 |
Heb je tips of een reactie: info@lombox.nl
of rechtstreeks naar: Joost@hippocom.nl
Zie ook > archiefpagina
|
Columns door Joost (Hippocom) voor LomboX
|
|
Doeg, doei of de notaris
Al bijna anderhalf jaar woon ik hier nu, maar ik weet nog steeds niet hoe ik afscheid moet nemen. Dat ik niet weet hoe ik in het Turks en Marokkaans moet groeten is nog tot daar aan toe al had ik dat ondertussen wel kunnen leren maar ik weet ook niet hoe dat in het Nederlands moet doen. Moet ik hier nu ‘doeg’ zeggen, of ‘doei’. Of ‘hoi’ (maar wat moet ik dan bij binnenkomst zeggen?)
Het is me nog steeds niet duidelijk. En dat maakt me wel onzeker. Ik heb constant het gevoel dat ik het verkeerd doe.
Dat had ik in Eindhoven nooit.
Daarom moet ik maar eens met een notaris op stap.
Het zal wel even wennen zijn als ik een tijdje lang niet in mijn uppie boodschappen kan gaan doen. Als ik niet meer alleen naar Kopi Susu kan gaan, maar altijd vergezeld wordt door die notaris. En zul je net zien, moet ik ook nog zijn koffie verkeerd betalen.
Maar goed, wat moet dat moet. Zolang ik maar kan groeten zoals iedereen dat hier doet.
Of beter gezegd, zoals iedereen doet zoals ik gewend ben.
Gewoon ´houdoe´ zeggen als je weg gaat .
Eerlijk gezegd gebruik ik dit woord hier altijd nog. Meestal gevolgd door ´... o nee ... doeg ... eh .. doei´. En dat wordt dan meestal weer gevolgd door gegrinnik van de ander. Ik weet dan niet zo goed waar ze om lachen. Om mijn toevoeging? Of om dat ‘houdoe’?
Maar dat is toch niet om te lachen? Het is gewoon een mooi woord, dat gezellig klinkt. En dat vind ik niet alleen. Onlangs is dit woord uitgeroepen tot het mooiste Brabantse woord. En dat door een zeer objectieve jury, die louter bestond uit Brabanders.
En zeg nou zelf, het klinkt toch ook vriendelijk. Vriendelijker dan doei of doeg. Vooral met die harde g’s hier. Het lijkt me sterk dat ik de enige ben die er zo over denkt. Klank is immers niet gebonden aan een grens. Maar om de een of andere manier lukt het me niet om de Brabantse groet hier verspreid te krijgen.
Dus moet ik het anders doen. Een prijs uitreiken voor het gebruik van ´houdoe´. Een koffiebon voor Kopi Susu kan een leuke prijs zijn. Of een cadeaubon voor de Wonderwinkel. Of gewoon het boek ´Een jaar Lombok´. Maar ja, ik kan moeilijk iedere Lombokker die dat zegt, een prijs geven. Dat is wel goed voor de oplage, mar niet voor mijn portemonnee. Dus geef ik gewoon een prijs aan elke 10e Lombokker. Maar hoe doe ik dat zo eerlijk mogelijk? Hoe voorkom ik dat ik door een geeuw een ‘houdoe’ mis? Of door een stotteraar van slag raak?
Inderdaad, door een notaris.
Met een stapel boeken onder mijn arm zal ik door de wijk lopen, op de huid gezeten door de notaris met een schrijfblokje in zijn ene hand en een pen in de andere hand. Na tien streepjes zegt hij steeds ‘ja’. Dat is genoeg. Ik denk dat we zoveel aandacht trekken, dat mensen automatisch naar ons toe gaan en de groet uitspreken. De notaris hoeft me dan ook maar een paar maanden te vergezellen. Daarna zit bij iedereen hier de groet er zo in, dat ik wel zonder hem afkan.
Het zou mooi zijn als ook de Turkse en Marokkaanse buurtbewoners deze groet gaan gebruiken.
Dan kan ik niet alleen met een zeker gevoel afscheid nemen, maar spreken we ook allemaal dezelfde taal. Als dat de samenhang in de wijk niet ten goede komt, weet ik het ook niet meer.
En dat allemaal door:
Houdoe!
Joost|28-12-09 | omhoog
|

|
Witte Kerst in Wladilomstock
In de Lombokse winters heb ik tot nu toe veel geluk. Begin januari van dit jaar was er voor het eerst in dertien jaar weer schaatsijs. En zoveel sneeuw als er de afgelopen dagen is gevallen, is ook al zeldzaam. Volgens mijn buurman is dat toch zeker tien jaar geleden.
Ik ben blij dat ik dat nu mag meemaken. Die witte straten, die ingesneeuwde fietsen en auto's, de witte wieken van de molen, de grote tot gigantische sneeuwpoppen, ik geniet ervan. Een wandelingetje door Lombok was zondag nog leuker dan anders. En dat vond ik niet alleen, gezien de gezellige drukte op straat.
En ook vanaf binnen is het mooi om al dat wit te zien, en al die sneeuwvlokjes die maar blijven vallen. Met de kerstversieringen in de woonkamer en familie op bezoek, was het gewoon al Kerst.
Witte Kerst.
En ontzettend witte Kerst was het zondag op het Bankaplein, waar het LomStock Muziekfestival gehouden werd. Terwijl mijn vriendin en ik er in de sneeuw naar toe ploegden, hoorden we een koor uit de boxen klinken. En eenmaal bij het festival bleken alle liedjes kerstliedjes. Neem bijvoorbeeld 'Come together'. Als je naar de tekst luistert, en je plaatst het in een vredig en winters landschap, dan is dat nummer toch kei Kerst. En ook alle andere nummers kregen een vredige lading mee, hoe koud de vingers van de gitarist van Not THAT Kind of Doctors ook aanvoelden. Want koud was het, deze zondag. Zo koud dat de zanger van deze tweekoppige band de aanwezigen welkom heette in Wladilomstock.
Samen met de sneeuw die bleef vallen en vallen, de warme chocolademelk met slagroom en de glühwein zorgde deze temperatuur wel voor een unieke ambiance. Alles was anders dan bij een normaal muziekfestival. Het applaus klonk anders door de handschoenen, het publiek deinde automatisch mee (om niet koud te worden), de apparatuur van dj Easy Aloha was met doeken beschermd tegen de sneeuw, en tijdens het optreden van Not THAT Kind moesten de organisatoren het tentzeil sneeuwvrij maken, voordat het zou scheuren. Al met al zorgde dit voor een vrije en unieke sfeer.
Wellicht had het Woodstock-festival, waarnaar LomStock duidelijk verwijst, ook zo'n sfeer. Daar in Amerika moet het een onvergetelijke ervaring zijn geweest met al die gerenommeerde hippiebands. Een festival waarbij je eigenlijk bij had moeten zijn. Vandaar ook dat steeds meer mensen beweerden het live meegemaakt te hebben. Uiteindelijk zeiden tientallen miljoenen mensen er bij te zijn geweest, terwijl dat er in werkelijkheid rond de half miljoen waren.
Misschien gaat het die kant ook wel op met LomStock. Nu waren er niet overdreven veel bezoekers, maar als de niet-komers eenmaal horen hoe de sfeer was, zullen ze eerst wensen dat ze er bij waren geweest, om vervolgens gewoon te zeggen dat ze er wel waren. En dan zullen ze vast ook nog beweren dat ze genoten hebben van de Lombokse bands en groepen. Zoals van het Paleiskoor. Vol overgave zongen ze vaak a capella - in de kou hartverwarmende nummers. Ze hadden zelfs een nummer uit Brazilië op hun programma.
En zo leek het Bankaplein ineens even Rio de Janeiro.
Maar dan in de sneeuw.
Tijdens Kerst.
Daar word ik nou gelukkig van.
Joost|21-12-09 | omhoog
|


|
(Voor)uitzicht
1.
Vaak heb ik me afgevraagd waarom de makelaar die het huis aan ons verkocht, in zijn brochure niet had opgenomen dat je uitzicht hebt op de Domtoren. Want dat symbool van Utrecht zien we pronkend aan de voorkant van ons huis. Al moeten we daarvoor dan wel naar de slaapkamer.
2.
Elke ochtend als ik tijdens de zomertijd opsta en uit het raam kijk, lijkt het alsof de Domtoren me een goede dag toewenst. Inmiddels besef ik wel dat ik niet de enige ben. De toren zegt ´Goedemorgen´ tegen bijna alle Utrechters. Want tja, dat het uitzicht niet wordt genoemd in de makelaarsfolder, komt natuurlijk omdat bijna iedereen hier die toren kan zien vanaf thuis. Al is het maar vanuit een wc-raampje. De toren is niet voor niets het hoogste bouwwerk van de stad. Als je als makelaar zoiets in de folder opneemt, lijk je de mogelijke koper niet serieus te nemen. En kun je de verkoop wel schudden.
Maar wist ik veel toen ik het huis kocht.
3.
Op zich was het wel mooi dat ik verrast werd door de Domtoren in de verte. Dit maakte het huis voor mij nog specialer. Dit uitzicht gaf meteen het idee dat ik echt in Utrecht woonde en niet ver van het historisch middelpunt af was.
Nu verrast de toren me niet meer. Maar ik kijk er nog wel graag naar.
Vooral omdat mijn blik de laatste jaren flink is verruimd.
Steeds meer kom ik er achter dat Lombok ook op hoogte veel te bieden heeft.
4.
Soms lijkt het wel alsof ik de eerste vijftien maanden dat ik hier woon, met oogkleppen heb gekeken. Of misschien werd ik wel verblind door de schoonheid van de Domtoren. Ik heb in ieder geval nooit gezien wat ik de laatste weken ineens wel zag.
Op zich is het niet zo spectaculair wat ik ineens zie. Het is ook niet bijzonder fraai.
Grofweg gezegd zijn het gewoon wat daken.
Maar daar bovenop kun je zien dat Lombok klaar is voor de toekomst.
5.
Wat me vooral opviel daar boven, waren de vele lichtkoepels. Het zijn slimme mensen die zulke koepels hebben, daar niet van, maar echt veel elektriciteit bespaart het niet. Vooral niet vergeleken met dat huis voor ons, waar we aardig wat zonnepanelen op zien liggen. Hoeveel energie ze opwekken, weet ik niet, maar afgaande op berichten over het witte huis veel. In 1,5 maand zorgden de zonnepanelen daar voor 4065 kilowatt, meer dan een gemiddeld gezin verbruikt. Bij het uitzichthuis zou dat ook wel eens heel veel kunnen zijn.
Met deze panelen laten de bewoners in ieder geval zien klaar te zijn voor de toekomst.
En Lombok dus ook.
En dat is een fijn vooruitzicht.
Kijkend naar het historisch symbool van Utrecht, zie je dat de toekomst gegarandeerd is.
Joost|14-12-09 | omhoog
|

|
Ik & mijn jas
Als we het huis van de onbekende columnist en zijn lieflijke vriendin verlaten, hebben we veel zin in de korte wandeling die ons te wachten staat. Want elke stap die we zetten, is een stap richting een warme gloed in onze maag en een zacht gevoel in ons hart. En dus lopen we vol verwachting door de straat van de voormalige melkfabriek en de arbeidershuisjes, langs het plein van de sneller kloppende kinderharten, om dan de straat van de ontdekker van Nieuw-Zeeland in te gaan. Zo belanden we in de straat van de vele culturen en meerdere geuren.
Even naar links en daar op nummer 219 is het restaurant van de kleine hapjes met de grootse smaken. Als we de bescheiden hemelpoort open doen, komen de geuren van moeder aarde en ver daarbuiten ons al tegemoet. En daar komt al één van de meisjes van de goedgevulde borden en volle glazen naar ons toe. Alleen al de manier waarop ze mijn wollen bescherming tegen de buitenkou aanneemt, is een genot om te zien en te ervaren. Dat vinden ik & mijn jas allebei.
Een tiental seconden later zitten mijn echtgenote van de nabije toekomst en ik dan in het feestpaleis met de glamour van een gezellig volksrestaurant. Daar krijgen we van één van de meisjes van de goedgevulde borden en volle glazen de kaart met Aziatische geheimen zoals zelfs veel Aziaten die niet kennen.
Met ogen als plotseling fonkelende diamanten kijk ik er naar…
en ik weet dat ik me niet zo moet aanstellen.
Want mooier verwoorden dan dit, kan ik toch niet:
Het zijden meer uit Thailand
Mooie mantel in de lente
Tevreden Boeddhabuikjes
Tamarindepaleis uit de zee
De kleine prinsjes uit Vietnam
Zoete biggetjes rustend in Szechuan
Vogel glijdend over het zwarte meer
Vrolijke vogel in het Tamarindepaleis
Gouden warmte vermengd met zoete geuren.
Prachtige namen hebben die gerechten hier.
Maar tegelijkertijd wel namen die niet helemaal recht doen aan de Chinese tapasjes.
Want die smaak is nooit helemaal in woorden te vatten.
Dat moet ik ook niet proberen. Ik moet ook niet zo proberen te schrijven.
Ik moet gewoon daar eten.
Smakelijk eten.
En genieten.
Joost|07-12-09 | omhoog
|

|
Zondagroutine
1.
De Golff Supermarkt is weer open! Ik weet het, het heet nu de MCD-supermarkt, maar eens een Golff, altijd een Golff. Vooral als de bedrijfsleider dezelfde is. Ik ben er nog maar twee keer geweest, maar durf al gerust te zeggen dat de supermarkt de verwachtingen waar maakt. Net zoals voorheen heeft de supermarkt weer een groot assortiment, met veel speciale groenten die je elders niet zo snel vindt. Bovendien zorgen de brede gangpaden ervoor dat het daar lekker lopen is. Maar de mooi opgeknapte maar nog steeds oude vertrouwde supermarkt heeft nog een ander groot pluspunt. En dat viel me al meteen op toen ik vanaf thuis de hoek omsloeg en de supermarkt zag. Want aan de voor- en zijkant staan in grote letters de openingstijden van de supermarkt. En wat blijkt? Hij is zondag niet open.
Jippie!
2.
De meest gestructureerde persoon van de wijk zal ik nooit worden. Ik doe veel dingen hap snap en ad hoc. Boodschappen doen voor de hele week komt gewoon niet bij me op. Zelfs op zaterdag denk ik niet aan de zondag. Dus als ik die dag iets wil koken, moet ik wel boodschappen kunnen doen. En dat kan gelukkig bij de Spar, ofwel de Lombok Markt.
3.
Het hoort bij de zondagroutine: boodschappen doen bij de Spar. Onder begeleiding van zeer luidruchtige trance- en housemuziek wurm ik me door de smalle gangen van deze niet al te grote super, samen met tientallen andere Lombokkers die ook niet kunnen plannen. Iedere zondag is het weer filelopen daar.
Ik zou het niet willen missen.
4.
Ken je dat? Dat je je irriteert aan iets, maar dat je het toch heel jammer zou vinden als het afgelopen zou zijn? Omdat het iets vertrouwds heeft. Of omdat het achteraf leuk is om meegemaakt te hebben. Zodat je aan je vrienden kunt vertellen dat we hier een supermarkt hebben die zondag door die herrie en de drukte zo apart is, dat je het moet meemaken om te geloven. En sommige van die vrienden gaan dan mee op een zondag, en ze kijken hun ogen uit. Wat een drukte op de dag des heren! En die muziek! Hoe kun je daar winkelen?
Omdat er gewoon niets anders open is.
Gelukkig niet.
5.
Dan heb ik toch veel minder met een andere Lombokse supermarkt. De Albert Heijn aan de Damstraat. Het lijkt wel of er iedere dag een poging wordt gedaan om het wereldrecord studenten per vierkante meter te verbeteren. Het is daar nog veel krapper dan bij de Spar. Bovendien heeft deze AH nog een minpunt: hij is zondag dicht. En tja, dan is er helemaal geen reden meer om er naar toe te gaan, vooral niet met de MCD-supermarkt haast voor de deur.
6.
Hé, nu noem ik hem toch MCD, en geen Golff.
Blijkbaar heeft de nieuwe winkel dan toch al veel indruk gemaakt, die paar keren die ik er geweest ben.
Bijna net zo veel indruk als de Spar op zondag.
Maar dan zonder lawaai en drukte.
Heerlijk dat die supermarkt om de hoek (weer) open is.
Joost|30-11-09 | omhoog
|

|
Zweet, zweet en tranen
1.
Sommigen waren erbij toen de muur viel. Anderen hebben de inauguratie van Barack Obama van dichtbij meegemaakt. En ik zag afgelopen zaterdag De Weduwen.
Ik weet het, het historisch belang van deze vrouwen is een stuk minder groot dan die andere twee. Maar toch vormen De Weduwen ook een mijlpaal.
En ik was erbij.
2.
Of ik een beter mens ben nu ik De Weduwen heb gezien, vraag ik me af. Maar goed, dat kunnen de mensen die Obama hebben gezien, zich ook afvragen. Wat ik zaterdag meemaakte, was geen grote stap voor de mensheid, en niet eens een grote stap voor mij. Maar het was wel speciaal voor Lombok. Want door De Weduwen deed onze wijk ook mee aan het Smartlappenfestival.
3.
Blijkbaar heb ik de hoofdstad nodig om mijn eigen wijk beter te leren kennen. Dat bleek de afgelopen week maar weer. Want in Amsterdam hoorde ik pas over deze bijzondere avond. Als ik niet was gaan werken bij een organisatie in Amsterdam Nieuw-West, was ik er waarschijnlijk niet bij geweest. Daar zei een collega dat ze met haar groep ter ere van het festival zou optreden. In café Kanaalzicht nog wel, tien minuten lopen van ons huis.
Hoe die groep heet?
Inderdaad, De Weduwen.
4.
Zaterdag was het kleine café aan de denkbeeldige haven een volwaardig lid van de smartlappenfamilie. Het was er stamp- en stampvol. Eerst konden mijn vriendin en ik niet eens naar binnen. Vanuit de deuropening zag ik nog net een glimp van de collega die ‘Als het golft, dan golft het goed’ zong. Gelukkig golfde het publiek goed, zodat we alsnog redelijk snel naar binnen konden. Al stonden we wel in de doorlooproute van mannen met bier en obers met dienbladen, waardoor ik af en toe een elleboog in mijn gezicht kreeg of een duw in mijn rug. Maar ach, wat is een smartlappenfestival zonder smart. En het paste wel bij het nummer ‘Bloed, zweet en tranen’ dat de dames vol vervoering zongen. Bloed was er niet deze avond, maar zweet des meer. Het was erg heet in het café, met al die enthousiaste en meedeinende Lombokkers. Bovendien stonden voor de pauze de ventilatoren niet aan.
5.
Het was voor de medewerkers van het café duidelijk allemaal nieuw, zo’n smartlappenfestival. Die drukte zullen ze wel niet vaak hebben meegemaakt. De obers met hun dienbladen konden niet goed door de mensenmassa. En achter de bar liepen ze elkaar soms in de weg. Maar ze deden meer dan hun best. En het maakte eigenlijk ook niet uit. Bijna geen bezoeker die er echt last van had. En zeker geen bezoeker die zijn humeur er door liet verpesten. Want een goed humeur kreeg iedereen wel van de vrouwen op het podium.
6.
De nummers die de dames zongen, kende iedereen wel. Maar ja, dat moet ook wel bij een smartlappenfestival. Maar de manier waarop de 19 vrouwen ze zongen, was geweldig aanstekelijk. Het plezier spatte eraf. Maar belangrijker nog voor zo’n zanggroep: ze zongen ook gewoon goed. Heel bijzonder vond ik de trompettist die zorgde voor een eigen geluid. En dan was er nog de accordeoniste, de grootste toneelspeler van het stel. Twee keer zong ze een lied, maar vooral op de achtergrond was ze een blikvanger, met haar onovertroffen gezichtsuitdrukkingen en mimiek. Hoe ze dan weer gekwetst keek, dan weer hulpeloos, dan weer vol concentratie, erg grappig. En haar ogen maar deppen bij weer een gevoelig lied.
7.
Iedereen deed mee, afgelopen zaterdag in Kanaalzicht. Naast me glom een oudere vrouw van plezier terwijl ze meedeinde en meezong met de muziek. Voor me zong een klein meisje luidkeels mee. Overal om me heen werd gezongen, gedanst en gelachen.
Het zal vast wel al ooit zo druk en gezellig zijn geweest in een café in Lombok, maar voor mij was het een nieuwe ervaring.
Een mijlpaal.
Joost|23-11-09 | omhoog
|

|
Geen ontkomen aan
De herfst was nog maar net aangebroken, of het leek al winter.
Of beter gezegd: oudjaar.
Want de geur van oliebollen hing in de lucht.
Zoals altijd vermoed ik staat vanaf begin oktober bij de Antonius van Paduakerk de oliebollenkraam. Toen ik op 2 oktober deze voor de eerste keer weer rook en zag, had ik dezelfde allergische reactie als bij het zien van pepernoten in augustus. ‘Hola’, denk ik dan geïrriteerd, ‘mag ik nog eerst even de zomer afmaken, de bladeren zien vallen en mijn verjaardag vieren. Nadat ook nog mijn vriendin jarig is geweest, wil ik wel eens over sinterklaas gaan denken. En vanaf 1 december wil ik best snoepgoed gaan kopen. Maar niet eerder!’
Dus.
En zoiets dacht ik begin oktober ook over de oliebollenkraam. Kan dat niet wat later? Na sinterklaas of zo. Of beter nog , na kerstmis. Als al die feesten voorbij zijn, wil ik echt wel in een oliebol happen. Nou vooruit, misschien neem ik een paar dagen voor kerstmis al wel een appelbeignet, als ik toch bij de kerk ben om een kerstboom te halen. Maar geen oliebol. Die is pas voor 31 december.
Dacht ik.
Ach ja, u kent me inmiddels wel. Mijn vlees is zwak. Of was het mijn wil? Of allebei?
Wat maakt het ook uit.
Ik heb gezondigd.
Wat wel weer toepasselijk is, zo dicht bij de kerk.
Maar trots ben ik er niet op.
Ik kon het gewoon niet laten.
Het grote voordeel van dat sinterklaassnoepgoed is dat je het niet kunt ruiken. Dan kun je het makkelijker negeren. Gewoon de oogkleppen op. Of beter, niet meer de snoepwinkels binnen gaan. Maar dat lukt bij oliebollen niet. Die geur, daar kun je niet omheen. De eerste keer dat ik dat weer rook, was ik geïrriteerd. Zo vroeg al? De tweede keer ook, maar minder. De derde keer kon ik me nog bedwingen. Toen ik een paar dagen daarna weer iets moest posten, had ik gelukkig mijn portemonnee niet bij me. Maar ja, de keer daarna was er geen ontkomen meer aan.
Volgens mij hebben ze het expres gedaan, die kraam vlakbij de brievenbus. Dan moet je er wel langs. En dan moet je wel heel stevig in je schoenen staan om dan geen oliebollen te kopen. En tja, dat stond ik niet.
Ik nam een hap...
en ik vond dat oliebollen eigenlijk nog steeds pas rond oudjaar gegeten mogen worden.
Alleen baalde ik dat het nog pas herfst was.
Joost|16-11-09 | omhoog
|

|
Een baken van rust
Het leek mijn vriendin en mij altijd al een gaaf idee om een luie stoel te kopen voor in de uitbouw in de woonkamer. In dat hoekje kun je heerlijk lezen, zo achter het vele glas, waardoor er vaak veel licht is. En het is vanaf daar ook lekker praten. En niet te vergeten lekker toekijken met een wijntje in de hand op de kok in de keuken.
Maar als we de stoel gaan kopen, is het wel belangrijk dat deze kan draaien of wieltjes heeft. Zodat ik ook de andere kant op kan kijken.
Vanaf de uitbouw hebben we namelijk een prachtig uitzicht op de ingang van de straat. Je ziet een mooie oude reclame op het huis schuin tegenover ons. Je ziet een stukje Muntplein en een beetje van het tramhuisje met jeu de boulesbaan. En je ziet auto’s.
Tot 2 november zag ik vaak dezelfde auto’s meerdere keren langs komen rijden. Binnen een paar minuten. Net zo lang totdat de chauffeur eindelijk een parkeerplaatsje had gevonden voor zijn auto. Vooral de laatste tijd was dat lang zoeken. Maar voor veel mensen was dat altijd nog beter dan betaald parkeren.
Maar nu is dat voorbij.
De rondjesrijders hebben hun parkeerheil ergens anders moeten zoeken. Of hebben een parkeervergunning. Want ook in onze straat is het betaald parkeren nu ingevoerd. Vooraan de straat staat nu een kloek parkeerautomaat. Heel modern ziet hij er uit. En je kunt er pinnen, chippen ik wist niet dat dat nog kon en met creditcard betalen. Maar het had net zo goed een betonnen paal kunnen zijn, met een stickerfoto van een parkeerautomaat erop.
Want hij wordt toch niet gebruikt.
De rondjesrijders zijn ergens anders rondjes gaan rijden. De uitzendkrachten die bij organisaties in de buurt werken, hebben geen zin om te betalen en zijn foetsie. En voor Schipholgangers is het ook niet meer lucratief om hier de auto neer te zetten en dan de trein te nemen naar de luchthaven.
En dus staat die paal daar maar te staan. Natuurlijk zullen er best al een paar bewoners zijn geweest die voor hun familie of vrienden een kaartje met korting hebben gekocht. Maar ik heb ze niet gezien. Regelmatig kijk ik vanuit de uitbouw naar buiten, en de parkeerpaal staat er altijd maar ongebruikt bij.
Telkens als ik de straat inkijk, en de automaat ziet, komt er een golf van rust over me heen. In deze drukke en onzekere tijden is het mooi om te zien dat daar een ding staat te staan, waar niemand iets mee doet, maar dat er altijd is, in weer en wind. Mensen komen en gaan, huizen staan te koop en worden verkocht, de toekomst is en blijft ongewis, maar die paal blijft op dezelfde plek. Nog jarenlang.
Met zijn opvallende vorm is het echt een soort baken.
Een baken van rust.
Ik weet dan ook zeker dat ik er nog veel naar ga kijken. Heel veel. Als ik onrust in mijn lijf heb, het even niet zie zitten, of even heel onzeker ben, dan hoef ik alleen maar naar buiten te turen.
En dat kan natuurlijk het beste vanuit een luie stoel.
Eigenlijk hoeft die helemaal niet te kunnen draaien.
Joost| 9-11-09 | omhoog
|

|
MiTa VeLo
Een dag nadat de klok een uur was teruggezet en het wel ineens heel vroeg donker werd, realiseerde ik pas dat het jaar al bijna voorbij is. En dat ik dus nog maar twee maanden heb om mijn goede voornemen in te lossen.
Tot nu toe is het van regelmatig sporten echter nog niet gekomen. Al is dat natuurlijk maar hoe je het bekijkt. Eigenlijk zit er wel enige regelmaat in mijn sportcarrière. Vorig jaar heb ik immers ook een keer gesport. Maar goed, ik moet mezelf nog wel een beetje serieus nemen.
Maar ja, sporten, waar doe je dat?
In Lombok natuurlijk!
Dacht ik.
Maar dat valt tegen hier. We lopen in Lombok zelfs een beetje achter. In deze wijk is namelijk geen sporthal te bekennen. En die komt er ook niet. Zelfs niet in West, las ik op Lombox.nl.
Natuurlijk kan ik gaan joggen. Maar ja, met al die leuke plekjes, gezellige cafés en aardige mensen schiet dat dus niet echt op. En slenteren, dat kan altijd nog.
En eerlijk gezegd, wil ik gewoon het liefste binnen sporten. Zodat ik er ook met slecht weer zin in heb. Ik kan natuurlijk naar het lokale fitnesscentrum gaan, maar ik heb al een keer gefitnesst. Ooit.
Maar tja, ik sla gewoon liever tegen een balletje. Zoals ik heb gedaan toen ik nog bij mijn ouders woonde. Elke maandag ging ik met veel plezier tafeltennissen. Het enige wat daar nog aan herinnert, is een minitafeltennistafel die op mijn bureau staat. Maar ja, dat is wel wat anders.
Maar wacht even…
Het is anders, ja, maar niet minder leuk, misschien.
Eigenlijk is het enige wat ik nodig heb, een tegenspeler. En nog een paar. Dan kunnen we gaan dubbelen. Of anders koop ik er toch nog een minitafeltennistafel bij. En bij voldoende belangstelling nog een.
En voila, daar heb je de sportvereniging.
De Mini Tafeltennis Vereniging Lombok.
Ofwel MiTa VeLo.
Het zal vast de eerste en enige minitafeltennisvereniging van Nederland zijn. Omdat er zeker nog wel meer zullen komen, kunnen we ook wel meteen een bond beginnen.
De Koninklijke Nederlandse Mini Tafeltennis Bond.
De KNMTB.
In plaats van dat we achterlopen, lopen we ineens voorop.
Maar zijn we hier anders gewend?
Maar laten we bij het begin beginnen. Wil je ook minitafeltennissen op een unieke locatie in Lombok (waar ergens anders vind je een sportkantoor waar je je in Venetië waant)? Meld je dan aan. Want ik heb nog maar twee maanden om mijn voornemen in te lossen.
Joost| 2-11-09 | omhoog
|

|
Columbus
De grootste ontdekkingen doe je vlak voor de voordeur.
Nou ja, Columbus zal het er niet mee eens zijn, maar weet hij veel. Voor de grootste ontdekkingen hoef je echt niet naar Verweggistan. Gewoon de deur uit, en niet vergeten je ogen open doen.
Maar dat laatste lijk ik zelf soms te vergeten. Ik vermoed dat ik in de herfst van vorig jaar op z’n minst oogkleppen op had. Of de vrouwen met de hoofddoeken waren er gewoon niet. Of misschien was alles toen nog zo nieuw hier dat ik veel zaken gewoon niet meer kon opnemen.
Maar een paar weken geleden zag ik ze wel. Turkse vrouwen die naar de grond keken. Ik dacht eerst dat ze hoopten hier ook de munten van de Leidseweg te vinden. Maar meteen daarna zag ik dat ze iets zochten.
Kastanjes.
Ik keek even goed, en ineens zag ik dat de straat bezaaid was met kastanjes.
Blijken die bomen in mijn straat kastanjebomen te zijn.
En toen ik ze eens goed bekeek eindelijk bleken het ook nog mooie bomen te zijn.
En blijkbaar met lekkere kastanjes. Anders zouden er de afgelopen weken niet zoveel vrouwen zijn gaan rapen.
Grappig is dat. In het buitenland was ik blij als ik langs een plattelandsweggetje lekkere kastanjes vond. Ik heb er zelfs ooit wel wat proberen te roosteren op zo’n gasstelletje. Maar in mijn eigen straat loop ik er voorbij of ze er niet zijn. En als de vrouwen niet hadden geraapt, had ik ze nog niet ontdekt.
Al is de kastanje niet de grootste ontdekking. Wat ik vooral ontdekt heb, is dat ik beter moet kijken. Elke stap hier kan een ontdekkingstocht zijn. De komende weken zal ik dan ook extra goed opletten. Wie weet staat er 50 meter verderop een Perzisch ijzerhout. Misschien hoor ik vlak daarna wel een kanariefantje. Zie ik hier in de straat toch een verstopte Leidsewegmunt. Blijkt er een beroemdheid op nummer 23 te wonen. En woont Sinterklaas om de hoek.
Voor mijn columns hoef ik dan in ieder geval een stuk minder te lopen.
Relaxed.
Nee, een Columbus zal ik zo nooit worden.
Maar had hij hier gewoond, dan was Amerika vast nooit ontdekt.
Joost| 26-10-09 | omhoog
|

|
Brabant
Ik hoor het best vaak: mis je Eindhoven? Nee, antwoord ik dan, ik heb er altijd graag gewoond, maar sinds ik er weg ben, heb ik er geen heimwee naar.
En mis je Brabant dan, is de volgende vraag. Ook al niet. Misschien omdat ik er nogal vaak kom. En ik sowieso niet zo misserig ben.
Bovendien heb ik het hier goed naar mijn zin.
Eén voordeel van hier wonen, mag zeker niet onbenoemd blijven: ik hoor hier het nummer ‘Brabant’ van Guus Meeuwis een stuk minder vaak.
Begrijp me niet verkeerd: ik heb een zwak voor Guus. Brabanders onder elkaar, he? Ik ben zelfs naar één van zijn stadionconcerten geweest, en heb meegezongen met zijn nummers.
Zijn leuke nummers.
Behalve ‘Brabant’ dan.
Ik was het nummer bijna vergeten tot ik afgelopen woensdagmiddag in Café West was. Ineens werd ik heel onrustig, en binnen een paar seconden wist ik waarvan: uit de boxen klonk ‘Brabant’, en nog wel een soort 12 inch extended version. Of duurt dat nummer altijd zo vervelend lang?
Wat me het meeste irriteert aan dat nummer is dat het eigenlijk over van alles gaat in plaats van over Brabant. Het gaat over een muts op zijn hoofd, over een te stille stad, over nooit last van heimwee en over het licht dat alleen nog in Brabant brandt.
Nou Guus, uit ervaring weet ik dat daar niet altijd licht brandt. Net als hier trouwens. En net als in Brabant heb je hier de warmte van een dorpscafé, wordt hier ook gezeken over van alles en niets, en spreekt men hier ook met een zachte ‘g’. Nou vooruit, wel door minder mensen dan in Brabant. Maar ik ben ook weer heus niet de enige.
Eigenlijk gaat dat lied net zo over Lombok als over Brabant.
Misschien voel ik me daarom hier zo thuis.
Toch een leuk nummer, eigenlijk.
Joost| 19-10-09 | omhoog
|
 |
Het komt allemaal goed
Heeft u uw huis te koop gezet omdat u de hypotheek niet meer kunt betalen? Haal dat bord voor uw huis maar weer weg. Verkopen is niet nodig. Het komt allemaal goed.
Wilt u van uw auto af, omdat u geen geld meer hebt voor benzine, en al helemaal niet voor uw parkeerplek? Niet doen. Natuurlijk kunt u uw auto wel weg doen, en er een milieuvriendelijke voor in de plaats kopen. Maar er is geen reden voor het schrikbeeld van een leven zonder wagen. Het komt allemaal goed.
Bent u uw baan kwijt, en loopt u met uw ziel onder uw armen. Kop op! De economische crisis is bijna voorbij. Het komt allemaal goed.
Alle voortekenen wijzen daar immers naar.
Nou ja, alle ... dat is misschien wat overdreven.
Eén voorteken wijst ernaar.
Maar dat is meer dan genoeg.
Dit voorteken is namelijk dat de Golff weer open gaat.
Weet u het nog? Dat toen mijn vriendin en ik hier net woonden, alles maar dicht ging? Het Museum Café Lombok, restaurant Peper, restaurant Nador, de Golff-supermarkt. Ik dacht eerst dat het aan mij lag, maar al snel vermoedde ik dat er iets groters achter zat.
De wereldwijde economische crisis.
Maar langzaam zag ik een kentering. Het Museum Café ging weer open, daarna restaurant Peper, en zelfs restaurant Nador. Langzaam gloorde er weer hoop.
En nu zie ik het helemaal zonnig in.
Als alles goed gaat, is vanaf 19 november de Golff weer open. Wel onder een andere naam, maar dat schijnt hier zo te horen. Het Museum Café heet nu Kopi Susu, Peper heeft nu ook Flow in zijn naam, Nador heet nu Salaam, en de Golff gaat MCD supermarkt heten. Ach, het maakt ook niet uit hoe het heet. Het belangrijkste is dat de supermarkt-op-loopafstand weer open gaat. Als de nieuwe supermarkt hetzelfde aanbod heeft als de vorige en dan het liefst iets goedkoper ben ik helemaal blij. Ik heb daar wel vertrouwen in, want de bedrijfsleider Nawin Harpal heeft jarenlang bij de Golff gewerkt.
Alleen al doordat hij achter deze nieuwe start zit, zijn de verwachtingen hoog. Maar ach, één ding heeft hij al gerealiseerd.
Nieuw vertrouwen in de economie.
Het komt allemaal goed.
Of had ik dat al gezegd?
Joost| 12-10-09 | omhoog
|

|
Schaamte
1.
De Kanaalstraat is op zijn mooist als je te voet bent. Met de auto is het alleen maar irritant. Al die dubbelgeparkeerde auto’s, en die automobilisten die ondanks de drukte toch proberen te scheuren. En op de fiets is het ook niet altijd een pretje. Niet alleen om die auto’s en de bussen die constant moeten uitwijken voor andere bussen of auto’s. Maar vooral omdat je op de fiets te snel gaat. De straat lijkt daardoor veel kleiner dan dat hij is. Nee, dan te voet. Dan ervaar je pas de straat, zijn geuren, zijn geluiden. Elke zaterdag probeer ik er wel even op en neer te lopen. Al sla ik altijd een stukje over. Uit schaamte.
2.
Als ik van de Damstraat richting de Antonius van Paduakerk loop, dan stop ik altijd een tiental meter voor Persepolis. Ik kijk eerst wat beteuterd rond, word wat rood, en steek de Kanaalstraat over. Zelfs als ik eigenlijk de Perspolis in moet. Dan steek ik een paar meter verder maar weer terug de weg over. Maar alles beter dan op dat besmette stukje te lopen.
3.
Een keer heb ik daar wel gelopen. De allereerste keer dat ik op de Kanaalstraat was. Mijn vriendin en ik hadden net voor de eerste keer ons toen nog toekomstige huis bezichtigd, en waren meteen enthousiast. En dat werd alleen maar meer toen we in de wijk rondliepen. En dan die mensen die ons toelachten. Heel vriendelijk leken ze me hier allemaal. Vooral die besnorde Turkse meneer die ons vriendelijk tegemoet liep. En net op dat moment deed ik iets onvergeeflijks. Een slechtere entree in mijn nieuwe wijk, leek me niet mogelijk.
4.
Ik ben benieuwd wat die Turkse meneer denkt als hij nu op dat bewuste stukje Kanaalstraat loopt. Misschien ontwijkt hij dat stukje ook wel, omdat hij dan steeds aan mijn daad moet denken. Maar waarschijnlijk is hij het al helemaal vergeten. Waarschijnlijk was het al meteen afgedaan op die dag dat het gebeurde; hij keek me slechts afkeurend aan, en dacht alleen maar:
Wat een boer.
Joost| 5-10-09 | omhoog
|
 |
Klaar? Actie!
Zondag ben ik met een groep liefhebbers en een gids langs beroemde filmlocaties van Utrecht gelopen. Zoals verwacht deden we Lombok daarbij niet aan. Zover ik weet zijn in deze wijk geen speelfilms opgenomen. Hier maakten ze wel opnames voor een documentaire over Wim Sonneveld, maar niet voor een actiefilm, een thriller, een horrorfilm, een comedy of een romantische film. Terwijl Lombok daar prachtige locaties voor zou hebben.
Neem bijvoorbeeld een actiefilm.
Er kan toch nergens beter een achtervolgingsscène gefilmd worden dan hier.
Bent u er klaar voor?
Actie!
We beginnen met de Abel Tasmanbrug. Vanaf de Leidseweg scheurt onze held in volle vaart naar rechts, precies tussen de paaltjes van de brug. De achtervolgers in 23 politieauto’s en een geblindeerde zwarte wagen kunnen natuurlijk een stuk minder goed sturen, en rijden massaal tegen de paaltjes op. Of ze scheuren de brug af. Ook goed. Natuurlijk net op het moment dat een paar jongeren willen gaan brugspringen (stuntspringers).
Drie politieauto’s en de geblindeerde zwarte weten toch de brug over te steken, en gaan verder achter de held aan, die al een stuk gevorderd is op de Leidsekade. Omdat hij en zijn achtervolgers spook rijden, levert dit veel actie op. Auto’s worden geramd waarvan er drie op de woonboten vallen en fietsers vliegen de lucht in (stuntfietsers).
Bij de JP Coenstraat gaat onze held naar links. Daar wordt hij beschoten vanaf het witte Lombox-huis, en zo komt dat ook in beeld (de ruiten krijg je vergoed hoor, Wendy). De auto wordt geraakt, en kan daardoor niet veel verder. De Kanaalstraat wordt nog net gehaald, waarna onze held uit de auto springt en naar links rent. Achter hem remt de geblindeerde zwarte wagen net te laat, waardoor deze op de doorzeefde auto botst, de hele weg blokkeert en ook de politieauto’s niet meer verder kunnen. Dus moeten alle inzittenden zes agenten en vier gezonnebrilde zakenlui - eruit om achter onze held de Kanaalstraat in te rennen. Deze straat levert geweldige scènes op. Ik zie het felgekleurde fruit al rondvliegen, omdat eerst de held en vervolgens de achtervolgers tegen het uitgestalde fruit aanlopen. Ze hebben geen keus, met al die fietsen op de stoep. Of die zwangere vrouwen en vrouwen met buggy´s die net langslopen. Maar die duwen ze natuurlijk niet omver. Onze held is immers een echte held, en ook de achtervolgers zijn goed opgevoed.
Vlak voordat onze held gegrepen wordt, duikt hij de Best Buy Bazaar in. En met al die volgepropte smalle gangetjes moet dat wel een hoop spektakel opleveren.
Tot het licht uitgaat.
Er klinkt dan een hoop kabaal, maar het zijn vooral de agenten en de gezonnebrilde zakenlui die elkaar aan het beschieten zijn (is allemaal nep hoor, beste beheerders). Want daar sneakt onze held de wonderwinkel uit, waarna hij de Kanaalstraat oversteekt om bij Kopi Susu een kopje koffie te drinken (nu hij er toch is). Daarna springt hij op een voorbijrijdende bus, en verdwijnt onze held zo uit de wijk. Hoe het verder afloopt, weet ik niet. Maar maakt ook niet uit, het is toch buiten Lombok.
De scènes die zich hier afspelen, zie ik helemaal zitten. En zo kan ik me in de wijk ook wel een thriller voorstellen (in de Damstraat natuurlijk), een horrorfilm (het Groenewegterrein bij Nettorama lijkt me er zeer geschikt voor) en een comedy (altijd lachen met al die mensen van verschillende culturen die met elkaar proberen te communiceren). Maar bij nader inzien hoeft er van mij geen romantische film in Lombok gedraaid te worden. Want romantiek is er al genoeg. Daar zorg ik zelf wel voor.
Naschrift redactie:
Helaas geen speelfilm, wel al eens een korte film uit 2002 van Su Tomesen, Aart-Jan van de Pol en Allard Klok op muziek van DJ Drifter op Lombox: hier
Joost| 28-09-09 | omhoog
|
|
Kopie van Kopi
Nog even over koffie.
En over de grenzen van Lombok.
Bij nader inzien is het toch maar beter om de grenzen maar zo te laten zoals ze nu zijn.
Want van mij hoeft Starbucks niet meer bij onze wijk te horen. De koffie is er zeker wel lekker, maar voor de rest valt het toch vies tegen. Het is toch heel anders dan de Starbucksen die ik in het buitenland heb meegemaakt. Daar kon je rustig iets bestellen, en in een lekkere sofa van de koffie genieten. Hier in Utrecht sta je eerst heel lang in de rij, waarna je uit zoveel onuitspreekbare koffies kunt kiezen dat je ook niet meer weet. Vervolgens word je door zoveel mensen geholpen dat het wel fout moet gaan. En daarna kun je nergens rustig zitten. Binnen zit je tegen de rij aan, op het terrasje buiten kun je kiezen tussen kijken naar de lange rij koffieliefhebbers of naar de haastige mensen die constant kijken alsof ze hun trein weer gaan missen. En tja, dat buiten is eigenlijk gewoon binnen; je zit immers in een grote stationshal. Daar kan het nooit gezellig worden.
En dan te bedenken dat ze in Amsterdam een kopie van deze stations-Starbucks gaan neerzetten. Nou, felicitaties aan de mensen daar. Maar als de Amsterdammers echt ergens mee geholpen worden, is het aan een kopie van Kopi.
Van Kopi Susu dus. Een café waar je lekker kunt praten met de medewerkers, waar je maar de keuze hebt uit een paar koffievarianten, waar je een loungehoek hebt die vaak alleen voor jezelf is, waar ze goede muziek draaien, waar je buiten echt buiten kunt zitten, en waar ze ook biertjes en gewone broodjes hebben. Oftewel waar de sfeer tien keer beter is dan bij Starbucks.
Elke dag als ik naar de trein loop, verbaas ik me er weer over hoe druk het bij Starbucks is. Soms heb ik de neiging om die wachters daar op de schouder te tikken, om hen er op te attenderen dat er nog zoveel meer is. Maar ja, ik vrees niet dat ik tegen het imago van deze koffieverkopers op kan. En wie weet, is het ook wel beter zo. Stel je voor dat al die mensen ineens naar Kopi Susu gaan. Dan is het daar ook gedaan met de rust, heeft het personeel ook geen tijd meer voor een praatje, en voor je het weet schenken ze daar double caramalized espresso latte glacé.
Ach, ieder zijn ding. En mijn ding is duidelijk Kopi Susu. Dat ze alleen op donderdag, vrijdag, zaterdag en soms zondag open is, vind ik aan de ene kant wel jammer. Maar aan de andere kant vind ik het wel weer goed. Niet elke dag van heel vroeg tot heel laat open gaan, maar enkel wanneer het de medewerkers zelf uitkomt, heeft ook wel iets. En laat die kopie van Kopi dan maar maandag tot en met woensdag open zijn.
Joost| 21-09-09 | omhoog
|
 |
Verwend
Wat ik precies verwacht had, weet ik niet meer. Misschien iets groots en meeslepends. Iets heel bijzonders. Waarover ik zeker een column zou schrijven.
Maar nu een dag later, weet ik niet zo goed wat ik er over moet schrijven. Zo meeslepend was het niet, die piratenfilm die gedraaid werd bij de zaagmolen De Ster. Oh zeker, het was wel leuk, met een echt zeil van een echt schip als scherm. Met de spiegeling van het water op dat scherm, waardoor je donkere passages niet goed zag, wat alleen maar mijn fantasie ten goede kwam. Met die temperatuur die maar zakte en zakte, waardoor je met een dekentje automatisch knus bij elkaar ging zitten. Met die vuurkolven die er al walmend voor zorgden dat je een dag later nog kon nagenieten van de geur. Met die jongens en meisjes die liever in het donker speelden en gilden dan dat ze naar zo´n lange film gingen kijken, en die af en toe zo voor veel kabaal zorgden bij een saaie scene.
Heel leuk allemaal, maar echt bijzonder
... is het wel.
Bedenk ik nu. Een dag later, als ik nogmaals naar voren haal wat er allemaal te doen was.
Ik bedoel, ik heb al duizenden filmvertoningen gezien, maar nog nooit op een scherm op het water. En nog nooit kon ik lopend naar zo’n vertoning, en kon ik tijdens de film voor weinig geld wat drinken gaan halen, zonder dat er iemand naar kraaide.
Eigenlijk heel speciaal dus. Maar omdat het er allemaal zo gewoon aan toe ging bij die molen, zonder poeha, zonder dikdoenerij, zonder veel geblabla, leek het even de gewoonste zaak van de wereld.
En zo gaat het wel vaker hier. Of het nu gaat om de leuke cafés of winkels hier, en vooral om hun medewerkers, ze doen alsof hun gastvrijheid, vriendelijkheid en lekkere hapjes de normaalste zaak van de wereld zijn. Zonder op hun borst te kloppen. Want dat moeten de klanten maar doen. En wat doe ik? Ik zeg dat het niet bijzonder is, verwend als ik ben.
Als dat maar de goede kant opgaat.
Joost| 14-09-09 | omhoog
|
 |
Op de brug ván Lombók
Het paleis van de Pausen staat er. De hele stad is ommuurd. Talrijke middeleeuwse straatjes, pleintjes en hofjes wisselen elkaar af. En toch is Avignon vooral bekend vanwege een driekwart ingestorte brug.
De St. Bénezet brug.
Beter bekend als de brug van dat liedje.
Je weet wel:
Sur le pont d'Avignon
L'on y danse, l'on y danse
Sur le pont d'Avignon
L'on y danse tout en rond.
In augustus hebben mijn vriendin en ik op de brug gedanst, terwijl ik op een pas gekocht speeldoosje het bekende melodietje draaide. Vreemd genoeg zag ik niemand anders dansen op die brug. Terwijl er toch weer heel veel mensen waren.
Jaarlijks trekt de brug honderdduizenden toeristen. Ze lopen de brug op tot ze niet meer verder kunnen de meeste bogen van de brug hebben het onderspit gedolven door de rivier de Rhône en lopen weer terug. Gekkenhuis.
Op hun terugtocht zien ze het waanzinnige silhouet van de stad Avignon. Van het Pausenpaleis, van de Notre Dame-kerk met de gouden Maria bovenop. Echt onweerstaanbaar zien die bouwwerken eruit, en ik weet zeker dat veel van de brugtoeristen eens verder gaan kijken. En zo wordt een ingestorte brug toch een toeristentrekker voor de hele stad.
Grappig toch, zoals dat gaat.
En leerzaam voor hier. Heel leerzaam.
Het zou toch mooi zijn als meer mensen Lombok zouden zien. Als meer mensen door de leuke straten zouden lopen, van de sfeer zouden genieten, in de winkeltjes en supermarktjes zouden shoppen. Voor de horeca worden het hoogtijdagen, en voor we het beseffen is Kopi Susu zeven dagen in de week open. Alles wat nodig is om dit te bereiken, hebben we al: een brug. Sterker nog, we hebben zelfs meerdere bruggen hier. Hier er eentje van uitkiezen, een liedje maken, en klaar zijn we.
Maar ja, welke brug? Als ik een voorstel mag doen, zou ik voor de Abel Tasmanbrug kiezen. Heus niet omdat ik er zo dichtbij woon, maar meer omdat er aan beide oevers van de brug veel ruimte is, zodat mensen er voor het dansen makkelijk kunnen wachten en er na het dansen even uit kunnen rusten.
Maar dan nog een liedje. In Avignon duurde het eeuwen voordat het wijsje over de brug ingeburgerd was en half Europa er naar toe ging om er niet te dansen. Zo lang wil ik niet wachten. Daarom kunnen we het beste de melodie van ‘Sur le pont d’Avignon’ nemen, en de tekst lichtjes aanpassen voor de wijk. Dan wordt het:
Op de brug ván Lombók.
Tja, klemtoontechnisch gezien is het niet ideaal. Wellicht dat we hierdoor veel kritiek ontlokken. Maar als er heel veel toeristen komen, de horeca rendeert, Kopi Susu langer open is (en de Golff terugkomt), kraait daar niemand meer naar.
Zing (en dans) je mee?
Op de brug ván Lombók
Gaan we dansen, gaan we dansen
Op de brug ván Lombók
Gaan we dansen in het rond
Joost| 07-09-09 | omhoog
|

|
|
|