‘echt wel een brug’-brug. Column door Joost
28-06-10 Precies goed
21-06-10 Elke dag 2 april
14-06-10 Lombobservaties
07-06-10 De kleine dadel
31-05-10 Bruid op de brug
31-05-10 Utrecht over Utrecht
25-05-10 Alles is goed
17-05-10 Terug naar Lombetië
10-05-10 Een nieuwe vijf
03-05-10 Dipdagen
27-04-10 Allemaal buren
19-04-10 Buslijn nul
13-04-10 Kriebels en kleuren
06-04-10 Toch ook al mooi
29-03-10 Haha-erlebnis
22-03-10 Leidseweg, half één
15-03-10 Strepenstraten
08-03-10 Beleef hier nu
01-03-10 Met de kennis van nu
22-02-10 Paarden en opa's
15-02-10 Foetsienummers
08-02-10 Couscous appelmoes
01-02-10 Nu echt niets
25-01-10 De vierde huiskamer
18-01-10 Wild Westplein
11-01-10 Kiekeboeweer
04-01-10 De toon is gezet
28-12-09 Doeg, doei of de notaris
21-12-09 Witte Kerst in Wladilomstock
18-12-09 Een jaar Lombok, inspiratiebron voor tekstschrijver
14-12-09 (Voor)uitzicht
07-12-09 Ik & mijn jas
30-11-09 Zondagroutine
23-11-09 Zweet, zweet en tranen
16-11-09 Geen ontkomen aan
09-11-09 Een baken van rust
02-11-09 MiTa VeLo
26-10-09 Columbus
19-10-09 Brabant
12-10-09 Het komt allemaal goed
05-10-09 Schaamte
28-09-09 Klaar? Actie!
21-09-09 Kopie van Kopi
14-09-09 Verwend
07-09-09 Op de brug ván Lombók
03-09-09 Lachen in de Laan
24-08-09 Koffie, of het geluk van Lombok
17-08-09 Koffie, of de geur van Lombok
10-08-09 Koffie, of de grens van Lombok
03-08-09 Eenheid, werken, vooruit
27-07-09 Rust in de bouwput
20-07-09 Parkeerdans
13-07-09 Brugspringers
06-07-09 Het is maar hoe je het bekijkt
29-06-09 Aspro
22-06-09 Schielijk
15-06-09 Lombok heerst
08-06-09 Zazen
05-06-09

Met de laptop op pad

26-05-09 Lombetië
18-05-09 Deurwachtertjes
11-05-09 De vijf van de rommelmarkt
04-05-09 Apeldoorn
27-04-09 Haal de markt naar Lombok
20-04-09 Aftellen
13-04-09 Een negatief verhaal
06-04-09 Wijk L.
30-03-09 Met Wim bij de kapper
23-03-09 Overal de Tasmanbrug
16-03-09 Karnemelk in West
09-03-09 En nu de Golff nog
02-03-09 Wonderwinkel
24-02-09 Longbokkies
16-02-09 Die van de kerstboom
09-02-09 Toch te laat
02-02-09 Alles te voet
26-01-09 Parkeren in de grote stad
12-01-09 De eerste keer op natuurijs
06-01-09 Een Brabo in Lombok

Koffie, of het geluk van Lombok

Geluk zit in kleine dingen.

In een biertje bij Kopi Susu. In een wandelingetje langs de Billitonkade. In de hoek omgaan bij het Muntplein en dan ons huis zien. En in een kopje Nespresso in de vroege zaterdagmiddag.

Sterke koffie is het, de Nespresso. Soms wel wat te sterk. Maar het is onze koffie. Van onze Nespresso-koffieautomaat, die we gekregen hebben van een oom die er twee had. En deze was echt voor ons. Voor ons samen.

En samen zijn we, mijn vriendin en ik. Een jaar wonen we nu in Lombok. Met veel plezier. De wijk is prachtig, de mensen zijn leuk, en de stad is vol leven. En met zijn tweeën is het ook zeer fijn. Natuurlijk zijn we het af en toe wel eens oneens met elkaar, en soms hebben we ook ruzie. Maar over het algemeen gaat het zeer goed.

Ik zie ons dan ook samen ouder worden. Samen plannen maken. Samen kijken wat er allemaal op ons pad komt. En samen een Nespresso drinken op de zaterdagmiddag. Na een drukke werkweek en een slaperige zaterdagochtend is de ‘brunch’ een van de hoogtepunten van de week. Rustig wakker worden met een eitje, een verse jus d’orange en het gepruttel van de Nespresso op de achtergrond. Ondertussen nemen we de plannen voor het weekend door, of kijken we wat de agenda voor ons in petto heeft. Hopelijk niet te veel, zodat we nog even de tijd hebben om naar en in de Kanaalstraat te lopen.

Elke stap in die straat blijft een feest, waar we ook naar toe gaan. We genieten er elke keer weer van, om samen in de wonderwinkel te staan, samen hapjes uit te kiezen in de Perzische supermarkt. En samen te realiseren dat we het hier goed hebben. Heel goed.

Ik hoop dan ook dat we hier nog heel lang gelukkig zijn. En dat we hier met zijn tweetjes nog veel Nespresso zullen drinken.

Joost@hippocom.nl | 24-08-09 omhoog



24-08-09 Koffie, of het geluk van Lombok
17-08-09 Koffie, of de geur van Lombok
10-08-09 Koffie, of de grens van Lombok
03-08-09 Eenheid, werken, vooruit
27-07-09 Rust in de bouwput
20-07-09 Parkeerdans
13-07-09 Brugspringers
06-07-09 Het is maar hoe je het bekijkt
29-06-09 Aspro
22-06-09 Schielijk
15-06-09 Lombok heerst
08-06-09 Zazen
05-06-09 Met de laptop op pad
26-05-09 Lombetië
18-05-09 Deurwachtertjes
11-05-09 De vijf van de rommelmarkt
04-05-09 Apeldoorn
27-04-09 Haal de markt naar Lombok
20-04-09 Aftellen
13-04-09 Een negatief verhaal
06-04-09 Wijk L
30-03-09 Met Wim bij de kapper
23-03-09 Overal de Tasmanbrug
16-03-09 Karnemelk in West
09-03-09 En nu de Golff nog
02-03-09 Wonderwinkel
23-02-09 Longbokkies
16-02-09 Die van de kerstboom
09-02-09 Toch te laat
02-02-09 Alles te voet
26-01-09 Parkeren in de grote stad
19-01-09 Aan mij ligt het niet
12-01-09 De eerste keer op natuurijs
06-01-09 Een Brabo in Lombok

Koffie, of de geur van Lombok

Soms ruikt het hier naar Sevilla. Als ik op ons terras zit, mijn ogen sluit, en mijn neus ophaal, ruik ik het zweet van flamencodanseressen, de walmen van paella met verse vis en de subtiele geuren van allerlei tapas.
Of zo.

Maar dan heel anders.
Ik ruik hier gewoon koffie. Maar wel mijn favoriete koffie: Senseo Sevilla. Vers gebrand door de Douwe Egberts-fabriek. Vele aroma’s komen maandelijks voorbij. Van dark roast espresso tot aroma rood. Van een subtiele Senseo-melange tot sterk gebrande bonen.

Soms ruikt het hier naar een kantoor in alle vroegte. Als ik op het terras zit, mijn ogen sluit, en mijn neus ophaal, ruik ik zwaar ge-deo-de mannen die voor dag en dauw naar kantoor gaan om daar iets volstrekts onbenulligs te doen en zich wakker houden met een heel sterk kopje koffie. Van de sterk gebrande bonen dus.

In de eerste maanden hier vond ik die koffiegeur maar niets. Als de wind weer verkeerd stond, baalde ik. Wat rook het hier weer zwaar. Overheersend. Irritant. Alsof je in een grote ruimte zit met enkele kwetterende en koffieleutende tantes. Had ik buiten eenmaal de koffie geroken, dan leek alles ernaar te ruiken. Het flesje bier. De aftershave. De tandpasta. De spruitjes.

Niet veel later vond ik mezelf toch wat overdrijven. Maar ik vond het tegelijkertijd wel mooi overdrijven. Die koffiegeur prikkelde me blijkbaar wel. En ik begon meteen de geur meer te waarderen.
O ja, het blijft soms wennen als het ’s morgensvroeg buiten sterk naar koffie ruikt. Maar ik krijg er veel voor terug.
Veel fantasie.

Joost@hippocom.nl | 17-08-09 omhoog




Archieffoto

Koffie, of de grens van Lombok

Hoe we het moeten aanpakken, weet ik nog niet. Maar het moet toch mogelijk zijn om de grens van Lombok een beetje op te rekken.

Als een stelletje piraten de wijken naast ons enteren en veroveren, lijkt me geen goed idee. Lopen we hier met zo’n vijftig nationaliteiten gezellig en vreedzaam te wezen, moeten we niet als een roofzuchtig volkje tekeer gaan. Maar hoe maken we dan Lombok ietsepietsie groter?
Ja echt, ietsepietsie maar. Ik stel niet te hoge eisen. Maar gewoon de grens iets meer naar het oosten. Ik hoef heus niet het hele station erbij.
Een stukkie is genoeg.
Misschien moeten we eens met burgemeester Wolfsen gaan praten, en de vele voordelen van de wijk uitleggen – als hij die al niet weet. En na zo’n hele waslijst, tussen neus en lippen door even vragen of het niet mooi zou zijn als zo’n wijk nog groter wordt.
Of anders zoeken we gewoon de man op die de grenzen in de kaarten van Utrecht trekt. We vragen of we even mee mogen kijken hoe hij dat toch doet. En net als hij met de grens van Lombok bezig is, kietelen we hem eventjes onder zijn oksel. Zodat hij uitschiet.
Of zullen we met zijn allen gaan sparen? Ik bedoel, de gemeente heeft geld nodig voor het stationsgebied, de renovatie van de Oude Gracht en nog veel meer. En dan kunnen ze wat extra geld goed gebruiken.  We zijn hier met pakweg 15.000 man. Als we elke maand 5 euro betalen, dan zamelen we in een jaar toch bijna een miljoen in. En in tien jaar 10 miljoen. Nou, daar kun je aardig wat Oude Grachten van opknappen. Hier zal de gemeente vast mee akkoord gaan, en hiervoor zal ze vast graag de grens van Lombok tot halverwege het station doortrekken.
Ofwel tot net voorbij Starbucks.
Heel blij was ik toen ik hoorde dat er een Starbucks Coffee Company in Utrecht zou komen. Maar toen ik afgelopen woensdag in de rij stond voor een Double Caramel Latte werd ik toch een beetje depri. Dacht ik dat alles wat ik wilde zich in Lombok bevond, kwam het station ineens op de proppen met Starbucks. Valt er in mijn wijk toch nog iets te wensen.
Behalve als we de grens verplaatsen.
Onder één voorwaarde natuurlijk: elke maand een gratis koffie voor iedere Lombokker. Dan heb je die vijf euro er snel uit, en drink je elke maand in ieder geval één heerlijk bakkie koffie.
In je eigen wijk nog wel.

Joost@hippocom.nl | 10-08-09 omhoog



Eenheid, werken, vooruit

Toen ik in Lombok al die nieuwe posters zag, dacht ik eerst dat het om een nieuwe campagne rond de euro ging. Nadat de euro werd geïntroduceerd met het ezelsbruggetje Ding Flof Bips, is er nu Poen, Para, Doekoe, Floes.

Maar nee, het bleek om een tijdelijke tentoonstelling van de buren te gaan. Nou ja, bijna-buren dan. Met een beetje fantasie is het Geldmuseum vanaf ons huis gezien het tweede huis aan de rechterkant. Eerlijk gezegd kom ik daar vaker dan bij het eerste huis.

Een paar weken geleden was ik er nog met twee neefjes van mijn lief. En afgelopen vrijdag was ik er weer. Het was een logisch vervolg van mijn lunch in Kopi Susu. Daar zag ik een munt waarmee je vrijdags gratis naar het Geldmuseum kon. En dus ben ik maar meteen gegaan. De afgelopen keer was ik niet toegekomen aan de tentoonstelling, en ik geloof ook niet dat het die neefjes wat had gedaan.

Maar mij deed het nu wel wat. Heel veel zelfs.

Ik vond het fascinerend om al die bewoners van Utrecht-West daar in karton te zien staan. Gaaf om te merken dat Lombok en omgeving zoveel culturen huisvesten. Leuk om te lezen hoe belangrijk (of onbelangrijk) het geld bij al die verschillende Lombokkers is. En mooi om te merken hoe veel die tentoonstelling bij me losmaakte.

Zo schrok ik een beetje van de Finse Birgitta die verklaarde dat als je haar vroeg om tussen liefde en geld te kiezen ze absoluut voor het geld zou kiezen. Ja, absoluut, dat stond er echt.

Dan heb ik meer met Nena uit Kroatië:  “De enige betrouwbare waarde is het gevoel van solidariteit, gebaseerd op wederzijds vertrouwen en vriendschap tussen mensen.” Mooi gezegd, Nena.

En zo las ik nog meer fraais (“Pas als je geld weggeeft, krijgt het waarde” en “de echte waarde van geld is wat jij hebt gedaan om het te krijgen”). Maar het meeste deden de woorden van Perets uit Burundi me. Hij vertelde dat op de achterkant van het biljet van Burundi het motto van het land staat: eenheid, werken, vooruit. “Dat betekent samen zijn en werken om vooruit te gaan”, aldus Perets. Kijk, dat is pas een motto. Wel wat anders dan dat van Nederland: je maintiendrai. Ofwel ik zal handhaven.

Typisch.

En passend in deze tijd.

We zijn hier lekker met zijn allen aan het handhaven. Leve de status quo. En weg met de verandering. Dus meteen de boel sluiten voor alles wat van buiten komt. En als er toch mensen hier komen, dan moeten ze zich meteen gaan aanpassen. Zodat ook zij zullen handhaven!

Dan heb ik toch meer met het motto van Burundi. Samen vooruit. Want alleen met z’n allen kom je ergens. Alleen door naar elkaar te kijken, door van elkaar te leren, kunnen we vooruit. En bereiken we wat we willen. Daarom vond ik het zo mooi dat al die culturen vertegenwoordigd waren bij Poen, Para, Doekoe, Floes. En daarom ben ik zo blij dat ik in deze wijk woon.

Ik zei het al, de tentoonstelling heeft veel bij me losgemaakt.

Joost@hippocom.nl | 3-08-09 omhoog




Foto: 'Nena' - copyright: Paul Golembiewski

Rust in de bouwput

Wel ja.
Pak die Oude Gracht ook maar aan.
De historische werven mogen natuurlijk niet verloren gaan, en daarom moet er snel gehandeld worden. Haal dus maar alles overhoop daar. Demp desnoods tijdelijk de gracht. Als alles er maar weer als nieuw uitziet. Eh .. als oud. Nou ja, maak er in ieder geval maar weer iets moois van.

En doe ook maar meteen die Domplein. Een beetje graven, en daar heb je het ondergrondse publiekscentrum. En laat die Romeinse muur maar helemaal zien. Maakt niet uit hoever je moet gaan.
En als je toch bezig bent, doe die Dom ook maar effe. Stutten die hap! Nee, de toren staat nog niet scheef. Maar ge wit ooit nooit nie. Het kan zo gebeuren. En dat kun je dus beter voor zijn. Gewoon een kwestie van aanpakken.

Zoals nu ook in het Stationsgebied gebeurt. Daar gaan ze lekker grondig aan de gang. Huppa, het station 2,5 keer zo groot. Voila, het stadskantoor naar de westkant. Hupsakee, de Jaarbeurs ook helemaal anders. Tot 2030 wordt er flink doorgebouwd. En van mij mogen ze best doorgaan tot 2035, als ze dan ook meteen Hoog Catharijne afbreken…
Maar ach, 2030 is ook goed. Dat is toch ruim 20 jaar in de zooi zitten. En een zooi wordt het, dat geeft de gemeente toe. Vooral voor fietsers wordt het soms erg onprettig. Nou, lekker toch. Weer een reden om niet verder dan Lombok te gaan.

En lieve dames en heren van de gemeente, pak ook maar meteen Oog en Al aan. Er zal toch iets wel iets anders moeten. Keur desnoods de nieuwe Spinozabrug maar af, en begin maar opnieuw.
En maak meteen ook maar iets moois van het Kanaleneiland. Genoeg te doen daar, zou ik zeggen.

Dus steek de handen maar uit de mouwen, beste gemeente. Maak gerust van Utrecht één grote bouwput. Deze crisistijd is het juiste moment. Want door de crisis zitten de mensen toch al  niet lekker in hun vel, dus die overlast kan er ook nog wel bij.
Maar blijf met je handen af van Lombok. Okay, de moskee mag je afmaken. Maar daar houdt het ook mee op. Ga maar ergens anders spelen. Ga maar ergens anders herrie maken.
Zodat Lombok echt een oase van rust is en blijft.
En zodat het nog lekkerder thuiskomen is.


Joost@hippocom.nl | 27-07-09 omhoog




archief: Kop van Lombok

Parkeerdans

Zelden ben ik zo blij geweest met post van de gemeente als vorige week. Ik zag de envelop met het wapen van de stad, en ik hoopte meteen dat deze het goede nieuws zou bevatten. Ik scheurde de envelop open, en in mijn enthousiasme ook de brief zelf. Maar nadat de plakband weer haar werk had gedaan, bleek het echt om de informatie te gaan waar we op hadden gehoopt.

Binnenkort gaan ook wij betalen voor parkeren. Eindelijk.
Nadat ik die brief had gelezen, begon ik bijna automatisch met mijn handen te zwaaien. Met mijn rechterhand deed ik heel ritmisch alsof ik muntjes in een parkeerautomaat stopte, terwijl ik met de andere hand een lange neus maakte. Daarna liep ik op z’n moonwalks 4,38 meter naar achter, en dan 1,69 meter naar links, precies de afmetingen van mijn auto. Vervolgens deed ik met mijn vriendin dezelfde pasjes, geheel synchroon, maar in spiegelbeeld natuurlijk, voor het effect.

Nu hoor ik u denken, is zo’n dansje niet een beetje overdreven. Ik moet immers gaan betalen, en dat is toch niet iets om blij over te zijn. En vooral niet als het gaat om een auto.
Nee, dat is helemaal niet overdreven. Want ik betaal graag voor minder ongemak. Ga maar na. Nooit meer gezoek naar een parkeerplek. Nooit meer met mijn auto maar rondjes blijven rijden, totdat ik er duizelig van word. Nooit meer al die uitzendbureaumedewerkers die weigeren om te betalen voor een parkeerplaats bij hun werk. Nooit meer die rare automobilisten die allerlei parkeerplaatsen van straatbewoners bezetten omdat ze te gierig zijn om ergens anders te betalen.  Nooit meer niet in de gaten hebben dat de autolichten nog aan staan, omdat de wagen twee straten verder staat.
Nooit meer dus die kleine ongemakken, die soms tot grote irritaties kunnen lijden.
Eindelijk komt ook onze straat nu aan bod.

Bij de straten naast ons moet al sinds mei betaald worden. Toen ik merkte dat onze straat de eerste straat zou worden waar niet betaald hoefde te worden, vreesde ik het ergste. We zouden helemaal nergens meer kunnen parkeren, en onze auto net zo goed wel weg kunnen doen.
Maar tot nu toe is dat meegevallen. Er is nu  niet meer overlast dan voor mei. Sterker nog, ik heb er weinig van gemerkt. Blijkbaar zijn allerlei automobilisten van buiten toch afgeschrikt door die parkeerautomaten en parkeerverbodsborden in de buurt.

Als ik nu naar buiten kijk, zie ik dat mijn auto pal voor de deur staat. En eerlijk gezegd, heb ik deze daar de afgelopen weken steeds kunnen parkeren.
Dus eigenlijk heb ik zo’n parkeerkaart helemaal niet nodig. Ga ik nu betalen voor iets dat ik misschien helemaal niet nodig heb. En heeft die brief van de gemeente me eigenlijk alleen maar een mooi  dansje opgeleverd.
Maar tja, dat is ten minste iets in deze tijden van crisis.
Toch?



Joost@hippocom.nl | 20-07-09 omhoog




Leeg na invoering van betaald parkeren in deze straat

Brugspringers

Eerlijk gezegd ben ik blij dat het de afgelopen week veel geregend heeft. Oh nee, ik vond het de week daarvoor niet te warm, en ik heb ook niet altijd wat te klagen. Maar ik had die gevolgen van dat warme weer wel gehad. En dan vooral de brugspringers.

Niet dat die tieners, negeners en achters me irriteerden op het moment dat ze van de Abel Tasmanbrug afsprongen. Op zich niet. 
Op zich was het leuk om hen zo blij van de brug af te zien springen. Om hen zo stoer te zien doen ten opzichte van hun vriendjes en vriendinnetjes.
Op zich wel.
Maar het zorgde er ook voor dat ik me moedeloos, melancholisch en oud voelde.
En jaloers.

Vooral dat.
Kwam ik terug van mijn werk, in mijn lange broek en nette blouse, zag ik vanaf de verte al die jeugd onbekommerd het water ingaan. Vrij van school, en vrij van zorgen. Heel vervelend om te zien, vooral als ik er langs fietste, in mijn bezwete kleren.

O ja, ik had natuurlijk mijn fiets thuis kunnen wegzetten, mijn zwembroek aan kunnen trekken en naar de brug kunnen lopen om er dan vanaf te springen. Maar ja, van uitgelachen worden, verbetert mijn gemoedstoestand al helemaal niet. En tja, hoe ik ook had gesprongen, ik vrees dat het toch een bommetje was geworden.
En dat mocht niet van de politie, las ik in een artikel over de brugspringers dat in het AD/Utrecht was verschenen.
Brugspringers … alleen dat woord al is jaloersmakend. Ik heb het in mijn leven nooit verder geschopt dan een brugpieper, en daar haal je de krant niet mee.

Maar gelukkig was het vorige week vaak slecht weer. En waren de springers ineens een stuk minder stoer. Want met regen zie je ze niet bij de Abel Tasmanbrug.
Stiekem hoop ik dat ze zich dan thuis ontzettend vervelen, terwijl ik dan toch maar lekker aan het werken ben.
Ha!
Zucht.



Joost@hippocom.nl | 13-07-09 omhoog




Het is maar hoe je het bekijkt

Waarschijnlijk heb je al wel gemerkt dat ik het naar mijn zin heb, hier in Lombok. Ik woon hier met veel plezier, heel veel plezier. Maar natuurlijk zijn er kleine ergernissen. Uiteenlopende zaken, zoals de verkeerslichten die hier wel stoplichten mogen heten, en het nachtelijk geroezemoes van studenten in de buurt. Soms kan ik daar wel een beetje kwaad om worden. Maar dan denk ik aan wat ik onlangs op het station bedacht. Ineens zag ik het zonnig in, en had ik een slogan tegen elke vorm van irritatie bedacht:
het is maar hoe je het bekijkt.

Steeds als ik een trein wilde uitstappen, kon ik me ergeren aan de mensen op perron. Rijendik wurmden ze zich voor de opengaande deur, zodat ik er niet meer uitkon. Maar een paar maanden geleden dacht ik dat die mensen gewoon een ontvangstcomité vormen, dat vol eerbied opzij gaat als ik de trein verlaat. Sindsdien geniet ik van het uitstappen; soms denk ik zelfs een applausje te horen.
Het is maar hoe je het bekijkt.
En dat geldt ook voor andere kleine ‘ergernissen’.

Als ik met de auto weg ga, kom ik de wijk bijna niet uit. Al die verkeerslichten hier lijken wel een eeuwigheid op rood te staan. Bij de Damstraat, de Graadt van Roggenweg, de Vleutenseweg, noem maar op: het is wachten, wachten en nog eens wachten. Het is hier misschien nog erger dan in de rest van Utrecht. Maar de laatste tijd kan ik ook wel weer genieten van het wachten. Effe nog langer in mijn wijk blijven. Nog iets langer die mooie gebouwen aanschouwen. En heel soms – als ik echt een kwartier moet staan – denk ik dat Lombok me gewoon niet wil laten gaan. Dat is eigenlijk ook wel een fijn idee. Maar net als ik dat denk, springt het verkeerslicht op groen.

En dan de studenten in mijn straat. Soms zijn ze ’s nachts wel heel erg rumoerig, vooral als ze andere studenten uitzwaaien of als ze het slot van hun fiets proberen te openen. En als het zo warm is als in de laatste week, zitten ze tot laat bij elkaar bij de Muntkade. Sterke verhalen bij sterke drank, je kent dat wel. Heel gezellig allemaal, maar niet heel stilletjes. En tja, hoe vervelend het ook is, mijn studententijd zit er al op, en ik ben een van de miljoenen kantoorklerken die ’s morgens toch echt moet gaan werken. En dan is zo’n nachtelijk gepraat niet altijd even prettig. Maar vaak denk ik ook dat die studenten wel voor veel leven zorgen. Er gebeurt in ieder geval van alles. Bovendien komen nu alle leeftijden samen in de straat, wat het ook weer heel leuk maakt.

En ach, zij zullen zich ook wel aan dingen ergeren hier. Misschien aan de motoren in de straat, of aan de katten die overal binnengaan. Maar misschien zien ze daar ook wel weer het positieve van in. Zo’n motor is wel stoer. En met zo’n kat die naar binnen loopt, heb je zelf geen huisdier meer nodig. En dat is wel zo goedkoop.

Het is maar hoe ze het bekijken. Ik hoop ook zonnig. Als iedereen dat doet, houd ik het hier zeker nog heel lang vol, en met heel veel plezier.


Joost@hippocom.nl | 6-07-09 omhoog





Aspro

Echt bruisend was het zaterdag niet bij het buurtfeest bij houtzaagmolen De Ster. Maar dat hoeft ook niet. Het is juist wel eens lekker dat het niet bruist.

Leuk hoor, die slagzin van Lombox.nl: ‘Lombok bruist’. Leuk, al die festivals en evenementen hier. Lombok voetbalt, Kleurrijk Lombokfeest, Linken leggen Lombok, Bankapleinvolleybaltoernooi, Truttenware party, Koninginnedagmarkt, 5-mei-markt, het kan niet op. Maar ik heb ook nog een privéleven buiten de wijk. Wil ook nog wel eens vrienden en familie bezoeken. Ga wel eens naar een feestje buiten Utrecht. Maar tja, als dat feestje maar een beetje tegenvalt, denk ik alleen maar dat ik ook in Lombok had kunnen zijn.

Maar goed, echt bruisend was het zaterdag dus niet bij het buurtfeest bij houtzaagmolen De Ster. Maar misschien kwam dat ook wel omdat mijn vriendin en ik nogal laat waren. Het tapbier was al op. Maar ach, het was al leuk om er even te zijn. Om even naar Van Buuren te luisteren, en om te zien hoe ik over een jaar of tien zal dansen. Maar het leukste was natuurlijk de molen zelf. Even was ik maar in dit jarige gebouw, om twee bitter lemon te kopen. Maar het deed me meteen goed. Wat een heerlijk gebouw is die molen toch.

Een molen die trouwens niet alleen draait, maar ook bruist. Dat ontdekte ik een week of vijf geleden. Toevallig was ik die zaterdag met vrienden en mijn lief op het molenerf. We hadden niet echt een doel op dat moment. Vooral ik niet. Ik voelde me niet lekker en had wat hoofdpijn. Maar ja, nu we hier toch waren, en de molen nog open bleek, besloten we maar een kijkje binnen te nemen. Daar kreeg ik al meteen wat meer energie. Ik zag me hier al een feestje geven. Met enorme stokbroden. Die dan door die zagen in kleine stukken werden gesneden. Samen met een vriend ben ik vervolgens even naar boven gegaan. En daar ging het weer wat beter met mij. Omdat een rondleiding net afgelopen was, nam de gids uitgebreid tijd voor ons. Hij vertelde over de techniek van het houtzagen en over de enorme douche die wordt ingeschakeld bij brandgevaar. Bovendien liet hij speciaal voor ons even de wieken stilstaan.

Eenmaal weer buiten was ik echt onder de indruk van wat ik had gezien. En ook van hoe het gebouw eruit zag. Alsof de tijd had stil gestaan. Terwijl het pas tien jaar is zoals het nu is.
Door mijn enthousiasme was mijn hoofdpijn helemaal weg. Opgelost, alsof de molen Aspro Bruis was.

Met zo´n bruisende molen hoeft het feest niet bruisend te zijn. En ik had toch al geen hoofdpijn. En zonder tapbier zou dat er ook niet meer van komen, deze avond.


Joost@hippocom.nl | 29-06-09 omhoog






Optreden van De Levende Jukebox

Schielijk

Het was zeker 30 jaar geleden dat ik het woord had gehoord.
Schielijk.

Volgens mij was het toen ik weer eens als een razende mijn bord leeg at, en vervolgens de helft weer uitproestte. ‘Eet dan ook niet zo schielijk’, zei mijn moeder streng toen ze de restjes van het tafelkleed veegde. Omdat ik geen idee had wat ‘schielijk’ was, bedacht ik voor mezelf een positieve betekenis, waarna ik een nog hogere tempo het toetje aanviel, dat ik nog sneller uitproestte. ‘Sufferd’, zuchtte mijn ma. En tja, dat woord kende ik maar al te goed. En ik wist meteen dat het niet goed was, dat schielijk. Dat woord moest ik daarom proberen te voorkomen. En dat lukte goed.
Jaren- en jarenlang heb ik het woord niet meer gehoord. Of niet willen horen, dat kan ook. Totdat ik er driekwart jaar geleden achterkwam dat er in dat woord geen waardeoordeel schuilt. Er is niets mis mee. Je bent schielijk of je bent het niet.
En ik ben het dus wel.
Van nature.
Daar kwam ik achter toen ik van het station naar ons pas gekochte huis fietste. Omdat ik nergens liever dan daar wilde zijn, reed ik zo hard als ik kon de Leidseweg op. En racete ik als een gek de Tasmanbrug op. Althans, dat was de bedoeling. Maar vlak voor de brug lag ik ineens op de grond. Wat er precies gebeurde, weet ik niet meer. Maar ik herinner me nog wel goed dat er vanaf de andere kant van de brug een mevrouw op me kwam toegesneld. Een charmante  en vriendelijke vrouw. Een echte Lombokse, zoals ik later zou realiseren. Terwijl ik beduusd opkrabbelde, vroeg ze bezorgd hoe het met me ging. Ze was duidelijk opgelucht dat ik niets mankeerde, want ik had een aardige smak gemaakt. ´Je stuurde ook wel heel schielijk´, zei ze, zonder enig oordeel, maar gewoon zoals het was.
Ik stuurde schielijk.
En de minuten daarvoor had ik schielijk gefietst. En daarvoor was ik schielijk door het station gelopen. En nog eerder schielijk uit de trein gestapt.
Eigenlijk deed ik alles schielijk, bedacht ik me.
Ik praat schielijk, ik loop schielijk, ik schrijf schielijk, ik doe schielijk boodschappen, ik ga schielijk de trap op en af, ik poets schielijk mijn tanden, ik trek schielijk door, ik kook schielijk, en – nog steeds, ma – ik eet schielijk. Zo ben ik nu eenmaal. Al bijna veertig jaar. En daar is niets mis mee.
Ik was me al altijd bewust van dat ik alles snel deed. Maar nu heb ik er eindelijk een woord voor.
Ik schielijk dus ik besta.
Dat ik daar juist hier achter moet komen.


Joost@hippocom.nl | 22-06-09 omhoog




Lombok heerst

Waar ik ook ben in de stad, welk festival ik ook bezoek, Lombok heerst. Neem nou het festival Utrecht over Utrecht, dat zondag voor de 3e keer werd gehouden in het Louis Hartlooper Complex. Veel van de 208 ingestuurde verhalen, gedichten, foto’s en films over Utrecht hadden mijn wijk als onderwerp. In de drie blokken van een uur die ik bijwoonde, kwam Lombok al vijf keer terug.

Waaronder mijn Lombox-column 'Die van de kerstboom'. Door de blouse met bloemen die ik aan had, vrees ik dat ik bij de toeschouwers nu eerder bekend sta als die van de blouse met bloemen. Mijn verhaal volgde op dat van Marianne Miltenburg-Van Leeuwen, die sprak over het afgebroken huis van haar oma in de Kop van Lombok. En dan was er bijvoorbeeld nog een lofdicht van Anke Purmer op het multiculturele karakter van de wijk en een leuk verhaal van Saskia van Laar over de mannen van de fietsenstalling van de Sijpesteijnkade (die ik voor het gemak ook maar tot Lombok reken).

Wat er in de andere negen blokken over Lombok werd gezegd, weet ik niet. Maar ik las in het programma wel dat Lombok nog drie keer voorkwam in de titels van de inzendingen: een keer in een film, een keer in een gedicht en een keer in een foto. En dan ging er nog een verhaal over de Bilderdijkstraat en een gedicht over de Kanaalstraat. En waarschijnlijk zal de wijk ook in andere kunstuitingen naar voren zijn gekomen, die dan geen wijknaam of straat in hun titel hadden. En wat te denken van de schrijvers, dichters, fotografen of filmers. Waarschijnlijk zijn velen van hen woonachtig in Lombok. En waarschijnlijk zullen ze in hun kunst positief geweest zijn over de wijk. Net zoals in de bijdragen die ik wel heb gezien. Bij elk woord dat ik hoorde, bij elk beeld dat ik zag, voelde ik een soort trots. Hier woon ik ook, wilde ik bijna schreeuwen. Maar ik hield mijn mond, en luisterde instemmend toe.

Uiteindelijk viel geen van de bijdragen over Lombok in de prijzen. Of enkele van de prijswinnaars hier wonen, weet ik niet. Maar het maakt ook niet uit. Het belangrijkste van Utrecht over Utrecht was de bevestiging dat het goed toeven is in Lombok. En dat is toch mooi om te ervaren, daar in het centrum van deze mooie stad.

Joost@hippocom.nl | 15-06-09 omhoog


Archief: Kop van Lombok voor de sloop. Kunstwerken

Zazen

Zagen aan de mazen van de wet? Zachte bazen? Of zoete kazen? Ik had geen idee wat ‘zazen’ betekende. Regelmatig had ik dat woordje zien staan op een van de ruiten van Buurthuis Spirit. En nooit snapte ik het. En dan die woorden ervoor: ‘Vroeg opstaan met’. Ook die brachten geen duidelijkheid.

Ik was dan ook erg blij dat ik donderdag moest gaan stemmen in het Buurthuis. Want daar binnen zou ik er toch wel achter komen wat dat rare, maar vriendelijke woordje zou betekenen.  Nog nooit had ik me zo verheugd op het stemmen. Misschien was dat wel ‘zazen’: heel vroeg veel zin in  stemmen hebben.

Toen ik mijn fiets bij Spirit wegzette, zag ik het woordje al weer staan. Het gaf me nog meer goede zin. En dat werd alleen maar meer en meer. Eenmaal binnen keek ik mijn ogen uit. Veel was anders, en alles was beter.

In al die Eindhovense jaren dat ik mijn stem mocht uitbrengen, werd ik geleid naar een stemlokaal in één of andere vervallen basisschool. Het was een hele onderneming om naar het ‘stemlokaal’ te lopen, met al die spelende kinderen op het schoolterrein, en hun voetbalkwaliteiten die nog niet uitontwikkeld waren. Een paar keer kreeg ik een bal tegen mijn hoofd, en kwam ik daar half duizelig binnen. Of ik daarna wel op de juiste persoon hebt gestemd, kan ik niet garanderen.
Dat stemmen zelf was ook een aparte ervaring, of ik het lokaal nu ongeschonden of niet bereikte. Het leek wel of ik terecht was gekomen bij een uitje van de senioren van het zorgcentrum van 50 meter verderop.  De kleinkinderfoto´s lagen naast de stemlijsten, en eigenlijk was ik maar een vervelende onderbreker van het verhaal over de eerste stapjes van de vierde van ons Leo.

Maar dan in Lombok. Dat gaat hier toch wel heel anders. Buiten was het rustig, en had ik geen enkel gevaar te duchten van voetballertjes. En binnen, ja binnen, in dat mooie gebouw werd ik verwelkomd door vier jonge vrouwen, die niet zozeer aandacht hadden voor elkaar, maar voor de stemmer. Voor mij dus.
Als ‘zazen’ betekent met een vriendelijke lach ontvangen worden door mooie vrouwen, dan kan dat nergens beter dan in Spirit. 

Maar gelukkig was niet alles nieuw, anders had ik dat zazen waarschijnlijk niet overleefd. Zoals altijd was één van de vrouwen aan het stoeien met het uitspreken van mijn achternaam. Maar daarna werd het weer heel speciaal, al konden de dames daar weinig aan doen. Voor het eerst in mijn leven hoefde ik niet op een stemknopje te drukken, maar moest ik een vakje inkleuren met een rood potlood. Eigenlijk was dit het echte stemmen. En daarna moest ik – net zoals al die politieke leiders dat overal doen – het stembiljet opvouwen en in de stembus doen. Automatisch keek ik naar rechts of er geen fotografen waren die dat vereeuwigden. Maar nee, die waren er niet. Maar ik zag wel die vier vrouwen, die ditmaal niet op mij letten. Natuurlijk niet. Bewust van het belang van de dag, ging al hun aandacht uit naar de volgende stemmer. De foto’s van hun vriendjes en ouders bleven keurig in de portemonnee. Dat is de juiste spirit.

Terwijl ik naar de uitgang liep, keek ik nog eens goed om me heen. Wie weet zou ik toevallig nog wat zazenners tegenkomen. Maar nee, ik zag niets speciaals. Maar misschien was ik wel de grootste zazenner vandaag. Vooral als ‘zazen’ betekent: ‘met een goed gevoel de dag beginnen, zodat je de hele dag fluitend door komt.’


Joost@hippocom.nl | 8-06-09 omhoog



archief: stemmen voor referendum Stationsgebied Visies 2002

Met de laptop op pad

Dat was even schrikken.

Omdat ik even niet thuis wilde werken, was ik vrijdag met mijn laptop op weg naar Kopi Susu. Vanaf de Abel Tasmanstraat zag ik dat daar geen terrasjes buiten stonden. En hoe meer ik het ex-museumcafé naderde, hoe duidelijker het werd: Kopi Susu was dicht.

Nu al.

Al lopende raakte ik in paniek. Is dit heerlijke plekkie na een paar maanden al weer failliet? Gaat het dan toch zo slecht met de economie?

Of gaat het juist te goed met mijn werk?

Door een nieuwe opdracht werk ik momenteel veel in Amsterdam, en daardoor ben ik dus minder in Lombok. En heb ik minder tijd om een koffie verkeerd bij Kopi Susu te drinken.

Niet dat ik daar voor tonnen aan drank uitgaf, maar ik heb de kassa er wel laten rinkelen.

En nu ik dat even niet meer zo vaak deed, was het café dicht.

Gelukkig ben ik niet flauw gevallen door deze gedachte, maar ben ik gewoon doorgelopen naar het café, waar op de deur was geplakt dat Kopi Susu een paar dagen dicht was.

Ach ja, dat leuke personeel mag ook wel even bijkomen van de succesvolle maanden – er is volgens mij altijd wel volk daar. Of wie weet zitten ze lekker met z’n allen op de hei te praten over hoe het nog klantvriendelijker kan. Een zinloze heisessie, dat wel, want veel klantvriendelijker kan het niet.

En zo liep ik wat te mijmeren, op weg naar Café West. Altijd goed voor inspiratie en karnemelk. Als er ten minste plek is. Ja, binnen was genoeg plek. Maar zou ik me wel erg Remy voelen En met die lekkere zon, en dat gave terras, ging ik echt niet binnen zitten. Maar omdat het buiten vol was, en ik geen zin had om met die laptop te blijven staan, ben ik maar weer verder gegaan. En er was bovendien een goed alternatief, niet zo ver van West: Kanaalzicht. En daar had ik goede herinneringen aan.

Een paar weken geleden had ik met collega Franz heerlijk buiten gezeten bij Kanaalzicht. Ik dacht dat ik daar wel wat zou kunnen werken. Maar ik heb mijn laptop niet uit mijn tas hoeven halen. Meteen nadat ik ging zitten, wist ik al dat het Kanaalzicht niet de plek was om er te werken. Dat komt vooral omdat dit een echt Utrechts café is, dat bezocht wordt door echte Utrechters. Ofwel grofgebekte mannen die echt Utregs spraken, en veel moesten lachen. Vooral om zichzelf. Normaal is daar niets mis mee, en kan ik wel genieten van die taal en die humor. Vooral met een biertje onder handbereik. Maar om te werken was Kanaalzicht bepaald niet ideaal.

Dus toog ik maar naar huis, met de ongebruikte laptop, terwijl ik het extra jammer vond dat Kopi Susu dicht was. Maar tegelijkertijd dacht ik dat het erg leuk is dat Lombok zoveel verschillende cafés heeft. Voor inspiratie en karnemelk naar Café West, voor het kijken naar biljart naar de Windhoek, voor Utrechtse lol naar Kanaalzicht, en voor in alle rust werken naar Kopi Susu. Maar dan moet die wel open zijn.

Joost@hippocom.nl | 5-06-09 omhoog



Lombetië

Omdat we een wand van ons huis hebben behangen met een grote foto van de Canal Grande, is er altijd een stukje Venetië in Lombok. Toen ik op Hemelvaartsdag weer naar de Noord-Italiaanse stad vloog, vroeg ik me af of ik daar ook een stukje Lombok zou vinden. Al na een paar uur heerlijk dwalen in deze prachtige stad, wist ik dat het antwoord ‘ja’ was.

Net als Lombok heeft Venetië veel water. En het San Marco Plein lijkt qua drukte wel de Kanaalstraat tijdens Koninginnemarkt. En dan al die heerlijke eettentjes hier en daar, om over de grappige supermarktjes maar te zwijgen. Een wonderwinkel heb ik in de lagunestad niet gezien. Maar goed, er moet ook nog wat te wensen overblijven. Anders kun je net zo goed thuisblijven. En aan de andere kant kan Lombok ook nog wel wat van Venetië leren. Er is daar geen gemotoriseerd verkeer.  Dat zou bij de Kanaalstraat ook een uitkomst zijn. In plaats van toeterende of anders wel driedubbel geparkeerde auto’s een brede straat alleen voor fietsers en voetgangers. En als je ergens naar toe wil, pak je bij de brug gewoon de waterbus. Net als in Venetië. Maar wie weet, kan dat in Lombok in de toekomst wel, als de Leidsche Vaart wordt doorgetrokken naar de volgelopen Catharijnesingel.

En zo dwaalden in Venetië mijn gedachten vaak af naar mijn woonplaats. Ik zag de Italiaanse stad en de Utrechtse wijk al samensmelten tot Lombetië. Maar eerlijk gezegd dacht ik er ook vaak niet aan, maar genoot ik vooral van de stad. Bijvoorbeeld als ik op de waterbus zat, me toch had laten verleiden tot een duur gondeltochtje, weer bijna verdwaalde in de nauwe steegjes, de talrijke bruggetjes beklom en afdaalde, of me vergaapte aan de pracht en het verval. Al ben ik er nu al meer dan tien keer geweest, ik loop er altijd weer even graag rond. En steeds besef ik dat ik me daar erg op mijn gemak voel.

En dat is misschien wel de grootste overeenkomst tussen Venetië en Lombok: ik voel me erg prettig. Natuurlijk was het jammer dat we maandag Italië weer verlieten, en het vakantietje voorbij was. Maar toen we Lombok weer binnenreden, voelde dat erg goed. Als ik dan toch Venetië moet verlaten, kan ik nergens beter terugkeren dan naar hier.

Hoe geweldig Venetië ook is, het is en blijft een vakantiebestemming. Daar is daar, maar Lombok is thuis.

Joost@hippocom.nl | 26-05-09 omhoog



26-05-09 Lombetië
18-05-09 Deurwachtertjes
11-05-09 De vijf van de rommelmarkt
04-05-09 Apeldoorn
27-04-09 Haal de markt naar Lombok
20-04-09 Aftellen
13-04-09 Een negatief verhaal
06-04-09 Wijk L
30-03-09 Met Wim bij de kapper
23-03-09 Overal de Tasmanbrug
16-03-09 Karnemelk in West
09-03-09 En nu de Golff nog
02-03-09 Wonderwinkel
23-02-09 Longbokkies
16-02-09 Die van de kerstboom
09-02-09 Toch te laat
02-02-09 Alles te voet
26-01-09 Parkeren in de grote stad
19-01-09 Aan mij ligt het niet
12-01-09 De eerste keer op natuurijs
06-01-09 Een Brabo in Lombok

Deurwachtertjes

1.
De volgende keer dat ik Café West verlaat, vraag ik aan de serveerster of ze twee tosti’s in een zakje wil doen. De wandeling terug naar huis kan in de lente immers lang duren. Langer, veel langer, dan de tien minuten die er officieel voor staan. Dat komt niet doordat ik als het warmer wordt last heb van opzwellende voeten. En bij goed weer heb ik ook niet de neiging een extra groot ommetje te lopen. Dat ik er zo lang over doe, ligt niet aan mij, maar aan de katten onderweg.

2.
Dat Lombok een katvriendelijke wijk is, was me al opgevallen voordat we er woonden. Toen mijn lief en ik voor de eerste keer naar het huis gingen kijken , waren er veel katten in de straat. Heel veel. We reden nog maar net van ons toekomstig huis vandaan, of we moesten al weer stilstaan. Er lagen twee katten midden op de weg, en die hadden geen zin om opzij te gaan. Blijkbaar waren ze gewend dat ze mochten blijven liggen, dus als goede buurtgenoten-in-spe lieten we de katten daar maar lekker in het zonnetje. En zo hadden we meteen de tijd om de straat uitgebreid te bewonderen. In dat half uur dat we daar stonden, viel het ons op dat er nog veel meer katten waren. Dat leek ons meteen erg gezellig voor één van onze twee poezen. Hier zou zij zich ook vast thuis voelen.

3.
Toen we hier eenmaal woonden, viel op dat die op-de-weg-katten geen uitzondering vormden. Alle katten in de wijk lijken een sterke wil te hebben. De een wil de weg voor zichzelf, de ander wil per se geaaid worden. Of het nu uitkomt of niet. Als ik op een zonnige dag vanaf Café West door de Billitonkade loop, kom ik veel katten tegen. Meestal zitten ze maar te zitten voor de deur, totdat deze eindelijk eens een keer open gaat. Zolang dat niet gebeurt, willen ze aandacht van de willekeurige voorbijganger. Dus lopen ze voor je voeten, zodat je wel moet aaien. Net zolang totdat ze genoeg hebben, of de deur open gaat. Een maand geleden bleef ik door al die deurwachtertjes maar aaien op mijn weg naar huis. Toen ik eenmaal thuis was, had ik weer honger, en wilde ik meteen naar de Kanaalstraat lopen. Maar dat was buiten Motor gerekend.

4.
Nee, ik heb geen stoomfiets in de schuur. Motor is de naam van onze buitenkat. We hebben nog een binnenkat, die bang is en blind, en dus in de open lucht niets te zoeken heeft. Maar Motor is in Eindhoven gewend om naar buiten te gaan. Het was nog een heel gedoe om haar de eerste zes weken binnen te houden. Maar toen ze eenmaal aan het huis gewend was en naar buiten mocht, wilde ze al snel niet meer. Hier leefden te veel andere, lastige katten, die zo’n groentje als haar niet pruimden. Als die katten al niet voor hun huis stonden, maakten ze ruzie of joegen ze Motor van ons terras. Een van de op-de-weg-katten vocht niet, maar achtervolgde haar constant, wat ook heel irritant was. Maar langzaam maar zeker werd Motor geaccepteerd, en wilde ze meer naar buiten. Nu is ze daar best graag, zo lijkt het. Maar de gewoonte van de andere katten hier, kent ze nog niet.

5.
De laatste weken heb ik meer rondjes om ons huis gelopen dan me lief was. Alleen op deze manier kon ik er voor zorgen dat Motor niet helemaal mee liep naar de Kanaalstraat of het station. Ineens leek het haar namelijk een goed idee om mij te volgen als ik buiten liep. Dus achtervolgt ze me nu overal. Op zich wel gezellig, maar ook angstig. Want zo’n Kanaalstraat of de weg naar het station lijken me toch wel te druk voor zo’n kat. Geen idee waar ze dan in haar angst naar toe holt. Daarom hoop ik tijdens mijn wandelingen hier altijd dat ik een andere poes of een voetballend kind tegenkom, want daar durft Motor niet voorbij. Maar zijn die niet op straat, dan loop ik maar terug naar huis, om haar binnen te laten, en gauw de deur weer dicht te doen. Onder luid protest natuurlijk. Maar dan moet ze maar net zo worden als veel van de katten hier.
Een deurwachtertje.

Joost@hippocom.nl | 18-05-09 omhoog



Een van de vele katten (niet Motor)

De vijf van de rommelmarkt

De eerste kus. De eerste keer. De eerste rijles. De eerste auto. De eerste serieuze relatie. De eerste koopwoning. De eerste rommelmarkt in Lombok.
Onvergelijkbaar.
Behalve dan dat ze onvergetelijk zijn.

Op 5 mei hadden mijn lief en ik tijdens de straatfeesten hier een kraam voor ons huis staan. Hoewel het weer iets tegenviel, was het een geweldige dag. Er gebeurde teveel om op te noemen. Daarom maar een selectie.
De vijf van de rommelmarkt.

1.
Vantevoren hadden we het al vaak gehoord: alles met een stekker verkoop je meteen. Nou, dat klopte niet helemaal. Een aantal apparaten hebben we nog. Maar de populariteit van de stekker werd al snel duidelijk. We hadden nog niemand gezien toen we de doos met apparaten uit de schuur droegen, maar voordat we de doos op de kraam konden zetten, stonden er ineens tien Turkse en Marokkaanse mannen voor onze neus. Geen idee waar die zo snel vandaan kwamen. Ze hadden in ieder geval haast, want de stekkers werden meteen uit de doos gegraaid. Een heel aparte ervaring. Maar erg leuk! Vooral achteraf dan.

2. 
Het was af en toe alsof ik in Guatemala of in Thailand was, met al dat afdingen. Heerlijk. Vaak erg grappig. En soms ook wel irritant. Had ik een paar schoenen te koop gezet voor 2 euro, kreeg ik te horen dat dat te duur was. Want ze waren niet nieuw meer. Ja, dag. Anders had ik ze natuurlijk niet voor 2 euro aangeboden. En dan dat afgeding op spulletjes van 40 cent. Ging ik daar in mee, kreeg ik te horen dat ik zo duur was.

3.
Het is mooi om te ervaren dat je mensen gelukkig maakt met spullen die je weg doet. Een stelletje was heel blij met een trui die ik nooit heb aangedaan. Een ander was weer blij met een oud miniplayertje voor zijn zoon. En dan was er ook nog de muziekliefhebber die 18 cd’s kocht, waarvan een paar die hij al lang wilde hebben. Toen hij daar ook nog korting op kreeg, was hij helemaal gelukkig. “Je maakt me heel blij”. Nou, graag gedaan. En jij mij ook!

4.
Voor kinderen hadden we niet zoveel op onze kraam. Maar de overburen wel. Daar stond een grote poppenkast. Ik verheugde me al op een fijn stukje poppenkasttheater, en ik zag de blijde kindergezichtjes al voor me. Maar Jan Klaassen en Katrien bleven achter het gordijn. Ik bleef geduldig wachten, totdat de poppenkast ineens verdwenen was. Die bleek gewoon te koop hebben gestaan. Er was geen theater gepland. Het blijft wennen, zo’n rommelmarkt.

5.
Zelden had ik zoveel complimentjes gekregen over een kledingstuk. Maar eerlijk gezegd had ik dit geruite jasje bijna nooit aan. En ook niet op deze 5 mei. Ik bood het aan voor een euro. Het jasje was echt de blikvanger van de dag. Maar liefst vijf mannen hebben het gepast. Prachtig vonden ze het. Leuk. Kleurig. Chique. Maar kopen, ho maar. Na afloop van de rommelmarkt had ik het jasje nog steeds. Eergisteren heb ik het zelf maar weer eens een keertje aangedaan. En wat denk je? Geen complimentje meer gehoord.

Joost@hippocom.nl | 11-05-09 omhoog



Apeldoorn

1.
Dit zou een positief stukkie geweest kunnen zijn over de Koninginnemarkt in de Kanaalstraat. Daar voelde het alsof ik op vakantie was in eigen wijk. Ik bedoel, in een willekeurige Spaanse badplaats kom je meer Nederlanders tegen dan hier tijdens de Koninginnemarkt. En dat is nou net de reden waarom ik niet zo graag naar zo’n badplaats ga. Ik wil andere culturen ervaren. En daarom vond ik de Kanaalstraat zo speciaal. Afrika, Azië en Europa kwamen tezamen, op 1,5 km. Maar het was op Koninginnedag heel moeilijk om er van te genieten.

2.
Het was mijn eerste Koninginnedag in Lombok, en ik weet dus niet of de markt hier elk jaar zo multicultureel is, en blanken de minderheid vormen. Ik kan me voorstellen dat dit jaar aardig wat Nederlanders zijn weggebleven door het Koninginnedrama in Apeldoorn. Ik was ook lange tijd aan de buis gekluisterd, helemaal verbijsterd. Maar ja, van voor de tv zitten verandert er niets. En hoe langer ik keek, hoe meer deskundigen  en zelfingenomen journalisten het scherm vulden. Tijd om de benen te strekken, en om toch maar even naar de Kanaalstraat te gaan.

3.
Dit zou een vrolijk stukkie geweest kunnen zijn over de voorbereidingen op het Lombok Anders Feest van 5 mei. Ik had me voorgenomen om goed op de verkopers van de Koninginnemarkt te letten. Hoe prezen zij hun waar aan? En wat kon ik van de potentiële kopers verwachten? Maar toen ik uiteindelijk op de markt liep, was ik er aanvankelijk met mijn hoofd niet bij. Ik dacht aan de slachtoffers, hun familie, de talrijke ooggetuigen en natuurlijk de koningin, de prinsen en de prinsessen die alles hadden gezien. Als ik me weer eventjes concentreerde op de markt, viel het me wel op dat er veel commerciële verkopers van hoofddoeken, jurken en prullaria waren, maar weinig Lombokkers die op een matje hun spulletjes verkochten. Misschien is er altijd al weinig ruimte voor een vrijmarkt hier. Maar misschien bleven er wel  mensen weg omdat ze er na Apeldoorn even helemaal geen zin meer in hadden.

4.
Aanvankelijk had ik er ook niet zoveel zin in om naar de Koninginnemarkt gegaan. Even dacht ik dat door de aanslag de hele markt misschien zou worden afgelast. Maar gelukkig is dat niet gebeurd. En gelukkig ben ik toch gegaan. Want hoe langer ik er liep, hoe meer ik van de markt genoot. Op een dag dat één idioot voor veel leed zorgt, is het goed om te ervaren dat er op andere plaatsen in het land juist veel broederschap is. Dat het er vriendelijk aan toegaat, en vredelievend. Dat mensen uit veel verschillende culturen gezellig samen file kunnen lopen, zonder geruzie en gedoe.
Is het toch nog een positief stukkie geworden.


Joost@hippocom.nl | 04-05-09 omhoog




Foto: Janny Nieboer

04-05-09 Apeldoorn
27-04-09 Haal de markt naar Lombok
20-04-09 Aftellen
13-04-09 Een negatief verhaal
06-04-09 Wijk L
30-03-09 Met Wim bij de kapper
23-03-09 Overal de Tasmanbrug
16-03-09 Karnemelk in West
09-03-09 En nu de Golff nog
02-03-09 Wonderwinkel
23-02-09 Longbokkies
16-02-09 Die van de kerstboom
09-02-09 Toch te laat
02-02-09 Alles te voet
26-01-09 Parkeren in de grote stad
19-01-09 Aan mij ligt het niet
12-01-09 De eerste keer op natuurijs
06-01-09 Een Brabo in Lombok

Haal de markt naar Lombok

Wil je zelf ervaren hoe zonnig de toekomst er uit zal zien? Ga dan richting de Media Markt in Hoog Catharijne. Niet dat de allernieuwste Blu-Ray Full HD Recorder je een betere toekomst bezorgt. Of dat een HD ready LCD tv je zorgen zal verlichten. Nee, dan ben je al te ver.

Je moet namelijk niet de Media Markt zelf binnenlopen, maar het gangetje aan de rechterkant van deze mediasuper. Dit leidt naar het Infocentrum Stationsgebied. Op een zeer fraaie wijze laat de gemeente Utrecht daar zien wat de plannen zijn met het Stationsgebied. Je ziet onder meer een prachtige en kleurrijke maquette van alle nieuwe gebouwen. En achter die maquette hangt een mooie luchtfoto. Op deze foto is Lombok duidelijk te zien. Sterker nog, ons huis staat erop. Zie je daar vlakbij het Geldmuseum iemand zwaaien? Dat ben ik. Zo blij ben ik dat ik hier woon.
En na het zien van de plannen over het stationsgebied, ben ik alleen nog maar blijer. Want Lombok wordt er alleen maar beter van. 

Voor het geval dat je het gemist hebt, hier enkele plannen.
De hoofdingang van het verbouwde station komt aan onze kant. Daar verschijnt ook het nieuwe Stadskantoor. En dan is er nog de Leidsche Vaart die helemaal doorgetrokken wordt tot de Catherijnesingel, die onder water wordt gezet. Maar het mooiste is wel dat het Westplein gaat verdwijnen. Dit foeilelijke verkeersplein gaat veranderen in het Lombok Plein, een mooi en levendig plein, met huizen en winkels. En met de markt van Utrecht.
Althans, dat was de bedoeling.

Het idee van de gemeente was om de markt te verplaatsen van Vredenburg naar het Lombok Plein. Maar de marktlieden en –koopmannen willen er niet aan. Dat er bij Vredenburg na de verbouwing veel minder plek is, kan hen niet van gedachte brengen. Dan maar een paar komkommers en appels minder in hun groentekraam. Dan maar wat schoenen minder presenteren aan de klanten. Dan maar geen stroopwafelkruimels meer in een zakje aanbieden. Blijkbaar is dit altijd nog beter dan met een kraam in Lombok staan.
Maar waarom eigenlijk?

Beseffen de marktlieden soms niet wat deze wijk allemaal heeft? Afgaande op al die groentestalletjes en –winkels in de Kanaalstraat, verkopen de tomaten en aubergines hier uitstekend. En ze smaken hier ook heerlijk, anders waren het er wel wat minder geweest. En dan die centrale ligging van onze buurt. Na de renovatie van het Stationsgebied ligt Lombok echt niet verder weg van het station dan Vredenburg. Als het stadskantoor aan deze kant van het station komt te liggen, zal het bovendien alleen maar drukker worden.

Maar goed, de gemeente is inmiddels akkoord gegaan met de marktlieden. Ze mogen blijven waar ze zijn. Wellicht denken ze dat ze een mooie deal hebben gesloten, maar ik vrees dat velen van hen het financieel gezien niet overleven. Daarom moeten we hen redden.
Laten we hen in een busje stoppen, naar Lombok rijden en hen hier laten zien wat de wijk te bieden heeft: de bereikbaarheid. De centrale ligging. De vele potentiële kopers. Hun koopgedrag. De multiculturele bevolking, die voor een groot deel toch de doelgroep van de markt vormt. En de smaak van de tomaten en aubergines hier. Als ome K. van de wonderwinkel nog een klein cadeautje aan de heren geeft, en als Aarti Surinaams Eethuis, de Gouden Kom of Jasmijn & Ik een kleine proeve van bekwaamheid serveren, dan gaan de koopmannen zeker  overstag. En dan komen ze hier wel met hun kramen.

Als je het goed en wel beschouwt, verandert er dan eigenlijk voor de marktlieden niet zoveel. Als de markt hier komt - en vooral als de plannen met het Stationsgebied doorgaan - wordt de wijk steeds meer het centrum van Utrecht. Niet dat we het hier nu ook echt centrum moeten noemen. Nee hoor, dat gebied rond Vredenburg en de Oude Gracht mag zo blijven heten. Want wat zegt dat nou, centrum. Elke stad heeft er wel één.  Maar een Lombok zie je alleen in Arnhem en Utrecht.
En met een markt straks, is onze wijk helemaal uniek.

Joost@hippocom.nl | 27-04-09 omhoog



Soundscape Markt 2002
Soundscape Roltrap Jaarbeursplein zijde 2002

Meer archief over Stationsgebied 2002
Actuele info: www.cu2030.nl

Aftellen

We zijn er klaar voor.
In de middag van de tweede Paasdag hebben mijn vriendin en ik de schuur opgeruimd, en hebben we de dozen ingekeken die we tijdens de verhuizing daar hadden neergegooid. Helaas zaten er af en toe bruikbare spullen tussen, maar het grootste deel gelukkig niet.

Nu kunnen we echt een weekje naar de Malediven.
Of de Provence.
Of desnoods de Ardennen.
Of waar we ook naar toe kunnen van het geld dat we tijdens de braderie van 5 mei verdienen. Na de schuuropruiming hebben we in totaal zo’n 20 dozen vol met spullen die we graag zouden willen verkopen. Er zit vanalles in: potten, pannen, bekers, cd’s, walkmen, een trimmer, vazen in allerlei vormen en maten. Noem maar op. Eigenlijk alles wat we dubbel hadden nadat we gingen samenwonen. Ga maar na, zij had in Amsterdam een appartement vol spullen, en ik in Eindhoven een huis. Natuurlijk hadden we alles wel kwijt gekund in ons Lombokse huis. Maar wat moeten we nu met 27 keer dezelfde boektitels, 43 borden, 82 lepels, 14 pannen, 12 eierdopjes en 3 potjes zwarte schoensmeer. Bovendien wilden we ook nog ergens kunnen zitten. Dus moest er veel weg.
De dubbele boeken verkopen we via bol.com. De rest via 5 mei.
Het is een erg gaaf idee dat er die dag op onze stoep een braderie wordt georganiseerd. In plaats van de eeuwige auto’s staan er dan goed gevulde kramen en vloerkleden. Al vaak hebben we gehoord dat deze dag speciaal zou zijn. Dat het er zo gezellig is, dat de Turkse en Marokkaanse mannen afdingen, dat alles wat een stekker heeft heel goed verkoopt. En dan is er nog de mooie open brief van Franz over het Lombok Anders Feest. (Nooit geweten overigens dat dit de officiële naam is van de braderie. Zo leer je nog eens wat van andere columnisten.) Franz´ woorden wakkeren mijn enthousiasme alleen maar aan. Dit wordt een heel bijzondere dag, dat kan niet missen. Het aftellen is dan ook begonnen.
Maar hoe dichter de dag nader bij komt, hoe zenuwachtiger ik word.
Ik heb zoveel leuke verhalen gehoord en gelezen, dat dit Feest er wel heel Anders uit kan gaan zien dan ik had gedacht. Zul je net zien dat het regent. Dat de Turkse en Marokkaanse mannen wegblijven. Dat we met 18 dozen blijven zitten. En dat we zelfs de stekkers niet kwijt raken.
Straks halen we de Ardennen niet eens.

Maar gelukkig heb ik veel momenten dat ik even ontspan. Dan denk ik dat het niet gaat om het geld verdienen, maar om de sfeer. Lekker met de buurtgenoten bij elkaar. Heerlijk praten. Samen lachen.  En als we natregenen, doen we dat met zijn allen.
Dat heeft toch ook wel iets.
Zoveel buren om je heen, zoveel sfeer, zoveel plezier, daar kan toch geen Ardennen tegenop.
Zelfs geen Malediven.
Of overdrijf ik nu weer.

Joost@hippocom.nl | 20-04-09 omhoog




Voor een geluidenimpressie van 5 mei

20-04-09 Aftellen
13-04-09 Een negatief verhaal
06-04-09 Wijk L
30-03-09 Met Wim bij de kapper
23-03-09 Overal de Tasmanbrug
16-03-09 Karnemelk in West
09-03-09 En nu de Golff nog
02-03-09 Wonderwinkel
23-02-09 Longbokkies
16-02-09 Die van de kerstboom
09-02-09 Toch te laat
02-02-09 Alles te voet
26-01-09 Parkeren in de grote stad
19-01-09 Aan mij ligt het niet
12-01-09 De eerste keer op natuurijs
06-01-09 Een Brabo in Lombok

Columns voor Lombox genomineerd

"Jouw verhaal is toegelaten tot het competitie gedeelte van Utrecht over Utrecht", mailt de organisatie van het festival vandaag.

Dit betekent dat Joost, columnist voor Lombox kans maakt op de Proza Award ter waarde van € 1.000,- of de publieksprijs van het festival Utrecht over Utrecht! Utrecht over Utrecht is het jaarlijkse cinema- en literatuurfestival van, over en door Utrechters!

Op 14 juni wordt festival voor de derde keer georganiseerd in het Louis Hartlooper Complex. Het programma wordt gekenmerkt door de mix van gedichten, verhalen, films en fotografie, die allen op hun eigen manier Utrecht in beeld brengen.

Joost heeft een verhaal gemaakt op basis van vier van zijn columns voor Lombox: Aan mij ligt het niet; Toch te laat; Die van de kerstboom; En nu de Golff nog

Gefeliciteerd met deze nominatie!

Lombox 16-04-09 omhoog



Een negatief verhaal

De afgelopen weken ben ik aardig positief geweest over mijn wijk. Maar voordat u denkt dat ik in het Lombok Promotie Team zit, hier wat slecht nieuws.

Ik ben bestolen.
En nog wel in het Geldmuseum. Overigens niet van mijn geld of portemonnee – wat je daar toch zou verwachten – maar van mijn mobiele telefoon. Wat er precies is gebeurd, weet ik niet. Om een uur of een was ik in het café van het museum – het andere museumcafé, zeg maar –aan het sms’en. En even later was mijn mobiel foetsie. Misschien is hij uit mijn zak gevallen, en bleek er geen eerlijke vinder in de buurt. Of misschien ben ik gezakkenrold. Op zich niet zo verwonderlijk, vond de suppoost van het museum, tussen al die jeugdige schoolreizigers zitten altijd wel een paar boefjes.

Maar ach, het ging om een mobiele telefoon waarvoor ik niets had betaald. En binnen een half uur was mijn nummer geblokkeerd en had ik een nieuwe SIM-kaart, die ik gewoon in mijn oude telefoon deed. Dus zo erg was het allemaal niet.
O nee, wacht,  ik wilde een negatief stukje schrijven.
Dus was het balen. Dus.
En de politie deed natuurlijk ook niets. Via internet heb ik braaf de diefstal aangegeven, maar ik heb er nog steeds niets van gehoord. En het is nu toch al zo’n week of zeven geleden.

Ja, zo lang is het geleden dat mijn telefoon is gestolen.
Maar eerlijk gezegd heb ik er daarna nauwelijks meer aan gedacht.
Totdat ik echt iets negatiefs over deze wijk wilde vertellen. Na een half uurtje peinzen kwam ik met dit voorval. Dat ik er zo lang over moest denken, zegt al hoe belangrijk ik de diefstal vond. Dat komt niet alleen omdat ik al snel iets anders had geregeld, maar ook omdat het vervelende gevoel van de diefstal niet opwoog tegen het geweldige gevoel dat ik had toen ik door de gangen van het Geldmuseum liep. Geweldig! Al die interactieve en leerzame spelletjes. Ook heel leuk voor minder-jeugdigen zoals ik. Als een kind zo blij was ik toen ik genoeg centjes had gespaard om een bankbiljet met mijn eigen hoofd uit te printen. En dan die leuke spulletjes in de museumwinkel. En dan het café, met die lekkere...
met zo’n vervelende dief, bedoel ik.
Want ik wilde ten slotte een negatief verhaal schrijven.
Maar dat valt dus niet mee.
Dat valt in deze wijk helemaal niet mee.

Joost@hippocom.nl | 13-04-09 omhoog




Wijk L

Al heel veel had ik gehoord over Wijk C. Dat het zo speciaal was. Dat het een bezoekje waard was. En die naam beviel me altijd wel.  Wijk C. Dat is weer wat anders dan Ali B.
Het klinkt een beetje mysterieus, alsof het een wijk is met veel verborgen geheimen.

En dat klopt, weet ik nu, twee dagen na een wandeling door de wijk.
Er is veel verborgen daar. En nog weinig zichtbaar.
Wat na de wandeling vooral overbleef, was een flink ‘Doe Maar’-gevoel: is dit alles? (oehoehoehoe) – is dit alles wat er is?
O natuurlijk, de geschiedenis van Wijk C is zeer boeiend. Dit bleek vooral uit de diavoorstelling in het Volksbuurtmuseum aan de Waterstraat. Leuk om al die bijzondere Wijk C-bewoners te leren kennen, zoal s Dikke Dries, Oranje Ka en Kobus Straatman. Maar de wandeling daarna viel tegen. Dat kwam vooral doordat er zo weinig over is van de oorspronkelijke wijk. Veel is de laatste decennia veranderd. De huizen die er nu staan, zouden zelfs in Eindhoven niet opvallen.
Al met al gaf de wandeling van zaterdag vooral een beeld van het destructieve renovatie- en sloopbeleid van de gemeente Utrecht. Het werd daardoor vooral een wandeling over vervlogen tijden, over wat was en nooit meer komen zal.
Heel informatief, dat wel, maar ik werd er niet vrolijk van.
De wandeling maakte deel uit van de geweldige cursus ‘Leer mij Utrecht kennen’, die het Gilde van Utrecht organiseert. In zes wandelingen komt een groot deel van Utrecht aan bod. Rondom de Dom, de werven en stegen, nu dus Wijk C, en de komende maanden nog het stationsgebied, de Leidsche Rijn en het stadhuis.
De cursus is heel goed opgezet, en de gidsen zijn aardig, humoristisch en overtuigend.
Alleen ontbreekt er een wijk…
Inderdaad, Lombok.
Ik weet het; doordat ik hier woon, ben ik niet helemaal objectief. En ik weet ook dat mijn wijk niet zo’n historie heeft als Wijk C.
Maar Lombok heeft wel meer oude gebouwen. Meer sfeer. En meer verschillende culturen en bevolkingsgroepen, waardoor ze meer een wijk van nu is.
Vooral hierdoor past ze precies in een cursus als ‘Leer mij Utrecht kennen’.
Bovendien is Lombok niet alleen een wijk waar culturen bij elkaar komen, maar ook waar oude en nieuwe gebouwen gebroederlijk naast elkaar staan. Sommige nieuwe gebouwen winnen niet echt een schoonheidsprijs, maar die kunnen dan mooi gebruikt worden als voorbeeld van het renovatiebeleid van de gemeente. Om daarna meteen te laten zien hoe het ook kan: een groot deel van onze wijk is immers prachtig opgeknapt.
Ik ga het toch eens voorstellen bij de heren en dames van het Gilde: of ze Lombok ook in hun cursus willen opnemen. En uit eerbied voor Wijk C mogen ze mijn wijk dan best wel Wijk L noemen.
Met de L van Leuk, Levendig, Leerzaam en Lekker Lang Lopen.  
En van LomboX, natuurlijk.


Joost@hippocom.nl | 06-04-09 omhoog




Met Wim bij de kapper

1.
Natuurlijk had ik wel meegekregen dat Wim Sonneveld in Utrecht was geboren. Het heeft immers op Lombox.nl gestaan. En de omslag van het boek ‘Sonneveld, mevrouw! De Utrechtse jaren’ zag ik regelmatig voorbijkomen in de Utrechtse boekhandels.
Maar ik had niet de neiging om het boek te kopen. Bovendien heb ik de documentaire over het boek gemist. Het is dat een vriend er over begon, anders had ik nooit geweten dat er ook bij de Antonius van Paduakerk was gefilmd, waar de kleine Wim misdienaar was.
Op de een of andere manier deed het me weinig dat een van de grootste cabaretiers aller tijden een Lombokker was.
Maar dat veranderde bij de kapper.

2.
Ja, ik ben bij de kapper geweest. Voor iemand met zo’n weelderige haarbos als ik (not), is het vrij uniek om naar de kapper te gaan. Meestal is mijn vriendin mijn kapper. Met mijn oorhaar en wenkbrauwen was ze meer tijd kwijt dan met de haren op mijn bol. Maar als deze enkele haren wat langer zijn, gaan ze wel alle kanten opstaan, wat er niet zo netjes uitziet.
Maar netjes wilde ik er afgelopen woensdag wel uitzien, want ik had die dag een belangrijk gesprek.
Omdat het in het weekend niet van knippen was gekomen, besloot ik dinsdag dat maar te laten doen. Op internet zocht ik naar de kappers in de buurt. Ik kwam al snel uit bij de site van Kapsalon Mulder, de beste kapper van Nederland van 2005. Maar ja, wat moest zo’n beste kapper nou met iemand zonder haar dus besloot ik maar ergens anders te gaan kijken. En zo kwam ik uit bij de Herenkapsalon Nieuw Engeland.
Het bleek een gelukkige beslissing. De Turkse knipper was zeer aardig, en maakte er het beste van.
Nadat hij mijn haren had geknipt, moest ik meteen aan Wim Sonneveld denken.

3.
Meer dan 25 jaar geleden speelde ik op de bonte avond van de basisschool een sketch van Wim Sonneveld na: ‘De man achter het loket’. Het gaat over een man achter het loket (goh) van een postkantoor. Als een kapper aan de balie wat postzegels wil kopen, wordt de lokettist ineens heel vervelend. Hij probeert de klant steeds andere dingen aan te smeren, zoals een spaarboekje en een aanvraag voor internationale gesprekken. Het loopt zo uit de hand dat de kapper de chef erbij haalt. Deze vraagt de lokettist waarom hij dat doet. 'Nou”, antwoordt hij, “die man is namelijk mijn kapper, ziet u! Als ik bij hem binnenkom en ik zeg: Wilt u alleen maar mijn haar knippen, dan zegt hij tegen mij altijd: Wilt u lotion, wilt u tandpasta, wilt u zeep, wilt u watten, wilt u eau de cologne.'

4.
Mijn kapper bleek ook zo’n kapper.
Nadat hij de enkele haren had geknipt, vroeg hij of ik een Turkse balsem wilde, of ik mijn haar wilde laten wassen, of ik geschoren wilde worden, of ik echt goede shampoo wilde hebben enzovoort enzovoort. Er was echter een groot verschil met de sketch van Sonneveld: ik kon geen ‘nee’ zeggen. Waar de man achter het loket zich irriteerde aan al deze kappersvragen, vond ik het geweldig. En terwijl de kapper me schoor, waste en balsemde, voelde Wim Sonneveld heel dichtbij. Ineens was het alsof hij met mij bij de kapper was.

5.
Vanaf dat moment vind ik het geweldig dat hij in mijn wijk is geboren, en hier heeft rondgelopen. Nu ga ik zeker het boek kopen, en de documentaire zien. Al kunnen die letters en beelden zeker niet tippen aan het idee dat ik hier kan ervaren wat hij heeft ervaren.
Heeft de Antonius van Paduakerk nog een misdienaar nodig?

Joost@hippocom.nl | 30-03-09 omhoog




Het geboortehuis van Wim Sonneveld in de JP Coenstraat

Overal de Tasmanbrug

1.
Honderd meter van ons huis staat mijn favoriete brug van Nederland, de Abel Tasmanbrug. Een brug die ze van mij best wel mogen kopiëren om vervolgens overal weg te zetten. Zelfs als er geen water in de buurt is.

2.
O ja, er zijn zeker mooiere bruggen te vinden dan deze Abel Tasmanbrug. Er zijn vast bruggen die ouder en eleganter zijn. Maar op zich is de brug niet misplaatst in de wijk. Sterker nog, het is een stijlvolle en gave brug, een mooi ijkpunt in de wijk. En een heel fraaie verkeersdrempel.

3.
De Abel Tasmanbrug is ook een leuke brug. Hij heeft het laatste half jaar voor veel vermaak gezorgd. Aardig wat familieleden en vrienden stonden bij de Leidseweg te twijfelen of ze met hun auto wel de brug over konden. Sommigen draaiden om, om vervolgens na veel gezoek en omgerij een half uur later bij ons huis aan te komen. Anderen deden een schietgebedje, en waagden een poging. Al rijdend kwamen ze erachter dat de brug breed genoeg was en dat de knik in de brug de onderkant van de auto niet beschadigde. Als ze maar heel rustig reden.

4.
In de eerste dagen dat ik hier woonde, vond ik het nog wel spannend om de Abel Tasmanbrug op te rijden. Het begon al met dat manoeuvreren tussen de paaltjes. Lastig vond ik het ook dat de brug een tweerichtingsbrug is, in tegenstelling tot zijn collega aan de linkerkant. Nu moest ik extra goed opletten of er iemand van de andere kant kwam. Met een beetje pech moest ik ook nog terugrijden, al manoeuvrerend tussen de paaltjes. En dan maar hopen dat de auto achter me ook terug reed. In die dagen was ik niet zo blij met de brug. Dat schoot toch niet op zo. Maar nu weet ik dat dat juist zijn grote kracht is.

5.
Hoe langer ik hier woon, hoe meer ik besef hoe fantastisch de Abel Tasmanbrug is. Dit is echt de ideale verkeersdrempel. En hij ziet er ook nog mooi uit. Daarom mag deze brug wel overal in Nederland verschijnen. Worden mooie wegen als sluiproute gebruikt, plaats daar maar een Abel Tasmanbrug. Wordt er binnen de bebouwde kom constant harder gereden dan 30 kilometer per uur: hup, een Abel Tasmanbrug. Soms kan het verstandig zijn om onder de brug een watertje te graven. Anders staat het misschien wel raar, zo’n brug midden op de weg, zonder een kanaal of riviertje te bekennen. Maar aan de andere kant is deze brug zonder water ook al fraai. De meeste Nederlandse dorpen en steden knappen er in ieder geval van op.

6.
Ik zie het al helemaal voor me. Rijd ik in een mooi straatje in de Jordaan, staat daar ineens een Abel Tasmanbrug.  Ben ik even in Zevenbergen, zie ik daar een Abel Tasmanbrug. Sla ik de bocht om in de leukste wijk van Eindhoven, rijd ik recht op een Abel Tasmanbrug af.
Heel  Nederland wordt het zo een stuk veiliger.
En in heel Nederland een aandenken aan mijn thuis.


Joost@hippocom.nl | 23-03-09 omhoog



Karnemelk in West

Het is prachtig hoor, die Oude Gracht. En de Dom, die middeleeuwse straten, de werven … genieten!  Maar ik kan goed zonder die historische schoonheid, wat ik al die jaren in Eindhoven wel heb bewezen. Het enige wat ik nodig heb, zijn een pen en een notitieblokje in een rustig cafeetje. Het liefst dan nog een cafeetje met tijdschriften die ik officieel niet lees, en met personeel dat bij binnenkomst al weet wat ik wil. Dan ben ik gelukkig.

Het heeft een tijdje geduurde voordat ik zo’n cafeetje heb gevonden in Lombok. Of beter gezegd, het heeft een tijdje geduurde voordat ik in de gaten had dat een café dat ik al regelmatig had bezocht, zo’n cafeetje was.

Het Café West ken ik vanaf de eerste weken hier. Ik kwam er altijd tijdens lunchtijd of in het weekend. En wat was het dan druk. Te rumoerig om te kunnen schrijven.

Maar een maandje geleden lukte het me thuis niet om goed te werken. Het was inmiddels drie uur in de middag, en ik had nog veel te weinig gedaan. Uit gewoonte stopte ik een notitieblokje en pen in mijn jas, en ik liep naar buiten. Op weg naar nergens bleek Café West een magneet te zijn. Voordat ik er naar binnen ging, keek ik door het glas in de deur, en wilde weer teruglopen. Er was niemand; het café zou wel dicht zijn. Zonder veel hoop speelde ik toch maar wat met de deurklink, en verhip, de deur ging open. En daar stond ook nog een serveerster. Voor de zekerheid vroeg ik of het hier echt open was, en ze knikte ja. Na mijn verbaasde blik zei ze dat het hier tussen half drie en vijf altijd heerlijk rustig is.

Op dat moment besefte ik dat West meer is dan een druk café. West is de ideale plaats voor schrijvers. Voor laat-in-de-middag-schrijvers, dat wel. 

Sindsdien kom ik er een paar keer per week. Altijd rond drie uur. Als ik nog uitgebreid moet lunchen, zorg ik dat ik een paar minuten voor drieën binnen kom. Dan moet de kok nog aan de slag, want de keuken blijft stipt tot drie open. Heb ik geen honger of neem ik genoegen met een tosti, dan maakt het niet zo uit hoe laat ik binnen kom. Eenmaal binnen is het een vast ritueel. Ik zet me achter een tafeltje op een heel rustig plekje, pak mijn notitieboekje en pen uit mijn jaszak, en ga schrijven. De plek blijkt stimulerend te zijn. De woorden schieten in een ruk door de pen, op het papier. Slechts twee keer word ik onderbroken. De eerste keer als de serveerster vraagt wat ik wil hebben. Zoals gewoonlijk een cappuccino. De tweede keer hoef ik niets meer te zeggen, maar is met mijn hoofd knikken genoeg, nadat de serveerster vraagt of ik nu een karnemelk wil.

De eerste keer dat een serveerster dat vroeg, had ze niet in de gaten hoe gelukkig ze me maakte. Terwijl zij na de bar liep om de melk te halen, zuchtte ik blij. Waarna ik in een soort trance binnen een uur vijf columns, drie liedjes en een filmscenario schreef en acht boekjes vol tekende, ondertussen af en toe nippend aan de lekkerste karnemelk ooit.

Ik had echt mijn plek gevonden.

De komende weken ga ik met mijn vriendin veel van Utrecht ontdekken. Op zaterdagmorgen, onder leiding van een gids van Gilde Utrecht. Nadat we al de Dom hebben bezocht, zullen we de komende weken de werven en steegjes gaan zien, Wijk C, het Stationsgebied, de nieuwbouwwijk Veldhuizen.  Het lijkt me geweldig. Maar als ik zo tussen de andere Utrechters loop, dan weet ik al dat ik na een tijdje naar de rust van Café West verlang. Als ik al die kilometers maak en al die trappen op en af loop, denk ik al aan het tafeltje van het café. En als ik mijn notitieblokje in mijn jaszak voel, bedenk ik dat deze al een tijdje niet beschreven is. Langer dan ooit zal gebeuren in Café West.

Al moet ik na de wandeling nog wel zo’n 50 uur wachten voordat ik er weer naar toe kan. Maar dat is geen probleem. Ik vermaak me buiten het café ook al. En ik weet nu wat de werking van West is. Tot mijn bezoek aan het café, hoef ik nauwelijks te werken. Want dat haal ik daar wel in.

Dankzij de rust. En dankzij de karnemelk.

Café West is the place to be. Doordeweeks, na half drie.

Joost@hippocom.nl | 16-03-09 omhoog




16-03-09 Karnemelk in West
09-03-09 En nu de Golff nog
02-03-09 Wonderwinkel
23-02-09 Longbokkies
16-02-09 Die van de kerstboom
09-02-09 Toch te laat
02-02-09 Alles te voet
26-01-09 Parkeren in de grote stad
19-01-09 Aan mij ligt het niet
12-01-09 De eerste keer op natuurijs
06-01-09 Een Brabo in Lombok

En nu de Golff nog

Maakt u zich ook zo druk over de economische crisis?
Dan heb ik goed nieuws voor u.
Het Museum Café Lombok is weer open.
Al heet het nu wel anders. Cultureel Dagcafé Kopi Susu.

Een aparte naam, maar met een gave sfeer. Ik ben nooit in het Museum Café geweest, maar ik kan me zo voorstellen dat de sfeer hetzelfde is gebleven. De prachtige tegeltableaux uit de tijd dat het pand nog een winkel van De Gruyter was, zijn er nog. Toen ik daar vrijdagmiddag even een biertje dronk, voelde het rustig, vriendelijk en niet te vergeten vertrouwd. Zelfs de eerste keer dat ik er was.
Dat het café weer open is, is dus goed nieuws.
Maar niet alleen omdat de sfeer er goed is. Of omdat ze er rozebottel-sinaasappelsapjes hebben. Of seitanbroodjes. Of omdat ze met de loungeruimte nu al een van mijn favoriete plekken van deze wijk hebben.
Nee, het café op de hoek van de J.P. Coenstraat en de Kanaalstraat is goed nieuws, omdat dit het begin is van beter nieuws. Van betere tijden. Het komt allemaal goed, dat weet ik zeker.

Toen mijn vriendin en ik net in Lombok woonden, gingen ineens het Museum Café en de Golff supermarkt dicht. Al eerder hoorde ik wel dat het economisch gezien minder zou kunnen worden, maar tot Lombok had ik er nooit zo bij stil gestaan. Maar hier sloeg de crisis bikkelhard toe. En zo werden door het sluiten van het Museum Café en de Golff mijn ogen geopend. Dit kon wel eens een heel lastige periode worden. De barre tijden waren begonnen. Na de twee zaken zouden vast nog veel andere winkels spoedig volgen. En zeker niet alleen in Lombok. En daarna ja daarna faillissementen, massaontslagen, werkloosheid en armoede, af en toe een wilde staking, barricades, oproer, terug naar de jaren dertig.
Minstens.
Als ik de onheilsberichten in de media moet geloven.
Maar dat doe ik niet.
De laatste weken erger ik me kapot aan al die brengers van het slechte nieuws. De media slaan elkaar om de oren met nog meer rampspoed. Ik geef toe, als ik slecht geslapen heb, een biertje te veel heb gedronken, of als het de hele dag grijs is en buiig - of alledrie - dan moet ik wel even slikken bij die negatieve berichten. En op zulke momenten denk ik dat het Museum Café en de Golff wel eens een teken zouden hebben kunnen zijn.

Maar als ik door de straten van Lombok loop, met de zon in mijn rug, dan weet ik dat het zo erg niet kan zijn. Als ik zo’n heerlijk auberginerolletje van de Persepolis-supermarkt proef, denk ik niet aan de AEX-index. En als ik een biertje drink bij Kopi Susu, dan staat het ‘reddingsplan’ van Balkenende en Bos heel ver van me af. Dan geniet ik, voel ik me volkomen op mijn gemak, en dan weet ik dat het allemaal goed komt.
Was het sluiten van het café een teken dat het slechter zou gaan, nu is het openen ervan een teken dat het beter gaat worden.
Het ergste is achter de rug.
Nu de Golff nog open…

Joost@hippocom.nl | 09-03-09 omhoog




Nieuw concept en nieuwe naam: Kopi Susu

09-03-09 En nu de Golff nog
02-03-09 Wonderwinkel
23-02-09 Longbokkies
16-02-09 Die van de kerstboom
09-02-09 Toch te laat
02-02-09 Alles te voet
26-01-09 Parkeren in de grote stad
19-01-09 Aan mij ligt het niet
12-01-09 De eerste keer op natuurijs
06-01-09 Een Brabo in Lombok

Wonderwinkel

Nee, ik heb geen aandelen van de wonderwinkel in de Kanaalstraat. Dat ik in deze column er zo enthousiast over ben, heeft daar niets mee te maken. Maar als de winkel wel aandelen had gehad, dan weet ik zeker dat ze lichtpuntjes zouden vormen in de grauwe reeks van aandelenkoersen. Want ik ben toch zeker niet de enige die zo enthousiast is over de leukste van Lombok.

De eerste keer dat ik naar binnen ging, had ik meteen het tante K-gevoel. Voor de niet Eindhovenaren onder ons, tante K is een zeer fijne cadeau- en woonwinkel in een van de twee leukste straten van Eindhoven. Ik kocht er bijna al mijn cadeaus voor familie, vrienden en vage kennissen. De talrijke grappige hebbedingetjes, de gezellige sfeer en vooral de vriendelijke eigenaresse – die niet geheel verrassend luisterde naar de naam tante K – zorgden ervoor dat ik er vaak en graag kwam. Ik voelde me er op mijn gemak. En dat gevoel heb ik bij de wonderwinkel nu ook. Alles is er goed: de sfeer, het personeel, en natuurlijk het aanbod. Het immense aanbod. Daar kan tante K nog wat van leren.

Wat tante K wel weer heeft, is dat ik het personeel bij naam ken – tante K – en dat zij mijn naam weet. Maar dat is in de wonderwinkel niet het geval. Nog niet. Ik heb er ook niet naar gevraagd, en ik ga me ook niet zomaar voorstellen als hij iets aan het inpakken is. Maar laat ik de man die ik daar het meeste zie voor het gemak maar even ome K noemen.

Onlangs complimenteerde ik ome K met het aanbod. ‘U heeft echt alles’, zwijmelde ik. ‘Dat is onze sport’, antwoordde K, waarna hij weer een andere gelukkige klant hielp.  Nou, die sport beheerst hij als geen ander. Als er een Olympische medaille zou zijn voor zoveel mogelijk nuttige spullen per vierkante meter, dan zou de winkel goud behalen.

Het is erg knap dat de winkel altijd precies heeft wat ik nodig heb. Vooral omdat de oppervlakte vrij klein is. Eerlijk gezegd snap ik niet hoe ze dat doen daar. Een tijdje dacht ik dat ik genept werd. Dat het gewoon veel groter was dan dat het leek. Door grote producten op een speciale manier weg te zetten, door bewust smalle gangen te creëren en door voor het effect overal spiegels neer te hangen, leek het allemaal gezellig klein. Maar ondertussen…

Misschien hebt u me een weekje geleden daar wel bezig gezien. Dat moet haast wel, want ik ben er vrij lang geweest. Met het opmeten van de winkel – gewoon grote stappen van precies een meter zetten – was ik zo klaar. Maar het duurde wel even voordat ik alle spullen had aangeraakt, en alle muren had gecontroleerd. Maar ik kon niets vreemds ontdekken. De winkel het is niet groter dan dat hij is.
Maar dan toch al die spullen.

Elke keer ben ik weer verbaasd als ik precies vind wat ik hebben moet. Van afvoerstop tot Chinees theepotje, van klein afvalbakje tot Marokkaanse lamp, van Boeddhabeeldje tot een grappige kaart die precies past bij de nieuwe baan van mijn schoonzus. Regelmatig ben ik enthousiast thuisgekomen, omdat ik weer iets speciaals had gevonden. Een waterkoker, die bij de goedkoopste internetwinkel 10 euro duurder was. Het favoriete emaillen reclamebord van een vriend, met de tekst ‘Drink louter kabouter’. Boekjes die een filmpje worden als je er snel doorbladert.  Ik kan het zo gek niet bedenken, of ome K en consorten hebben het.

We woonden hier nog maar een goede maand, of we spraken de naam van de winkel al niet meer uit, maar hadden het over de wonderwinkel. Het werd zo snel een begrip dat we nu eerlijk gezegd de echte naam van de winkel niet meer weten.
En waarschijnlijk zal ook de naam ‘wonderwinkel’ weer snel vergeten worden. De laatste keren dat ik het over de winkel had, gebruikte ik die naam al niet meer. ‘Ik ben er weer geweest’, was voor mijn vriendin al genoeg. En binnen niet al te lange tijd hoef ik al helemaal niets meer te zeggen. Mijn gelukzalige glimlach is dan al genoeg.

Joost@hippocom.nl | 02-03-09 omhoog




In de rij voor...de Wonderwinkel: Best buy bazaar

Longbokkies

Mijn vriendin en ik hadden  nog maar net de handtekening onder het koopcontract van ons Lombokse huis gezet, of we kregen van twee vrienden uit Breda het ‘Lombok Kookboek – Een culinair portret van een stadswijk’. ‘ Liefde gaat door de maag’, hadden ze erbij geschreven. Heel toepasselijk, omdat we nu echt samen gingen wonen.

Al tijdens het bladeren in dit geweldig receptenboek wisten we dat we in een gave multiculturele wijk gingen wonen. Alleen jammer alleen dat we nog vier maanden moesten wachten voordat we de sleutel kregen.

Helaas verdween het Lombok Kookboek in een Eindhovense boekenkast, en niet lang daarna in een verhuisdoos. Pas een maand geleden kwam het er weer uit. En pas afgelopen zaterdag heb ik er uit gekookt, voor de vrienden die het boekje cadeau gegeven hadden.
Ze kregen geen spijt van hun cadeau.
Het smaakte heerlijk, de Turkse patlican salade vooraf, en de Nederlandse runderlapjes in sinaasappelsaus en de Indonische groenten-vruchtensalade als hoofdgerecht. De drie gerechten van verschillende oorsprong smaakten heerlijk samen, maar dat had ik niet anders verwacht in een wijk als deze.
Ook het toetje en de koekjes voor de thee had ik zelf gemaakt. Maar die kwamen niet uit het kookboek. Maar wie weet.

Toetjes maakte ik ook wel in Eindhoven. Maar aan koekjes had ik me nog nooit gewaagd. Maar nu dus wel. Deze koekjes zullen me altijd herinneren aan Lombok. Al is het maar vanwege de naam: Longbokkies.
De naam is een mengeling van de wijknaam en de vorm van koekjes: het zijn lange koekjes geworden.
Al is dat maar toeval.

Het recept voor deze koekjes is gebaseerd op het recept van Bussola, een koekje uit Venetië die de vorm van een omgekeerde S heeft. Om deze vorm te krijgen moest ik eerst van het deeg rolletjes maken. In een vlaag van luiheid besloot ik gewoon de rolletjes op de bakplaat te leggen, zonder er een mislukte S van te maken.
Eerst wilde ik de smaak van de Longbokkies beschrijven. Maar misschien kunt u het beter zelf proberen.
U heeft dan de volgende ingrediënten nodig:

Voor ongeveer 15 koekjes:
250 gram bloem
150 gram suiker
Eigeel van 3 eieren
75 gram zachte (of vloeibare) boter
1 theelepel vanillesuiker
2 theelepels kaneel

1. Verhit de oven voor op 180 C.
2. Meng de bloem en de suiker.
3. Voeg het eigeel toe, en mix het geheel goed.
4. Voeg boter, de vanillesuiker en het kaneel toe.
5. Kneed het geheel goed totdat het glad is.
6. Maak kleine rolletjes van het deeg.
7. Plaats de rolletjes op een met bakpapier beklede bakplaat. Zorg voor 3 cm afstand tussen de koekjes.
8. Bak de koekjes in 15 minuten gaar.

En dan heeft u de longbokkies.

Misschien vindt u ze wel tegenvallen. Misschien koopt u liever koekjes bij de Perzische supermarkt of de Spar. Maar ik geniet er in ieder geval van. Alleen al het idee dat ik in deze wijk mijn zelfgemaakte koekjes eet, maakt me vrolijk.

Stiekem droom ik dat er een volgende editie komt van het Lombok Kookboek. Waarin dan de koekjes opgenomen zijn. Ik geef het dan meteen cadeau aan de Bredase vrienden, en schrijf er dan bij: ‘Longbokkies zijn als liefde. Ze gaan door de maag.’ 

Joost@hippocom.nl | 23-02-09 omhoog



Hedwig Neggers ISBN-13: 9789072653185

Die van de kerstboom

Uit ervaring weet ik dat het soms jaren duurt voordat je een bijnaam hebt. Jarenlang was ik in en rond Eindhoven gewoon Joost, maar na mijn 25e werd ik zelden met mijn naam aangesproken, maar heette ik ineens José, Ghosé, Joshua, Joossie, kale, Joossio of De Joosten.  Stuk voor stuk koosnaampjes (nou ja, behalve die ene dan), en leuke varianten op mijn naam (wederom behalve die ene)

Hier in Lombok is alles anders. Hier duurt het geen jaren en jaren voordat je een bijnaam hebt. Bovendien heeft de bijnaam ook niets met je naam te maken. Maar wel met het ontbreken van gordijnen.

Vanaf eind januari sta ik in de straat bekend als ‘die van de kerstboom’.

Dat mijn vriendin en ik een kerstboom in onze woonkamer hadden staan, was natuurlijk niet zo vreemd. Maar dat deze daar tot begin februari stond, was blijkbaar wel opmerkelijk. Niet dat we dat bewust hadden gedaan. Zo’n fan van Kerstmis zijn we ook weer niet. Maar omdat we de kerstboom pas op kerstavond in onze woonkamer op de 1e verdieping hadden gezet en versierd, vonden we het wel wat vroeg om deze meteen na Driekoningen weer af te tuigen. Daarna vonden we het nog steeds te vroeg, hadden we geen tijd of gewoon geen zin om de boom te ontmantelen. Omdat de boom in een uitbouw met veel glas stond en we de gordijnen nog niet hadden opgehangen, was de straat daar de hele dag getuige van.

Niet dat ik dat in de gaten had. Maar bij een buurtborrel hoorde ik dat onze dennenboom erg opgevallen was. De boom was nog net niet het gesprek van de dag, maar er werd wel over gepraat, zo hoorde ik. Toen een buurtbewoner me zag lopen en aan een ander vroeg wie ik was, antwoordde deze: die van de kerstboom.

Ach ja, ik zit er nu niet mee. Het klinkt eigenlijk wel vredelievend. En je kunt toch beter zo bekend staan dan als die van dat hondje dat overal zijn behoefte doet. Of als die van de geluidsinstallatie op tien. Of als die van de valse piano.

In ‘die van de kerstboom’ zit geen oordeel, hoogstens een beetje spot.

Maar ach, daar houd ik zelf ook wel van.

Al vraag ik me wel af of ik het over een paar maanden nog leuk vind dat ik die van de kerstboom ben. Vooral tijdens Pasen of bij de zomerse buurt bbq kan dat vervelend zijn. Ik hoop dan ook wel een andere bijnaam te hebben. Al moet ik daar waarschijnlijk wel iets voor doen.

Vooral als ik die van dat geweldige buurtfeest genoemd wil worden.

Of die van de boodschappen voor de hele straat.

Die van dat tientje voor iedereen.

Of gewoon als die van de columns op Lombox.nl.

Joost@hippocom.nl | 16-02-09 omhoog




Toch te laat

Afgelopen week zat ik ineens in de kerk die al een half jaar een ijkpunt voor mij is, de Antonius van Paduakerk. Als ik vanuit de trein de statige toren zie, weet ik dat ik bijna thuis ben. En als ik in de Kanaalstraat deze toren zie, begin ik harder te fietsen. Nog maar een halve minuut naar huis. Ik had me al vaak afgevraagd hoe de kerk er van binnen uit zou zien. Nu weet ik het, maar daar ben ik niet blij mee. Want nu heeft de kerk een beetje een nare bijklank.

Ik was dan ook liever niet binnen geweest.

Liever had ik gehad dat daar geen uitvaartdienst voor Jan van Staa was geweest.
Liever had ik gehad dat hij nog leefde.

In de zes maanden dat ik hier nu woon, heb ik Jan vaak gezien op straat, en een paar keer gesproken. Een aardige man, die duidelijk hart voor de straat had. Maar wat hij allemaal voor mijn straat heeft betekend, hoorde ik pas bij de uitvaartdienst. Daar werd onder meer verteld dat hij bekend stond als de fietsenmaker. Nadat de melkfabriek waar hij werkte, dicht ging, richtte hij zich op zijn eerdere beroep: fietsen repareren. Jarenlang heeft hij alle fietsen van de hele buurt bijgehouden en onderhouden. Als iemand een kapotte fiets had, dan ging hij of zij automatisch naar hem.
Behalve ik dan. Wist ik veel dat ik met mijn kapotte fiets niet per se naar de Kanaalstraat hoefde, maar dat er in mijn straat iemand was die dat veel beter kon. Ik ben benieuwd of hij mij gezien heeft, toen ik mijn fiets voorbij zijn raam aan het sjouwen was, op weg naar iemand die vast niet zo goed als Jan was. En zo leuk.

Veel liever had ik mijn fiets bij Jan afgeleverd. Dan had ik zeker een praatje met hem gemaakt,alle ins en outs van de straat gehoord, en zo de straat veel beter leren kennen. En wie weet zou hij dan ook – net als bij veel andere straatbewoners – op ons huis hebben gepast als we op vakantie waren. En misschien had hij me ook wel aangesproken met ‘jongen’.
Maar helaas, dit heb ik allemaal niet mogen meemaken. Voor ik hem goed kende, was hij er al niet meer. En een dag na zijn begrafenis was ook zijn vrouw Annie overleden.

Vooral voor hun familie is dit een groot verlies. Maar dat geldt ook voor de straat, afgaande op de verhalen van de buurtbewoners.
Door al hun mooie woorden vind ik het bijna jammer dat ik niet eerder naar Lombok verhuisd ben.
Meestal denk ik dat ik overal op het juiste moment, op het juiste tijdstip ben. Ik heb op het juiste moment mijn vriendin ontmoet, ben op het juiste moment met een opleiding begonnen, en ben op het juiste moment gaan autorijden. En tot vorige week dacht ik dat ik op het juiste moment hier was komen wonen.
Maar nu denk ik dat ik toch te laat ben gekomen.
Wat had ik Jan graag beter leren kennen.

Als ik nu de toren van de Antonius van Paduakerk zie, heb ik een dubbel gevoel. Aan de ene kant voel ik blijdschap, omdat ik bijna thuis ben. Aan de andere kant voel ik spijt. Spijt dat ik pas vanaf augustus hier woon.

Voor mij heet de kerk nu de Antonius-Jan van Staa-kerk

Of de kerk van net te laat.

Joost@hippocom.nl | 9-02-09 omhoog



Alles te voet

In mijn vorige huis vond ik het altijd wel jammer dat ik niet zo dichtbij winkels woonde. Niet dat ik in de buitenwijken – of krottenwijken – van Eindhoven leefde, maar ik vond het wel net te ver.

Te ver om te lopen, dan.

Met de fiets duurde het tien minuten om de Albert Heijn te bereiken, en vijf minuten meer voor het centrum. Lopen was daardoor geen optie.

Maar het leek me altijd geweldig om de deur uit te gaan en meteen naar het doel te gaan, zonder eerst de fiets uit de schuur te pakken – en als ik heel veel pech had, de band te plakken. Het leek me altijd heel fijn om na een wandeling van vijf minuten t zijn waar ik wilde zijn. En om ook op loopafstand van het centrum en het station te wonen.

Ja, dat leek me heerlijk.

En dat is het ook.

Een week lang lag er zelfs een supermarkt op 3 minuten lopen. Maar die Golff was weer teveel van het goede. Ik had nauwelijks in de gaten dat ik liep, zo snel was ik er al. Van de frisse lucht merkte ik daardoor bijna niets. Nu de Golff dicht is, merk ik het wel. Met veel plezier snuif ik hier de Lombokse luchten op, vaak met een gratis snufje koffie erbij.

 Vijf minuten lopen is het naar de Kanaalstraat. Vijf minuten, en dan kan ik al boodschappen doen. Of voor een lunch zorgen. Er is keuze genoeg. Is de ene Turkse bakker dicht, dan zijn er altijd nog tig andere bakkers waar ik een Turkse pizza kan kopen. En aan tomaten ook geen gebrek in die geweldige multicultistraat. Alles wat ik me wensen kan, is er te vinden.

(Behalve dan een cd-winkel die meer dan Islamitische muziek verkoopt. Maar misschien is dat alleen maar goed ook, anders bleef ik naar de Kanaalstraat lopen. Maar dit terzijde. )

Maar niet alleen de winkels zijn lekker dichtbij, maar ook het station en het centrum. Bovendien kan ik te voet naar het museum – nog wel één van de leukste musea van Nederland - en het beursgebouw. Hartstikke gaaf was dat zaterdag, toen ik gewoon naar het grootste beursgebouw van Nederland kon wandelen.

(Ik ben al vaker te voet naar de Jaarbeurs gegaan, maar toen ik daar eenmaal was, was de beurs allang voorbij. Dit ook terzijde.)

Hier in Lombok slijt ik misschien wel meer schoenen, maar het is erg prettig, dat geloop. En het is heel gezond, zo bewegend in de buitenlucht.

De auto kan ik net zo goed weg doen.

En dat komt goed uit.

 

Nadat ik vorige week pleitte voor betaald parkeren, kreeg ik een Lombox-pagina onder ogen waaruit het tegenovergestelde bleek. In het buurtje naast me wordt op 1 mei wel betaald parkeren ingevoerd, maar in onze straat net niet. Dus komen hier nog meer auto’s te staan, en kan ik hier parkeren helemaal vergeten.

Als ik dan nog een auto zou hebben.

Ik denk het haast niet.

Hier heb ik genoeg aan één wagen. De benenwagen.

Joost@hippocom.nl | 2-02-09 omhoog



Parkeren in de grote stad

Nadat we net ons Lombokse huis hadden gekocht, grapte ik tegen mijn Eindhovense vrienden dat ik er niet op vooruit ging. Van de stad van de landskampioen ging ik verhuizen naar een rechterrijtjestad. Later zei ik dat ik gewoon van de ene stad naar de andere stad ging. Maar nu ik eenmaal in Utrecht woon, weet ik beter. Ik ben niet zomaar van de ene naar de andere stad verhuisd, maar van een stad naar een grote stad.

Een grote stad met haar grotestadsproblemen.

Zoals parkeren en hondenpoep.

Van hondendrollen heb ik nog niet zoveel last gehad. Maar van parkeergedoe des te meer. Ik had nooit kunnen vermoeden dat ik me ooit nog zo druk zou maken over waar ik mijn auto zou kunnen plaatsen. Ik dacht altijd: als je je auto niet kwijt kunt, parkeer je toch vijf meter verderop. Maar goed, dat kwam omdat er in mijn Eindhovense wijk altijd wel plek was voor mijn auto. Het verst dat ik moest lopen om bij mijn auto te komen, was vijftien meter.

Er was daar zoveel plaats dat ik wel een grotere auto moest kopen.

Maar goed, dan kom ik hier, en is het gedaan met het voor de deur parkeren. En zelfs met het in de straat parkeren. En zo’n grote auto is hier wel erg onhandig. Het is best irritant als ik drie rondjes moet rijden voordat ik mijn auto alsnog niet kwijt kan. En het is al helemaal vervelend als de politie aan het eind van het jaar de parkeerbonnenquota wil halen, en ineens auto’s gaat beboeten op plekken waar vijf jaar auto’s ongestoord konden staan. Had ik een goede plek gevonden, durf ik mijn wagen daar nu niet meer te parkeren.

In de eerste maanden dat mijn vriendin en ik hier woonden, dachten we dat deze parkeerperikelen tijdelijk waren. Er werd flink verbouwd bij ons, en vooral tegenover ons. Containers en bouwketen wisselden elkaar af. Als al die wagens en karren weg zouden zijn, konden we vast en zeker de auto gewoon parkeren. Dachten we.

Niet dus. Er is nog steeds weinig plek in de straat.

Met dank aan uitzendkrachten die bij het Geldmuseum en enkele andere bedrijven en instellingen in de buurt werken. Omdat het gratis is, parkeren ze gewoon hier. Ik heb een keer een nette mail gestuurd naar een uitzendbureau, met de vraag of het personeel ergens anders zou kunnen parkeren, bijvoorbeeld achter het Geldmuseum. Ik kreeg een nette mail terug, met de mededeling dat betaald parkeren geen optie was. Op mijn vraag waarom dan niet, kreeg ik geen antwoord.

Maar het zijn niet alleen uitzendbureaus die de plaatsen bezetten. Onlangs hoorde ik ook dat er aardig wat mensen die niet in Utrecht wonen, de auto hier parkeren omdat het dicht bij het station en centrum is. Ze rijden de straat in, parkeren hun auto en gaan een paar uur elders heen. En soms veel langer.

Heel asociaal.

Maar ik denk dat dit tijdelijk is. Ook hier zal op korte termijn betaald parkeren ingevoerd worden; dat kan niet anders. Als ik zo mijn oor te luister leg in de wijk, valt het me op dat steeds meer buurtbewoners er last van hebben. Net als ik vinden ze dat het zo niet langer door kan gaan.

Het zal een opluchting zijn als het betaald parkeren ingevoerd wordt.

Maar aan de andere kant zal ik ook wel een beetje met weemoed terugdenken aan de tijd dat we onze auto niet kwijt konden. Door deze parkeerproblemen heb ik immers aardig wat buurtgenoten leren kennen. Bovendien gaat het achteruit parkeren in beperkte ruimte steeds beter. En de kredietcrisis gaat langs me heen. Ik kan me maar over één ding tegelijkertijd druk maken.

 Maar het grootste voordeel van deze overlast is dat ik me nu bewust ben dat ik in een grote stad woon. Ik ben erop vooruit gegaan, zo voelt dat echt.

Nu de  hondenpoep nog. Ik kijk er naar uit.

Joost@hippocom.nl | 26-01-09 omhoog


 


Archieffoto

26-01-09 Parkeren in de grote stad
19-01-09 Aan mij ligt het niet
12-01-09 De eerste keer op natuurijs
06-01-09 Een Brabo in Lombok

Aan mij ligt het niet

Een paar keer per week schrik ik wakker, badend in het zweet. ‘Het ligt aan mij’, denk ik dan. En vervolgens weet ik het zeker: ‘De Lombokkers doen me nog wat’. Maar dan haal ik vier keer rustig adem, waarna ik tot rust kom en me bedenk dat de mensen hier een vriendelijk volkje zijn en me dus niets zullen doen. En belangrijker nog is dat ik besef dat het niet mijn schuld is dat supermarkt Golff en het Museum Café Lombok ineens dicht zijn.

Maar opvallend is het wel, dat rond de tijd dat we hier kwamen wonen twee van onze favoriete zaken gingen sluiten.

En het is vooral heel jammer.

Nadat mijn vriendin en ik het koopcontract voor ons huis hadden getekend, liepen we enthousiast door onze nieuwe wijk. En we werden steeds vrolijker. Op twee minuten lopen een supermarkt! En nog wel een heel leuke ook. Die Golff heeft echt lekkere spullen, zo bleek al snel.

Daarna liepen we door, naar de Kanaalstraat. En daar zagen we ineens het Museum Café Lombok. Geweldig, dacht ik meteen, daar kan ik lekker gaan lunchen, zo tussen het werken door. Mijn vriendin en ik keken door het raam, en ja, dat zag er gezellig uit. Omdat we niet veel tijd hadden, zijn we niet naar binnen gegaan. Maar dat zouden we zeker nog doen, heel vaak zelfs, in de komende jaren.

Maar toen we begin augustus ons mooie huis introkken, was het Museum Café dicht. En de Golff sloot een week later haar deuren. We hebben nog net wat boodschappen kunnen doen. Die werden al snel heel goedkoop omdat Golff gauw dicht zou gaan.

Het is op zich wel begrijpelijk dat Golff het niet heeft gered. Met die talloze groentewinkels en die leuke supermarkten in de Kanaalstraat, is het voor een supermarkt moeilijk om winst te maken. Maar het blijft jammer,  heel jammer, dat de Golff weg is. Boodschappen doen op twee minuten loopafstand, was wel erg aanlokkelijk.

Ik ben benieuwd of er nog een andere supermarkt komt daar. En zal het Museum Café Lombok nog open gaan? Ik zag een tijdje geleden een A4’tje op het raam met de tekst dat ze vanaf 6 januari weer zouden openen. Maar het papiertje is weg, en de tent nog steeds gesloten.

En ondertussen blijven er maar leuke zaken verdwijnen. Bij restaurant Nador zijn ze al zeven maanden op vakantie, getuige het berichtje op het raam dat er al op 6 juli van het vorig jaar is opgeplakt. Daar hebben we nog niet kunnen lunchen. Wel  hebben we één keer gegeten bij restaurant Peper. Het was er erg lekker en gezellig. Maar nu vraag ik me af of we wel genoeg fooi hebben gegeven. Want vorige week bleek ook dit restaurant gesloten.

Ik vrees nu met grote vrezen. Wat volgt? Toch niet dat geweldige restaurant ‘Jasmijn & ik’? Of die heerlijke ‘Gouden Kom’? Of die geweldige cadeau- en meer-winkel Best buy bazaar? En handen af van de wasserette ‘De 4 seizoenen’!  Ik zal er in ieder geval alles aan doen om deze en andere leuke zaken te behouden. Ik geef nog meer fooi in de restaurantjes van Lombok en koop nog meer cadeaus. Bovendien doe ik thuis de wasmachine de deur uit, zodat ik ‘De 4 seizoenen’ draaiende kan houden. Want Lombok is – zelfs zonder ‘Museum Café Lombok’ en de Golff – erg leuk zoals het nu is.

En dat wil ik graag zo houden. Daarom investeer ik graag in de wijk, kredietcrisis of niet. Het is misschien slecht voor mijn financiële situatie, maar goed voor mijn nachtrust. Want ik weet dat ik in alle eerlijkheid tegen de Lombokkers kan zeggen:

Aan mij ligt het niet.

Joost@hippocom.nl | 19-01-09 omhoog


 


De eerste keer op natuurijs

Ik heb wel iets met ijs. Vooral mango en straciatella. Wat is er fijner dan zomers aan een ijsje te likken, op een vol terrasje of gewoon lopend door de warme straten. Ik kan niet wachten tot het weer zomer is. Maar helaas, het is nog winter. Ik heb het niet zo met koud weer. Natuurlijk is het wel gezellig om binnen met een warme kop chocolademelk met slagroom te zitten. Maar buiten waag ik me liever niet. En op het ijs al helemaal niet. Koud en glad. Niets voor mij.

Maar goed, toen er ineens een grote natuurijsbaan bijna in mijn achtertuin lag – het grote water van het Merwedekanaal – begon het toch wel te kriebelen. Vanuit de Abel Tasman- en de Muntbrug zag ik heel veel mensen genieten. Dit moet dus wel leuk zijn, dacht ik, en ik besloot het in mijn nieuwe woonplaats helemaal anders te doen. In Eindhoven heb ik nooit geschaatst op natuurijs, maar hier in Lombok moest dat maar gaan gebeuren.

Er waren echter twee problemen.

Ik had geen schaatsen.

En ik kon niet schaatsen.

Nou ja, twee jaar geleden heb ik wat schaatscursussen gevolgd op de kunstijsbaan van Eindhoven. Maar dat was toch vooral achter een ijsrollator. Zonder zo’n ding ging het niet echt soepel. En op natuurijs had ik al helemaal geen ervaring. Maar goed, met een vriendin die goed kan schaatsen, moest het op de Merwedekanaal wel lukken. We wilden dit weekend het ijs op.

Nu nog de schaatsen regelen.

Omdat ik een beginner was en voorlopig toch geen toertochten zou gaan schaatsen, leken ijshockeyschaatsen de beste optie.

En surprise, surprise, die had ik zaterdag vrij snel gevonden. Omdat ik al gruwelverhalen had gehoord dat er in Nederlandse winkels geen schaats meer te krijgen was – als ik het goed gehoord heb, was er in Friesland zelfs een schaatsoproer –, besloot ik maar de winkels te vermijden, en me te wenden tot marktplaats.nl. En dat ging soepel. Binnen korte tijd had ik een adresje gevonden in De Meern. Ik stapte in de auto, en binnen tien minuten had ik ze: stoere ijshockeyschaatsen voor een prikkie. De verkoper zei nog wel eerlijk dat ze geslepen moesten worden. Maar dat was geen probleem.

Dacht ik.

Gewoon effe die schaatsen langs een machientje. Tien seconden roesch  roesch en daar zou ik staan op het Merwedekanaal.

Dacht ik.

Maar schaatsen slijpen schijnt langer te duren dan gedacht. En ik was bovendien niet de enige die naar de schaatsensliep ging. Bij het slijpadresje aan de Oude Gracht was het zo druk dat schaatsen pas maandag klaar waren. Daar kon ik niet op wachten. Omdat ik met mijn vriendin toch in de stad waren, besloten we maar een beetje rond te lopen. En voor ik er erg in had zat ik aan een warme chocolademelk met slagroom. Morgen, zo besloot ik, dan ga ik schaatsen. Dan had ik ’s avonds ook nog tijd om via markplaats een schaatsensliep te vinden.

En die had ik ook zo gevonden. En ik kon meteen komen. Maar toen hij hoorde dat ik ijshockeyschaatsen had, was ik niet welkom. Want ijshockeyschaatsen, die deed hij niet. Het werd me ook niet gemakkelijk gemaakt hier. Maar ik had een besluit genomen. Ik ging hier schaatsen. En dit weekend nog.

Op zondagochtend dan maar naar de Utrechtse ijsbaan gegaan. De schaatsshop daar sleep ook schaatsen. Maar deze waren pas donderdag klaar.

Maar goed, dan maar met botte schaatsen schaatsen. Dat had één voordeel: als ik uitgelachen zou worden over mijn gebrek aan talent, zou ik het altijd op die botte schaatsen kunnen gooien.

En zo togen wij om 1 uur naar het trappetje en de steiger aan de Muntplein. Schaatsen aan, en daar ging ik. Krabbelend en zuchtend en steunend. Het eerste rondje hield ik m’n lief goed vast. Op driekwart kwam er een vrouw achter een stoel voorbij schaatsen. Moet jij ook pakken, refereerde ze naar de stoel, dat gaat een stuk beter.

En dat ging het. De volgende twee rondjes schaatste ik achter een stoel. Ik kon nu wel wat meer tempo maken. Net voordat ik het tweede stoelrondje erop had zitten, schaatste die mevrouw weer voorbij. Nu zonder stoel. Moet je ook doen, zei ze, andere schaatsen aantrekken.

Ik glimlachte vriendelijk, maar dacht: echt niet. Ik had wel weer genoeg gezucht en gebikkeld. Het was mooi geweest. Ik krabbelde naar de kant, en terwijl ik de schaatsen uitdeed besefte ik dat dit toch wel erg mooi was. Schaatsen in de achtertuin, met al die vriendelijke en genietende buurtbewoners. En ook het schaatsen op natuurijs is eigenlijk erg gaaf. Dat ga ik echt vaker doen. De Elfstedentocht komt dit jaar nog te vroeg, maar ik ga wel vaker schaatsen.

Hoewel nu ik dit schrijf, begint het flink te dooien. En gisteren hoorde ik dat het twaalf jaar geleden was dat het Merwedekanaal ijsklaar was. Hoewel ik dan tijd genoeg heb om mijn schaatsen te laten slijpen, hoop ik niet dat ik zo lang moet wachten. Want het was al met al wel genieten, hier op het natuurijs. Daar kan weinig tegenop. Zelfs geen mango- of straciatella-ijs.

Joost@hippocom.nl | 12-01-09 omhoog


 



Een Brabo in Lombok

Toen ik bij de Sint-Antonius van Paduakerk een kerstboom had gekocht, besefte ik pas goed dat dit de eerste kerst en nieuw zouden worden buiten Brabant. Terwijl ik de kerstboom naar ons nieuwe honk sleepte, bedacht ik me hoe het hier in Lombok zou zijn. Ik verwachtte niet al te veel veranderingen, maar anders zou het zeker worden.

En dat klopte precies. Ook hier waren het feestdagen van eten, drinken en genieten. Ook hier ging ik in het nieuwe jaar naar buiten om de buurtbewoners Gelukkig Nieuwjaar te wensen. En ook hier kon ik bijna niemand verstaan door het geknal.

Maar toch was het anders. Dit was de eerste kerst met mijn lief in ons huis. De eerste samenwoonkerst. Bovendien heeft de wijk zelf veel meer sfeer dan de Eindhovense wijk waar ik meer dan tien jaar hebt gehoord. En dat maakt de feestdagen automatisch ook veel sfeervoller.

Er was nog een grote verandering ten opzichte van vorige jaren, al kon de wijk daar zelf niet veel aan doen: ik was hier veel minder met deze feestmaand bezig dan anders. De kerstboom haalde ik pas een paar dagen voor kerst. En pas op kerstavond werd deze boom naar binnen getakeld en versierd. Eerder kon niet, omdat de woonkamer nog vol dozen stond, en ons leven zich nog vooral op het kantoor in de benedenetage afspeelde. Maar nadat Eneco eindelijk de gasmeter had verplaatst, zodat eindelijk de nieuwe keuken geplaatst kon worden, konden we de woonkamer woonklaar maken. Het doel was om met kerstmis boven te wonen, en door in korte tijd veel te schilderen en veel, heel veel dozen uit te pakken, hebben we dat gehaald.

Dit dozen uitladen vond ik geweldig om te doen. Automatisch kwamen er veel herinneringen naar Eindhoven naar boven. Maar melancholisch werd ik daar niet van. Eindhoven is voorbij, leve Utrecht. En vooral leve Lombok! Hier staat mijn nieuwe huis; dit is mijn nieuwe thuis.

Hoewel deze wijk - en eigenlijk heel Utrecht al – heel vertrouwd voelen, vallen me wel een aantal zaken op. Bijvoorbeeld de winkels die ineens gaan sluiten als wij er komen wonen. Of al die groentezaken in de Kanaalstraat. Of die Perzische super. Of die verkeerslichten hier die een eeuwigheid op rood staan. Over deze en andere opvallende zaken zal ik de komende tijd gaan schrijven voor Lombox. Als er iets is waarover ik zeker moet schrijven, laat het me dan vooral weten. Zo krijg ik alleen maar een beter beeld van deze heerlijke wijk. En u misschien ook.

Tot snel!

Joost

(Joost@hippocom.nl)

06-01-09 omhoog